Getuigenis van dokter Manuel Nevado Rey

Dokter Manuel Nevado Rey werd geboren op 21 mei 1932. Hij studeerde in 1955 af in geneeskunde en algemene chirurgie aan de Universiteit van Salamanca. Hij is specialist in algemene chirurgie, traumatologie en orthopedie.

“Ik woon in Almendralejo (Badajoz). Gedurende vele jaren heb ik gewerkt in een klein ziekenhuis dat ikzelf had weten op te zetten en dat werd bijgestaan door religieuzen van de Orde der Mercedariërs, in andere centra van de Sociale Verzekering en in de privé uitoefening van de geneeskunde. Momenteel ontplooi ik de meeste activiteiten in het Centrum voor Gezondheidszorg van Zafra, waar ik veel chirurgische ingrepen verricht.

Begin november 1992 moest ik naar het Ministerie van Landbouw om enkele zaken te regelen die met mijn activiteiten als landbouwer te maken hebben. Het was voorzienigheid dat wij op het Ministerie, terwijl wij de persoon zochten met wie wij een afspraak hadden, Luis Eugenio Bernardo Carrascal ontmoetten, een landbouwkundig ingenieur die op het Ministerie werkt en die ons vriendelijk hielp terwijl wij zaten te wachten.

Terwijl we indrukken uitwisselden over diverse onderwerpen over het Ministerie, lette Luis Eugenio op mijn handen en vroeg mij wat er aan de hand was. Ik legde hem summier uit dat ik chronische radiodermatitis had in vergevorderd stadium en dat het ongeneeslijk was. Hij gaf me een prentje van de zalige Josemaría Escrivá om zijn voorspraak in te roepen.

Dat heb ik vanaf toen gedaan en enkele dagen later reisde ik naar Wenen om deel te nemen aan een medisch congres. Het maakte een enorme indruk op mij dat ik daar in alle kerken die ik bezocht, prentjes van de zalige Josemaría aantrof. Dit hielp mij om vaker zijn voorspraak in te roepen, zoals mij was aangeraden. Ik bad op informele wijze, ik beval me bij hem aan, zonder mij aan de letterlijke woorden van het prentje te houden. Maar soms heb ik ook het gebed van het prentje gebeden.

Zoals ik al heb gezegd, leed ik al vele jaren aan chronische radiodermatitis. Ik denk dat ik de eerste symptomen – geen haartjes meer op de linker handrug en gebieden van roodheid – al had in 1962, toen ik trouwde. Vanaf die tijd werden de afwijkingen steeds erger, omdat ik gedurende lange tijd gedwongen was breuken te zetten met behulp van radiodiagnostische apparatuur van slechte kwaliteit en met onvoldoende beschermingsmaatregelen.

Toen ik in 1992, in de maand november, naar het Ministerie van Landbouw ging, waren de vingers behoorlijk aangetast. Van de linker hand de wijsvinger, middelvinger en ringvinger; en van de rechter vooral de wijsvinger en de middelvinger. Ik had verschillende hyperkeratotische plaques (dikke hoornlagen) en zweren van verschillende afmetingen op de bovengenoemde drie vingers van de linker hand – één met een maximale doorsnede van 2 cm – en verschillende andere laesies op de linker handrug en de proximale vingerkootjes van de rechter handrug.

Ik had veel last van de afwijkingen aan de handen en ik moest ophouden met opereren. Niet veel mensen hadden de afwijkingen gezien omdat ik er alles aan deed om ze verborgen te houden. Geen enkele arts adviseerde mij een behandeling, omdat men weet dat er niets aan radiodermatitis te doen valt. Iemand zei dat ik er vaseline of lanoline op kon smeren om het te verzachten, wat ik al deed.

Vanaf de dag dat ze me het prentje gaven en ik mijn toevlucht had genomen tot de voorspraak van de zalige Josemaría Escrivá, werden mijn handen steeds beter en in ongeveer 15 dagen verdwenen de afwijkingen volledig en zagen ze eruit zoals nu: volledig genezen.

Het is duidelijk dat deze genezing niet op natuurlijke wijze verklaard kan worden. Ik heb reeds gezegd dat radiodermatitis ongeneeslijk is en dat ik geen enkel medicament heb gebruikt. Het enige dat ik overwoog was een huidtransplantatie om de zweren dicht te krijgen, maar daar ben ik niet toe gekomen. Ondanks het feit dat ik er voor zorgde dat men mijn handen niet zag, zijn er veel mensen die kunnen getuigen over hoe ze eruit zagen: uiteraard mijn vrouw, één van mijn kinderen die patholoog-anatoom is; twee dermatologen aan wie ik ze wel eens heb laten zien: Isidro Parra, professor Ginés Sánchez Hurtado, enz.

Ik heb hier precies verteld hoe de genezing van de radiodermatitis is verlopen. Ik was erg bang dat er uitzaaiingen zouden zijn, wat de prognose zeer slecht zou maken, maar dat is niet gebeurd. Wat er eenvoudigweg gebeurd is, is dat de radiodermatitis genas en dat ik het alleen maar kan toeschrijven aan de bemiddeling van de zalige Josemaría Escrivá de Balaguer.

Sinds de genezing ben ik weer normaal aan het werk en verricht ik weer chirurgische ingrepen.

Almendralejo, 30 juni 1993