Brief van de prelaat (september 2016)

Mgr. Javier Echevarría beschouwt in deze brief het kruis. Hij wijst erop dat het vergezellen van zieken en ouderen die lijden een van de werken van barmhartigheid is waarmee we eer geven aan God.

Pastorale brieven en berichten
Opus Dei - Brief van de prelaat (september 2016)


Mijn geliefde kinderen, moge Jezus jullie behoeden!

De maand september is begonnen en de Kerk, die Moeder en Lerares is, nodigt ons uit om ons meer te verdiepen in de vruchten van de verlossing. De 14e, feest van de Kruisverheffing, herinnert ons eraan dat het heilig kruishout waaraan de Heer zijn leven heeft opgedragen voor de redding van de wereld, een troon van triomf en glorie is: wanneer Ik van de aarde zal zijn omhoog geheven, zal Ik allen tot Mij trekken.[1] En de dag erna stelt de gedachtenis van Maria aan de voet van het Kruis, ons helder voor ogen dat de allerheiligste Maagd, de nieuwe Eva, samen met Christus, de nieuwe Adam, op een sublieme manier aan het heil van de zielen heeft meegewerkt. Wanneer we het Kruis met geloof beschouwen, zien we dat «het lijdensinstrument dat op Goede Vrijdag het oordeel van God over de wereld liet zien, veranderd is in bron van leven, van vergiffenis, van barmhartigheid, teken van verzoening en van vrede».[2]

Deze liturgische feesten maken dat wij ons afvragen hoe wijzelf dagelijks beantwoorden aan het mysterie van het lijden wanneer het op onze weg komt. Soms beschouwen wij, mensen, alleen wat onze zintuigen streelt of wat voor ons eigen ik aangenaam is, als ‘successen’, terwijl we de tegenslagen, alles wat niet gaat zoals wij dat wensten en wat ons naar lichaam of ziel doet lijden, als ‘mislukkingen’ zien. We moeten proberen te breken met deze valse logica, want – zoals de heilige Jozefmaria schreef – het succes of de mislukking ligt in het innerlijk leven. Het succes bestaat erin met kalmte het Kruis van Jezus Christus te ontvangen, onze armen wijd te openen, omdat het Kruis voor Jezus en ook voor ons een troon is, de verheffing van de liefde. Het toppunt van de verlossende doeltreffendheid is de zielen naar God te brengen, ze op onze laicale manier naar Hem te brengen: door onze omgang met hen, met onze vriendschap, met ons werk, met ons woord, met ons onderricht, met ons gebed en onze versterving.[3]

Nu we helaas zien dat men in veel milieus het Kruis ontvlucht, kunnen we ons met de Paus afvragen: hoe gaat het met mijn weg van christen waaraan ik met het doopsel ben begonnen? Doe ik wel iets? (…) Blijf ik stilstaan bij de dingen die ik leuk vind: het wereldse, de ijdelheid, of ga ik steeds verder vooruit door de zaligsprekingen en de werken van barmhartigheid in praktijk te brengen? Want de weg van Jezus is vol troost, vol glorie, maar ook komen we er het kruis tegen. Altijd met vrede in de ziel.[4]

Onder de werken van barmhartigheid die wij in de loop van dit Heilig Jaar in het bijzonder trachten te beoefenen, is er één dat zowel lichamelijk als geestelijk is. Ik heb het over de zorg voor de zieken en ouderen: het houdt niet alleen de zorg voor hun materiële noden in, maar het heeft ook altijd een geestelijke dimensie: hen ook te helpen ontdekken dat ze in het lijden of de eenzaamheid een voortdurende gelegenheid hebben zich met Christus aan het Kruis te verenigen.

Toen Jezus op aarde rondging zorgde Hij voortdurend voor de zieken. Het was een van de tekenen dat Hij de Messias was, zoals ook de heilige Mattheüs zegt: Hij heeft onze zwakheden weggenomen en onze ziekten heeft Hij gedragen.[5] De evangelisten hebben het ons bij talrijke gelegenheden herhaald. Soms ging het om een afzonderlijke persoon die deze genade voor zichzelf vroeg of voor iemand die dicht bij hem stond: de honderdman van Cafarnaüm smeekt Hem om genezing voor zijn zieke dienaar; een paar vrienden brengen een lamme naar Hem toe; Martha en Maria dringen er bij Hem op aan naar Bethanië te komen om hun broer te genezen die ernstig ziek is; Bartimeüs begint Hem te roepen wanneer Hij op de weg naar Jericho langskomt, en vraagt Hem medelijden te hebben en zijn blindheid te genezen… Op andere momenten neemt Jezus zelf het initiatief, bijvoorbeeld wanneer Hij bij zijn landing een grote menigte zag en diep medelijden met hen kreeg en hun zieken genas.[6] Of wanneer Hij een lamme ontmoet bij de badinrichting van Betesda en hem vraagt: wil je gezond worden?[7] Of bij die gebeurtenis waarbij Jezus het leven teruggaf aan de zoon van de weduwe van Naïm.[8]

Heel vaak nam de menigte haar zieke familieleden of vrienden mee naar de plaats waar de Meester zich bevond. De heilige Mattheüs vertelt dat Jezus eens langs het meer van Galilea trok. Hij ging de berg op en zette zich daar neer. Talrijke mensen stroomden naar Hem toe, die lammen, gebrekkigen, blinden, stommen en vele anderen met zich meevoerden om ze aan zijn voeten neer te leggen. Hij genas hen, tot verbazing van het volk dat zag hoe stommen spraken en gebrekkigen gezond werden, lammen liepen en blinden konden zien. En zij verheerlijkten de God van Israël.[9]

Met zijn wonderen wilde de Heer natuurlijk niet alleen de ziekten van het lichaam genezen, maar de genade in de zielen storten; zo laat de genezing van de blinde van geboorte het zien. Op de vraag van de leerlingen die – volgens de opvatting van die tijd – dachten dat de blindheid van die man het gevolg was van de zonden, antwoordde Jezus: noch hij, noch zijn ouders hebben gezondigd, maar de werken Gods moeten in hem openbaar worden.[10]

Het boek ‘Handelingen van de apostelen’ schetst ons een beeld van de verschillende momenten van het handelen van de jonge Kerk. Door de handen van de apostelen – schrijft de heilige Lucas – geschiedden er vele wondertekenen onder het volk. (…) Men bracht zelfs de zieken op straat en legde ze neer op bedden en draagbaren in de hoop dat, als Petrus voorbijging, tenminste zijn schaduw op een van hen zou vallen.[11]

De smart en de ziekte kunnen ons, als ze met bovennatuurlijke geest ontvangen worden, dichter bij God brengen. Maar, als ze ons opstandig maken, kunnen ze ons ook van God verwijderen. Onze Vader had – zowel in zijn persoonlijk leven als in de geschiedenis van het Werk – veel ervaring met de doeltreffendheid van de fysieke of morele smart als die verenigd wordt met het Kruis van de Heer. Met dankbaarheid jegens God en jegens ontelbare personen die zo hebben beantwoord, heeft onze Vader ons gezegd dat wij vanaf het begin hebben kunnen rekenen op het gebed van veel zieken die hun lijden voor het Opus Dei hebben opgedragen.[12] Ook nu blijft het apostolaatswerk steunen op het edelmoedige fundament van de zieken die trachten hun lijden om te zetten in gebed voor de Kerk, de Paus en de zielen.

Wij moeten alle zieken met attenties en dankbaarheid helpen: met genegenheid, met materiële en geestelijke zorg. Laten we God vragen om hen, als dat goed is voor hun ziel, de gezondheid te geven; en dat ze anders hun ziekte, de kwalen van de ouderdom, de pijnen van welk soort dan ook, met vreugde het hoofd weten te bieden; en altijd met bovennatuurlijke vreugde omdat zij meewerken aan het toepassen van de verlossende verdiensten van Christus.

Dus, met trouw aan het Kruis. Met vreugde aan het Kruis, want een overgave zonder vreugde zou de Heer niet behagen: hilarem enim datorem diligit Deus (2 Kor 9, 7), God bemint degene die met vreugde geeft. Met een serene kalmte aan het Kruis: want wij zijn niet bang voor het leven en evenmin voor de dood. Wij zijn ook niet bang voor God, die onze Vader is.[13] Tegelijkertijd herhaalde onze stichter met de diep menselijke zin die hem kenmerkte: als het fysieke lijden kan worden weggenomen, dan wordt het weggenomen. Het leven brengt al genoeg lijden met zich mee! En wanneer dat niet kan, dan dragen we het op.[14]

Om deze typisch christelijke houding te begrijpen, moet men zo een situatie benaderen met de blik van de Goede Herder. Alleen door uit te gaan van de affectieve band die de liefde geeft, kunnen wij het theologale leven dat aanwezig is in de vroomheid van de christelijke volken, naar waarde schatten. (…). Ik denk aan het hechte geloof van moeders die aan het voeteinde van het bed van een ziek kind zitten en zich vastklampen aan een rozenkrans, ook al kunnen zij zich de woorden van de geloofsbelijdenis niet herinneren; of aan de grote kracht van de hoop die verspreid wordt door in een eenvoudige woning een kaars aan te steken om Maria om hulp te vragen, of in die blikken van diepe liefde die gericht worden op de gekruisigde Christus.[15]

Wanneer wij ziek zijn of op een andere manier te lijden hebben, is het goed dit te vertellen aan degenen die ons het meest nabij zijn, naar de dokter te gaan en zijn aanwijzingen op te volgen, om zo gauw mogelijk de passende middelen aan te wenden. Op deze manier wordt de psychose van het ziek-zijn vermeden. Hoe vaak heb ik de heilige Jozefmaria niet horen zeggen dat net zoals niemand op aarde heilig is, er ook niemand is die altijd gezond is! Wij kunnen allemaal periodes van ziekte, ook ernstige ziekte, doormaken; en dit moet ons er juist toe aanzetten ons vol vertrouwen op de Heer te verlaten en op degenen die ons kunnen steunen.

Mijn dochters en zonen, laten we deze aanbevelingen van onze heilige stichter met dankbaarheid aannemen, want de werken van God willen doen is geen kwestie van mooie woorden, maar een uitnodiging om onszelf uit liefde op te gebruiken. We moeten sterven aan onszelf om herboren te worden tot een nieuw leven. Want zo heeft Jezus gehoorzaamd, tot de dood aan het kruis; mortem autem crucis. Propter quod et Deus exaltavit illum. (Fil 2, 8-9). Daarom heeft God Hem verheven. Als we aan de wil van God gehoorzamen, zal het kruis ook voor ons verrijzenis, verheffing zijn. Christus’ leven zal stap voor stap in ons worden verwezenlijkt en ons eigen leven zal de inspanning worden van goede kinderen van God, die ondanks hun vele zwakheden en persoonlijke fouten weldoende rondgaan zoals Christus.[16]

Laten wij ook aan onze geliefde zalige Álvaro blijven denken die de gezondheid en de ziekte met vreugde wist te beminnen. We kunnen hem op de 15e, wanneer we de verjaardag van zijn benoeming als opvolger van de heilige Jozefmaria gedenken, vragen om ons allemaal te steunen.

Ik weet dat jullie gebeden hebben voor de slachtoffers van de aardbeving in Italië en voor alle andere rampen overal op de wereld: laten we deze saamhorigheid met de gehele mensheid bevorderen.

Over drie dagen zal ik in dit mariaheiligdom Torreciudad aan zes diakens, geassocieerden van de prelatuur, de priesterwijding toedienen. Bidt voor hen en voor de priesters in de hele wereld, voor de Paus en bisschoppen, opdat de Heilige Geest ons vervult met al zijn gaven en ons heilig maakt. Op die zelfde dag zullen wij ons aansluiten bij de vreugde van de Kerk vanwege de heiligverklaring van de zalige Moeder Teresa van Calcutta, die veel waardering had voor het Werk.

Met alle genegenheid zegent jullie

jullie Vader

+ Javier

Torreciudad, 1 september 2016



1. Joh 12, 32.

2. Benedictus XVI, Homilie, 14-9-2008.

3. Heilige Jozefmaria, Brief 31-5-1954, nr. 30.

4. Paus Franciscus, Homilie in Sancta Martha, 3-5-2016.

5. Mt 8, 17; vgl. Jes 53, 4.

6. Mt 14, 14.

7. Joh 5, 6.

8. Vgl. Lc 7, 11-15.

9. Mt 15, 29-31.

10. Joh 9, 3.

11. Hand 5, 12-15.

12. Heilige Jozefmaria, Ongedateerde aantekeningen van een familiebijeenkomst (AGP, P01, 12-1981, blz. 9).

13. Heilige Jozefmaria, Brief 31-5-1954, nr. 30.

14. Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een familiebijeenkomst, 1-1-1969.

15. Paus Franciscus, Apost. exhort. Evangelii gaudium, 24-11-2013, nr. 125.

16. Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, nr. 21.

__________________________________________________________________________________________

Copyright © Prælatura Sanctæ Crucis et Operis Dei