Brief van de prelaat (september 2015)

In de brief van deze maand legt mgr. Javier Echevarría de relatie uit tussen het Kruis en de vreugde. Ook roept hij op tot een intensief gebed voor de gezinnen in de komende weken.

Pastorale brieven en berichten
Opus Dei - Brief van de prelaat (september 2015)

Mijn geliefde kinderen, moge Jezus jullie behoeden!

Ik schrijf jullie na mijn reis naar de Dominicaanse Republiek, Trinidad en Tobago en Colombia, voordat ik naar Torreciudad ga voor de priesterwijding van drie van mijn zonen, Geassocieerden van de Prelatuur, en voor de Mariale dag van het gezin. Op de eerste plaats wil ik jullie laten delen in mijn vreugde en dankbaarheid jegens de Heer voor de overvloedige geestelijke vruchten die ik op deze reis heb mogen zien: ik heb veel geleerd en ik heb elke dag aan jullie gedacht. Bij het zien van het apostolaatswerk in deze landen bedacht ik dat het de vrucht is van het verborgen en onopgemerkt willen blijven van de heilige Jozefmaria, al vanaf het begin, en zijn sterk geloof en volhardend gebed voor allen die na hem zouden komen. Het is duidelijk hoe God ook nu zorgt voor de uitbreiding van het Werk, op voorspraak van de allerheiligste Maagd Maria en van onze Vader.

Laten wij in het gedeelte van het Mariajaar dat ons nog rest vaker onze toevlucht nemen tot Maria. Zo kunnen we deze maand nog intenser bidden voor de Wereldgezinsdagen die in Philadelphia zullen plaatsvinden in aanwezigheid van de paus, en ook voor de plechtigheden op 5 september in Torreciudad. Ik wil jullie aanmoedigen in het bijzonder je toevlucht te nemen tot de voorspraak van onze geliefde don Álvaro. Op de 15e, het feest van Onze Lieve Vrouw van smarten, zullen we weer vol dankbaarheid de dag herdenken waarop hij tot opvolger van onze Vader werd gekozen. Het is logisch dat wij op zijn voorspraak steunen, ook omdat hij het apostolaat rond het gezin heel doeltreffend heeft gestimuleerd.

Ik wil jullie in deze septembermaand graag herinneren aan twee hoofdthema’s van het christelijk leven die niet van elkaar te scheiden zijn en die in ons persoonlijk leven wortel moeten schieten: het Kruis en de vreugde. Er is geen diepe vreugde mogelijk zonder dat deze geworteld is in de overgave van Jezus aan het Kruishout. Dit laat de liturgie van het feest van de Kruisverheffing, op de 14de, ons zien door ons enige woorden van Onze Heer voor ogen te houden die in vervulling zijn gegaan: wanneer Ik van de aarde zal zijn omhoog geheven, zal Ik allen tot Mij trekken.[1]

In 1938 heeft de heilige Jozefmaria op dit feest geschreven: Ik heb de Heer uit het diepst van mijn ziel gevraagd mij zijn genade te geven om het Heilig Kruis in mijn vermogens en zintuigen omhoog te heffen… Een nieuw leven! Een nieuwe bezegeling om de authenticiteit van mijn zending sterker te maken… Jozefmaria, aan het Kruis! –We zullen zien, we zullen zien.[2] Laten we ons verenigen met het smeekgebed van onze Vader en de Heer oprecht vragen dat Hij ons de genade geeft om het Heilig Kruis in onze ziel en in ons lichaam, in onze vermogens en zintuigen hoog op te heffen, zonder bang te zijn! Want als we heel dicht bij het Kruis zijn – met Christus aan het Kruis, zoals de heilige Jozefmaria dikwijls zei – krijgen wij een diepe vrede en sereniteit, ook als wij ons aanvankelijk een beetje verzetten. Op zo’n moment is het goed aan dat punt van de Weg te denken: Wilt U het, Heer? … Dan wil ik het ook![3]

Laten we ernaar streven dit verlangen in woord en daad door te geven: door het offer te beminnen, ook wanneer het onverwacht komt, en door het actief te zoeken in de kleine dingen van iedere dag. In laetítia, nulla dies sine cruce: Heer, wij willen niet dat er ook maar één dag voorbij gaat zonder Kruis, en dat willen we met vreugde en vrede dragen.

We kunnen erover nadenken hoe wij ons hiervan laten doordringen. Op momenten waarop ons ‘ik’ opstandig de kop opsteekt en we zien dat we ons moeten verloochenen, doen we dat dan met vreugde? Begrijpen wij dat deze houding, die nodig is om de anderen omwille van God te dienen, een duidelijk teken is van echte liefde? Begrijpen wij dat we, als we Jezus van dichtbij willen volgen, alle symptomen van teveel aan onszelf denken dienen te overwinnen?

Opdat het Werk op de wereld kon komen heeft de heilige Geest onze Vader over paden van versterving en boete geleid, zoals Hij ook met ons wil doen. We mogen deze goddelijke oproep niet inperken. We kunnen de genade vragen om als de gekruisigde Christus te worden, de weg om het ware geluk te bereiken. Daarom kunnen jij en ik ons de vraag stellen: houden wij van het Kruis? Zoeken wij het in de omstandigheden van ons dagelijks leven? Proberen wij onze bovennatuurlijke vreugde te activeren wanneer Jezus naar ons toekomt en ons een offer vraagt, door volgzaam te zijn aan wat Hij ons ingeeft voor ons geestelijk leven, ons werk en de broederlijkheid?

Het is belangrijk dat we deze overwegingen niet alleen op ons persoonlijk gedrag toepassen, maar ook op het gezinsleven, bij de Geassocieerden en Surnumerairs thuis, in de milieus waar we ons gewoonlijk bewegen. Het leven met andere personen biedt veel gelegenheden de ruwe kanten van ons karakter, van onze persoonlijkheid bij te schaven. Ik heb het niet over kleine onenigheden die er van tijd tot tijd kunnen zijn, als onvermijdelijk gevolg van nauw met anderen samen te leven, en die worden opgelost door om vergeving te vragen. Ik heb het over de diepere wonden die in gezinnen kunnen worden geslagen.

De paus waarschuwt voor een gevaar dat vaak aan de basis ligt van een verslechtering van de sfeer in het gezin. Wanneer deze wonden, die nog te herstellen zijn, niet verzorgd worden, wordt het erger: ze veranderen in arrogantie, vijandigheid en minachting. En op dat moment kunnen ze veranderen in zeer diepe wonden die verdeeldheid zaaien tussen man en vrouw en ertoe leiden ergens anders begrip, steun en troost te zoeken. Maar vaak denken deze ‘steunpilaren’ niet aan het welzijn van het gezin.[4]

Het middel voor deze situaties, opdat ze niet ontaarden in bijna ongeneeslijke wonden, ligt met de genade van God binnen handbereik. De paus heeft het bij diverse gelegenheden in drie woorden herhaald: alsjeblieft, bedankt, sorry.[5]

De dingen vragen met een ‘alsjeblieft’, zonder onredelijke eisen, zonder ongeduld, is een goed vaccin om botsingen te voorkomen, niet alleen tussen de echtgenoten, maar ook in de relatie met de kinderen en andere familieleden. Er bestaat een gezegde dat dit uitdrukt: je bereikt meer met honing dan met azijn. Bovendien moeten we bedenken dat alles in ons bestaan een geschenk is. Wat wij hebben ontvangen hebben wij niet verdiend: noch ons leven, noch het gezin waarin we zijn opgegroeid, noch onze natuurlijke en bovennatuurlijke gaven… Daarom horen wij dankbaar te zijn. De relaties tussen de mensen worden erg vergemakkelijkt als we oprecht ‘dankjewel’ weten te zeggen voor een misschien miniem detail dat een uiting is van echte genegenheid, van edelmoedige beschikbaarheid om de ander van dienst te zijn! En wanneer we iets verkeerd doen – uit egoïsme, ruwheid, ongevoeligheid –, laten we dan vergiffenis vragen. Dit is helemaal niet vernederend, eerder in tegendeel: het laat grootmoedigheid zien.

Ik ben God er erg dankbaar voor dat wij in het Werk deze geest van onze Vader hebben geleerd. Je moet je karakter in je zak stoppen – zei hij – en uit liefde voor Jezus Christus glimlachen en het leven voor de mensen om je heen aangenaam maken.[6] Aan echtparen gaf hij een raad mee die ook op andere interpersoonlijke relaties kan worden toegepast: omdat we menselijke schepselen zijn kunnen we soms ruzie maken; maar niet meer dan een beetje. En daarna moeten beiden erkennen dat zij de schuld hebben en tegen elkaar zeggen: vergeef me! En elkaar een flinke omhelzing geven… En vooruit maar! Maar dat duidelijk is dat jullie lange tijd niet weer opnieuw zullen redetwisten.[7]

Ik ga terug naar het begin van deze brief. Wij horen mannen en vrouwen van geloof te zijn. Veel mensen laten zien dat ze soms geen vaste beginselen hebben en dus het Kruis moeten leren beminnen, een situatie die ons niet mag ontmoedigen. Al werken wij in een verborgen hoekje, al komen we nauwelijks van onze plaats, laten we eraan denken dat onze inspanning om Christus in onze zintuigen en vermogens, in onze ziel en in ons lichaam te verheffen, een onvoorstelbare uitwerking heeft: want Hij is het die leven zal geven aan onze wereld door zich te bedienen van dit armzalig instrument dat ieder van ons is. Wij mogen deze taak niet naast ons neerleggen, mijn kinderen. Het is tijd – zoals onze Vader zei – om dagelijks op te gaan naar het Kruis en met kracht dát te vragen waar de heilige Jozefmaria Onze Lieve Heer vaak om smeekte wanneer hij het kruisbeeld kuste: Heer, kom van het kruis af; het is nu mijn beurt om erop te klimmen.

Hopelijk vragen wij ons vaak af: wat zou Jezus nu doen? Hoe zou Hij zich overgeven? Ik ben ervan overtuigd dat ons kleine kruis, het jouwe en het mijne, als we het vastbesloten en met vreugde opnemen, en tevreden zijn dat we het zijn tegengekomen, de wonden van de wereld van vandaag kan zuiveren. Er is geen reden voor pessimisme: mét Christus hongeren wij ernaar om God te doen kennen aan degenen die ver van Hem verwijderd zijn. Zo zullen wij bijdragen aan de verbetering van de maatschappij en aan het herstel van het gezin, wat wij vol vertrouwen aan de allerheiligste Maagd Maria vragen, in het bijzonder op de 8e september waarop we haar geboorte herdenken.

Ik vraag jullie ook voor de komende synode te bidden en zegen jullie met alle genegenheid.

Jullie Vader

+ Javier

Pamplona, 1 september 2015

_____________________________________________________________

Copyright © Prælatura Sanctæ Crucis et Operis Dei



1. Joh. 12, 32.

2. Heilige Jozefmaria, Persoonlijke aantekeningen, nr. 1587 (14-9-1938); in Vázquez de Prada, A., ‘El Fundador del Opus Dei’, II, blz. 321.

3. Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 762.

4. Paus Franciscus, Toespraak bij de algemene audiëntie, 24-6-2015.

5. Vgl. Paus Franciscus, Toespraak bij de algemene audiëntie, 13-5-2015.

6. Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een familiebijeenkomst, 4-6-1974.

7. Ibid.