Brief van de prelaat (september 2014)

Bisschop Javier Echevarria stelt voor om ons tot Onze Lieve Vrouw te wenden als wij ons goed willen voorbereiden op de zaligverklaring van don Álvaro. Hij vraagt ook om gebeden voor degenen over de hele wereld die lijden onder religieuze vervolging.

Pastorale brieven en berichten
Opus Dei - Brief van de prelaat (september 2014)

Mijn geliefde kinderen, moge Jezus jullie behoeden!


We zijn aan de laatste etappe tot de zaligverklaring van onze geliefde Don Álvaro begonnen. Hoe lang en hoe kort lijkt mij het aantal dagen tot 27 september! Hetzelfde overkwam Don Álvaro in de laatste weken voor de zaligverklaring van onze Vader. Hij gaf ons toen een paar ideeën die ik nu overneem: "Om profijt te hebben van de zeer overvloedige genaden die de Heer en zijn heilige Moeder in de zielen willen uitstorten (...), moeten jullie je innerlijk heel goed voorbereiden. Zoek God in je harten probeer voortdurend met Hem te praten, de normen heel goed te vervullen, de vermoeidheid en tegenslagen op te offeren die zich bij het reizen kunnen voordoen."[1] Zoals jullie zien, is deze aansporing van toepassing.


Ik heb jullie een tijd geleden enkele suggesties gedaan die ons kunnen helpen bij de geestelijke voorbereiding op deze gebeurtenis. Misschien kan iedereen zich nu, in de stilte van het gebed, afvragen hoe hij de wens heeft gevoed – vertaald in concrete voornemens en een dagelijkse edelmoedige strijd – om de genade die God onze Heer in onze ziel zal uitstorten beter te kunnen ontvangen. Hoe dan ook, het is nooit te laat om het tempo op te voeren in de komende vier weken en een grotere persoonlijke vroomheid te krijgen.

Deze wens wordt ook versterkt door de Mariafeesten, waarvan we er in september bijna elke week een vieren. De 8ste is het feest van de geboorte van de Maagd Maria, de geheel heilige, het meest behaaglijke schepsel in de ogen van God. Vanaf het moment van haar Onbevlekte Ontvangenis was zij vol van genade, en elke dag groeide zij in deze volheid totdat zij met lichaam en ziel in de hemel werd opgenomen. Het is een goed moment om met hernieuwd vertrouwen naar de voorspraak van onze Moeder te gaan en haar te vragen dat de genade van haar Zoon ons grondig reinigt van al onze ellende, zelfs van de geringste. Laten we daarom de sacramentele biecht liefdevol verzorgen en anderen helpen om goed voorbereid dit sacrament van genade en vreugde te ontvangen.


Op de 12de volgt een ander liturgisch feest: de allerheiligste Naam van Maria. Wat een genot voor de ziel haar naam uit te spreken! Als de naam van Jezus, zoals de heilige Bernardus het uitdrukt, 'honing in de mond, melodie in het gehoor, vreugde in het hart'[2] is, dan kan iets soortgelijks gezegd worden over de naam van Maria. Daarom raad ik jullie aan om deze dagen een bijzondere inspanning te doen om het Weesgegroet, vooral bij de rozenkrans, goed te bidden. De herhaalde, maar steeds weer nieuwe aanroeping van deze zoete naam die door God gekozen is, is als een balsem die de tegenstellingen verzacht, muziek die een genot is voor de oren van het hart, voedsel vol smaak voor het gehemelte.


Halverwege de maand, op de 15de, zullen we Onze Lieve Vrouw van Smarten herdenken die iuxta crucem Iesu, bij het kruis van Jezus, innig verenigd was met het offer van haar Zoon en ons als haar kinderen aannam.[3] Wat zou ik jullie anders zeggen dan dat wij onze gebeden moeten laten samengaan met de smakelijke kruiden van de versterving? Zo zal het gemakkelijker zijn om de Heer ertoe te bewegen ons zijn gaven te geven. Geen wonder dat de Kerk de smarten van Onze Lieve Vrouw herdenkt op de dag na de Kruisverheffing. Onze Moeder wil ons inspireren tot een grote toewijding aan de gekruisigde Christus en een tedere devotie, die van een kind, tot de Maagd Maria, Moeder van God en onze Moeder die daar, sterk ,doorboord door het lijden, alleen of nagenoeg alleen, bij het Kruis staat.


Kinderen, denk erover na, voegde de heilige Jozefmaria toe. Zeg iets tegen de Heer en ook tegen zijn Moeder, zeg wat wij tegen onze moeder zouden zeggen als we haar zo zouden zien: beledigd, slecht behandeld, met de ogen van gemene mensen op haar gericht. En dat alles uit liefde voor haar Zoon, in verlangen met Hem gekruisigd, vol beledigingen en vernederingen.[4]


Ook is de 15de de dag van de verkiezing van Don Álvaro als eerste opvolger van de heilige Jozefmaria aan het hoofd van het Opus Dei. Ik raad jullie aan om dikwijls het gebed van zijn prentje te bidden en de noden van de Kerk, van het Werk, de wereld, van elke persoon, aan zijn voorspraak toe te vertrouwen. Bij het treurige schouwspel van een verdeelde wereld, met volken die met elkaar in vijandschap leven, met families die verscheurd zijn door onenigheid, is Gods belofte van vrede en eenheid, in het Oude Testament aangekondigd en bekrachtigd in het Nieuwe Testament, iets dat ons met hoop vervult: zij wijst naar een toekomst die God nu reeds voor ons voorbereidt. Toch – legt de paus uit – is die belofte onafscheidelijk verbonden met een gebod: het gebod om terug te keren tot God en met heel zijn hart aan zijn wet te gehoorzamen (cfr. Deut. 30, 2-3). De goddelijke gave van verzoening, eenheid en vrede is onafscheidelijk verbonden met de genade van bekering: het gaat om een omvorming van het hart die de loop van ons leven en onze samenleving, als enkeling en als volk, kan veranderen.[5]


Tenslotte wordt op 24 september in sommige plaatsen het feest van 'Onze Lieve Vrouw tot vrijkoping van de slaven' gevierd, een aanroeping van Maria die dicht bij de geschiedenis van het Werk staat: onze Vader heeft bij veel gelegenheden voor haar beeld gebeden, met name in 1946, vóór zijn eerste reis naar Rome en bij de terugkomst daarvan. We kunnen, met de hulp van Don Álvaro, de geestelijke vruchten van de komende dagen met een groot vertrouwen in haar handen laten.


Zoals ik jullie in de brief van de vorige maand vroeg, wil ik jullie opnieuw vragen om de mannen en vrouwen die in verschillende delen van de wereld lijden of vervolgd worden om hun geloof niet alleen te laten. Denk niet dat we niets kunnen doen. Hoewel we fysiek ver van hen vandaan zijn, kunnen wij hen in hun lijden steunen met ons gebed, met ons offeren, waar mogelijk, ook met onze materiële diensten; vooral met een grotere ongeschonden trouw aan onze christelijke plichten.


De heilige Jozefmaria schreef dat ons apostolisch werk zal bijdragen aan de vrede, aan de onderlinge samenwerking van de mensen, aan de rechtvaardigheid, aan het voorkómen van oorlogen, van isolatie, van nationaal egoïsme en van persoonlijk egoïsme: want iedereen zal beseffen dat hij deel uitmaakt van heel de grote menselijke familie die door de wil van God wordt geleid naar de volmaaktheid.[6]


Alle oorlogen zijn een plaag voor de mensheid, maar ze zijn helemaal verschrikkelijk wanneer ze met het valse en lasterlijke excuus gevoerd worden in de naam van God te handelen, zoals paus Franciscus – en eerder zijn voorgangers – vele malen naar voren hebben gebracht. In het bijzonder in de afgelopen weken is de situatie zeer dramatisch geworden voor christenen en andere religieuze gemeenschappen in Irak, evenals in Syrië, Nigeria en andere plaatsen. Aan de wreedheden waaraan deze zusters en broers van ons worden onderworpen, krijgt de overweging van de heilige Vader bij een van zijn ochtend preken in de kapel van het Huis van de Heilige Marta opnieuw actualiteit: Vandaag de dag zijn er meer getuigen, meer martelaren in de Kerk dan in de eerste eeuwen. En in deze Mis, waarin we onze roemrijke voorouders hier in Rome herdenken, denken wij ook aan onze broeders en zusters die vervolgd worden, die lijden en met hun bloed het zaad van vele kleine Kerken die ontstaan, doen groeien. Laten wij voor hen en ook voorons bidden.[7]


Laten we Don Álvaro in de maand van zijn zaligverklaring vragen voor de vrede in de wereld en vooral voor troost voor deze christenen en vele andere mensen van goede wil die worden aangevallen omwille van hun geloof. Hij werd in zijn jeugd om religieuze redenen vervolgd en hij werd geconfronteerd met de mogelijkheid van het martelaarschap, met volledige bereidheid dat te ondergaan als de Heer dat van hem vroeg, toen de militie bij een fouillering in de eerste maanden van de Spaanse Burgeroorlog een kruisje in zijn broekzak aantrof, waardoor hij in die tijd het risico liep van een gevangenisstraf en een zware veroordeling.


Hetzelfde gebeurde toen hij in de gevangenis zat en werd bedreigd door cipiers die zelfs een pistool tegen zijn slaap zetten. Hij gaf zich over in de handen van de Heer zonder een gebaar dat in tegenspraak zou zijn met het geloof of de hoop waarmee zijn ziel gevoed werd. Ik ben er zeker van dat hij dit gebed van ons met een bijzondere effectiviteit bij God zal brengen. Misschien kunnen we een gebed herhalen dat de heilige Jozefmaria in soortgelijke omstandigheden schreef: Onze vriend bad voor een priester die uit haat tegen het geloof gevangen was genomen. Een mooi gebed dat ook jij vaak zou moeten herhalen: 'Mijn God, troost hem, want hij wordt vervolgd vanwege U. Hoe velen lijden er niet omdat zij U dienen!'[8]


Laten we ons tegelijk met een diep geloof aanbevelen bij deze nieuwe martelaren die onze tijdgenoten zijn. We vragen hun ook ons vanuit de hemel te steunen en te helpen om in onze gezinnen, in de buurt en de stad waar we wonen, in ons land en in de hele wereld, en onder de armen en zieken, getuigen te zijn van de liefde van Christus. Mogen wij christenen allemaal, zoals die martelaren, in deze wereld van ons die zo'n behoefte heeft aan zaaiers van vrede en vreugde, een brandend licht weten te zijn.


Ik keer terug naar de onmiddellijke voorbereidingen voor 27en 28 september in Madrid en voor de 30ste in Rome. Zoals de aanstaande zalige ons heeft gesuggereerd,"volg de aanwijzingen die ze jullie zullen geven zo goed mogelijk op. Het zijn er weinig, maar ze zijn nodig voor een goed verloop van de ceremonies en opdat alle deelnemers er profijt van zullen hebben voor hun geestelijke leven.Mijn kinderen – ging hij verder – , beleef deze dagen met veel bovennatuurlijke visie en laat in de liturgische ceremonies met natuurlijkheid en eenvoud jullie vroomheid zien."[9]


Laten we ons inzetten om deze raadgevingen door te geven aan alle mensen die deze viering – van veraf of van nabij – met ons zullen meebeleven. Het zal voor iedereen een motief van vreugde zijn dat degenen die de Mis van de zaligverklaring bijwonen, evenals de Missen die de daaropvolgende dagen uit dankbaarheid worden opgedragen, als uit één mond en rustig op de woorden van de priester antwoord geven. “Mogen hun gezangen – gezangen van dankbaarheid jegens God en van vreugde – luid weerklinken en met de kracht van de liefde tot de hemel doordringen: et clamor meus ad te véniat (Ps. 101 [102] 2). Dit, het geluid van jullie gebeden en gezangen, moet – zo eindigde don Álvaro – het enige geluid zijn dat in de liturgische ceremonies te horen is (…), doordrenkt van bovennatuurlijke visie, van een geest van gebed en van een serene vreugde."[10]


Laten we ook trachten meer liefde te leggen in de wake bij het Allerheiligste, de eerste vrijdag van de maand. En intensiveer het apostolaat van de biecht, waar Don Álvaro zo veel van hield, evenals het gebed voor de paus en zijn intenties. Gisteren heb ik twee geassocieerde broers van jullie tot priester gewijd. Bid in het bijzonder voor hen en voor alle priesters.


Ik ben bijzonder blij jullie mee te delen dat ik – samen met jullie allen – mijn dochters en zonen van Venezuela heb kunnen vergezellen en daar de verjaardag van mijn priesterwijding heb kunnen doorbrengen. Er zullen overvloedige vruchten uit hun apostolaatswerk voortkomen.


Ik wijd niet verder uit. Ik verzeker jullie dat ik jullie allen heel aanwezig heb in mijn gebeden, vooral degenen die om verschillende redenen niet fysiek de zaligverklaring van Don Álvaro kunnen bijwonen. Zoals ik jullie reeds heb gezegd, zullen wij allen heel verenigd zijn in ons gebed en in onze intenties.


Met alle genegenheid zegent jullie en denkt heel bijzonder aan jullie


jullie Vader


+ Javier


Torreciudad, 1 september 2014


1. Don Álvaro, Brief, 27-4-1992.

2.Heilige Bernardus, Preek 15 over het Hooglied, III, n. 6 (“Opera Omnia", ed. Cister. 1957, I, p. 86).

3. Cfr. Joh19, 26-27.

4. Heilige Jozefmaria, aantekeningen van een meditatie, 15-9-1972.(“Mientras nos hablaba en el camino", pp. 340-341).

5. Paus Franciscus, Homilie in Seoul, 18-8-2014.

6. Heilige Jozefmaria, Brief 9-I-1932, nr. 38.

7. Paus Franciscus, Homilie, 30-6-2014.

8. Heilige Jozefmaria, De Smidse, nr. 258.

9. Don Álvaro, Brief, 27-4-1992.

10. Ibid.

___________________________________________________________________________

Copyright © Prælatura Sanctæ Crucis et Operis Dei