Brief van de prelaat (november 2013)

Beschouwing van de twee laatste artikelen van het Geloof: "Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend Rijk".

Pastorale brieven en berichten

Geliefde kinderen, moge Jezus jullie bewaren!

Over een paar weken eindigt het Jaar van het geloof: de heilige Vader zal het de op 24ste, het hoogfeest van Christus Koning, afsluiten. Dit is voor mij aanleiding om jullie uit te nodigen opnieuw enkele woorden te lezen die onze Vader in een van zijn preken opnam: als wij de geloofsbelijdenis bidden belijden wij ons geloof in God de almachtige Vader, in Jezus Christus zijn Zoon die gestorven en verrezen is, in de heilige Geest die Heer is en het leven geeft. Wij belijden dat de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk het Lichaam van Christus is dat door de heilige Geest wordt bezield. Wij belijden vol blijdschap de vergiffenis van de zonden en de hoop op het eeuwig leven. Dringen deze waarheden tot in het diepst van ons hart door, of komen ze alleen maar op onze lippen? [1]

Het hoogfeest van Allerheiligen dat we vandaag vieren, en morgen de herdenking van de overleden gelovigen, zijn een aansporing om onze eeuwige bestemming voor ogen te hebben. Deze liturgische feestdagen worden weergegeven in de laatste artikelen van het geloof. Immers “het christelijke Credo – de belijdenis van ons geloof in God de Vader, de Zoon en de heilige Geest en in zijn scheppend, verlossend en heiligmakend handelen – vindt zijn hoogtepunt in de verkondiging van de verrijzenis van de doden aan het einde der tijden, en in het eeuwig leven.” [2]

Kortom, het Credo vat “de vier laatste dingen”, de uitersten samen, waarmee elke persoon en het hele universum – op individueel en collectief niveau – te maken krijgt. Bij een juist gebruik van de reden voelt men aan dat er na het leven op aarde een hiernamaals is waar de gerechtigheid die hier beneden zo vaak geweld wordt aangedaan, geheel hersteld zal worden. Maar alleen in het licht van de goddelijke openbaring – en vooral met de helderheid van de menswording, de dood en de verrijzenis van Jezus Christus – krijgen deze waarheden scherpe contouren, ook al blijven ze onder de sluier van een mysterie gehuld.

Dankzij het onderricht van onze Heer verliezen de uitersten de grimmige en fatalistische betekenis die veel mannen en vrouwen er in de loop van de geschiedenis aan hebben toegeschreven en dat nog doen. De lichamelijke dood is voor iedereen een duidelijk gegeven, maar in Christus krijgt deze een nieuwe zin. De dood volgt niet alleen uit het feit dat wij materiële schepselen zijn met een fysiek lichaam dat van nature neigt tot vergankelijkheid, de dood is – zoals het Oude Testament al openbaarde – ook meer dan een straf voor de zonde. De heilige Paulus schrijft: voor mij is het leven Christus en het sterven winst. En op een ander moment voegt hij eraan toe: hoe waar is dit woord: als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij met Hem leven. [3] ”Hierin is het wezenlijk nieuwe van de christelijke dood gelegen: door het doopsel is de christen op sacramentele wijze al ‘gestorven met Christus’ om een nieuw leven te beginnen; en als wij in de genade van Christus sterven, is de lichamelijke dood de volle verwerkelijking van dit ‘sterven met Christus’ en voltooit hij onze inlijving in Hem in zijn verlossende heilsdaad. [4]

De Kerk is te allen tijde Moeder. Zij heeft ons opnieuw geboren laten worden in de wateren van het doopsel waarmee ze ons het leven van Christus gaf en tegelijkertijd de belofte van de toekomstige onsterfelijkheid. Later zorgde zij ervoor dat dit ‘zijn’ en ‘wandelen’ met Christus zich in onze ziel kon ontwikkelen door de andere sacramenten, vooral door de biecht en de Eucharistie. Later, wanneer de ernstige ziekte komt en vooral het moment van de dood, buigt zij zich opnieuw over haar dochters en zonen, en sterkt zij ons door de ziekenzalving en de communie als viaticum: zij voorziet ons van alles wat we nodig hebben om met hoop en vreugdevolle vrede de laatste reis te beginnen die, met Gods genade, zal eindigen in de armen van onze hemelse Vader. Dit verklaart waarom de heilige Jozefmaria, zoals vele heiligen voor en na hem, met duidelijke en optimistische woorden over de christelijke dood schreef: Wees niet bang voor de dood. Aanvaard hem reeds nu, edelmoedig..., wanneer God het wil..., zoals God het wil..., waar God het wil. - Twijfel er niet aan: hij zal komen op de tijd, de plaats en de manier die voor ons het meest geschikt is..., gestuurd door God, jouw Vader. Welkom zij onze broeder de dood! [5]

Ik denk nu aan de vele mensen – vrouwen en mannen van het Opus Dei, hun familieleden, vrienden en medewerkers – die op het punt staan hun ziel aan God te geven. Ik vraag voor hen allen de genade van een heilig heengaan, vol vrede, heel verenigd met Jezus Christus. De verrezen Heer is de hoop die nooit afzwakt, die nooit teleurstelt (cfr. Rom 5, 5) (…). Hoe dikwijls vervliegt de hoop in ons leven niet, hoe vaak worden de verwachtingen die we in ons hart hebben niet verwezenlijkt. Onze christelijke hoop is sterk, zeker, solide op deze aarde, waar God ons geroepen heeft om te lopen, en staat open voor de eeuwigheid, want ze is gefundeerd in God die altijd trouw is. [6]

Ik stel jullie voor om deze maand die gewijd is aan de overleden gelovigen, de paragrafen van de Catechismus van de Katholieke Kerk over de uitersten te herlezen en erover na te denken. Jullie zullen er redenen voor hoop en bovennatuurlijk optimisme vinden en een nieuwe impuls voor de geestelijke strijd van elke dag. Ook de bezoeken aan begraafplaatsen die deze weken vanuit een vrome traditie op veel plaatsen worden gebracht, kunnen voor degenen waarmee wij apostolisch contact hebben een gelegenheid zijn om de eeuwige waarheden te beschouwen en intensiever op zoek te gaan naar onze God die ons volgt en ons met de tederheid van een Vader roept.

Met de dood eindigt de tijd om goede werken te doen en verdiensten te verkrijgen bij God, en meteen daarna vindt het persoonlijk oordeel over iedereen plaats. Het maakt immers deel uit van het geloof van de Kerk dat “zodra hij gestorven is, iedere mens in zijn onsterfelijke ziel de eeuwige vergelding ontvangt in een bijzonder oordeel dat zijn leven in het licht van Christus plaatst, zodat hij ofwel een loutering ondergaat ofwel onmiddellijk in de gelukzaligheid van de hemel binnentreedt ofwel onmiddellijkvoor eeuwig verdoemd wordt.” [7]

De belangrijkste materie van dit oordeel zal de liefde tot God en de naaste zijn, wat tot uitdrukking komt in de trouwe vervulling van de geboden en plichten van staat. Er zijn veel mensen die het vermijden om over deze realiteit na te denken, alsof ze zo het rechtvaardig oordeel van God, dat altijd vol barmhartigheid is, zouden kunnen ontlopen. Zoals de heilige Jozefmaria het uitdrukte, moeten wij, kinderen van God, niet bang zijn voor het leven of voor de dood. Als we stevig verankerd zijn in ons geloof, als we met berouw naar de Heer gaan in het sacrament van de boete wanneer we Hem beledigd hebben of we onze onvolmaaktheden willen zuiveren, als we vaak het Lichaam van Christus ontvangen in de Eucharistie, is er geen reden om bang te zijn voor dat moment. Laten we overdenken wat onze Vader vele jaren geleden schreef: “ Ik was geamuseerd toen u zei dat Onze Lieve Heer u ‘ter verantwoording’ zal roepen. Nee, voor u allen zal Hij geen Rechter zijn in de strikte zin van het woord, maar gewoon Jezus.” Deze regels, geschreven door een heilige bisschop, die meer dan één bedroefd hart hebben getroost, kunnen ook het jouwe troosten . [8]

Bovendien – en dit is reden tot nog meer blijdschap – laat de Kerk haar kinderen ook na de dood niet alleen: in iedere Mis is zij, als een goede Moeder, een voorspreekster voor de overleden gelovigen opdat zij de eeuwige heerlijkheid mogen binnengaan. Vooral in de maand november zet de zorgzaamheid haar aan om meer voor de overledenen te bidden. In het Werk – dat een deeltje van de Kerk is – geven we royaal respons aan dit verlangen door met liefde en dankbaarheid de aanbevelingen van de heilige Jozefmaria voor deze weken op te volgen, en het heilig Misoffer en de heilige Communie vaak voor de overleden gelovigen van het Opus Dei, voor onze overleden familieleden, medewerkers en voor alle zielen in het vagevuur op te offeren. Zien jullie dat de overweging van de uitersten niet triest is, maar een bron van bovennatuurlijke vreugde? Met het volste vertrouwen wachten wij op de definitieve oproep van God en de voleinding van de wereld op de laatste dag, wanneer Christus vergezeld van alle engelen zal komen om bezit te nemen van zijn rijk. Dan zal de verrijzenis plaatsvinden van alle mannen en vrouwen, van de eerste tot de laatste, die de aarde bevolkt hebben.

De Catechismus van de Katholieke Kerk stelt dat dit “vanaf het begin een wezenlijk element van het christelijk geloof is geweest.” [9] Daarom heeft zij vanaf het begin onbegrip en tegenstand ondervonden. Wat gebeurt is dat men “over het algemeen aanvaardt dat het leven van de mens na de dood in geestelijke zin wordt voortgezet. Maar hoe kan men geloven dat dit zo duidelijk sterfelijk lichaam kan verrijzen tot het eeuwig leven?” [10] Maar zo zal het aan het einde van de tijd, door de almacht van God, gaan. De geloofsbelijdenis van Athanasius bevestigt nadrukkelijk: ‘Alle mensen zullen met hun lichaam opstaan en verantwoording afleggen over hun daden. En die het goede gedaan hebben zullen in het eeuwig leven binnengaan, wie kwaad hebben bedreven in het eeuwig vuur.’ [11]

De goedertierenheid van God, onze Vader, is buitengewoon. Hij heeft ons geschapen als wezens met ziel en lichaam, met geest en materie, en Hij heeft bepaald dat we zo bij Hem terugkeren om in het hiernamaals voor eeuwig te genieten van zijn goedheid, zijn schoonheid, zijn wijsheid. Er is een schepsel dat ons door het unieke plan van de Heer in deze glorierijke verrijzenis is voorafgegaan: de allerheiligste Maagd Maria, de Moeder van Jezus en onze Moeder, is met lichaam en ziel in de hemelse heerlijkheid opgenomen. Nog een reden voor hoop en vertrouwvol optimisme!

Laten we deze goddelijke beloften die niet kunnen falen voor ogen hebben, vooral in tijden van pijn, vermoeidheid, lijden... Kijk hoe de heilige Jozefmaria zich eens uitdrukte toen hij over de uitersten preekte: Heer, ik geloof dat ik uit de dood zal opstaan, ik geloof dat mijn lichaam zich weer met mijn ziel zal verenigen om voor eeuwig met U te heersen: door uw oneindige verdiensten, door de voorspraak van uw Moeder, door de voorliefde die U voor mij hebt . [12] Denk niet dat deze brief ook maar in de geringste mate pessimistisch bedoeld is. Integendeel, ze herinnert ons aan de omhelzing van God die ons wacht als we trouw zijn.

Na de verrijzenis van de doden zal het laatste oordeel plaatsvinden. Er zal niets veranderen aan wat in het bijzonder oordeel reeds is beslist, maar “wij zullen de uiteindelijke betekenis van heel het scheppingswerk en heel de heilseconomie kennen en wij zullen de wonderbare wegen begrijpen waarlangs zijn voorzienigheid alles naar het einddoel geleid zal hebben. Het laatste oordeel – concludeert de Catechismus van de Katholieke Kerk – zal openbaren dat Gods rechtvaardigheid zegeviert over alle onrecht bedreven door zijn schepselen, en dat zijn liefde sterker is dan de dood.” [13]

Natuurlijk weet niemand wanneer of hoe deze laatste gebeurtenis van de geschiedenis zal plaatsvinden, noch hoe de vernieuwing van de materiële wereld zal zijn die daarmee gepaard gaat: het is iets dat God in zijn voorzienigheid heeft voorbereid. Het is aan ons om waakzaam te zijn omdat – zoals de Heer vaak zei – gij dag noch uur kent. [14]

In de catechese over het Credo zegt paus Franciscus ons dat de beschouwing van het oordeel o ns nooit bang moet maken; het moet ons eerder aanzetten om het heden beter te beleven. In zijn barmhartigheid en geduld geeft God ons deze tijd om Hem iedere dag in de armen en kleinen te leren herkennen, opdat wij ons beijveren om het goede te doen en waakzaam te zijn door gebed en liefde. [15] De beschouwing van de eeuwige waarheden wordt bovennatuurlijker in ons door de heilige vrees voor God , een gave van de heilige Geest die ons ertoe drijft – zoals de heilige Jozefmaria zei – om de zonde in al haar vormen te verafschuwen, want alleen de zonde kan ons weghalen van de barmhartige plannen van God, onze Vader.

Mijn dochters en zonen, laten we deze laatste waarheden diepgaand beschouwen. Zo zal onze hoop groeien bij de gedachte aan de eeuwige zaligheid die Jezus Christus ons heeft beloofd als we Hem trouw zijn, en we zullen bij moeilijkheden vol optimisme zijn, steeds weer opstaan bij ons kleine en minder kleine misstappen, want God zal ons zijn genade niet weigeren. “Dit volmaakte leven samen met de allerheiligste Drie-eenheid, deze gemeenschap van leven en liefde met de Drie-eenheid, de Maagd Maria, de engelen en alle gelukzaligen wordt ‘hemel’ genoemd. De hemel is het uiteindelijk doel en de verwezenlijking van de diepste verlangens van de mens, de hoogste en definitieve staat van geluk.” [16]

De hemel: ‘Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en geen mens kan zich voorstellen wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben .’ Spoort deze openbaring van de apostel je niet aan om te strijden? [17] Ik durf daar aan toe te voegen: denk je vaak aan de hemel? Ben je iemand vol hoop, aangezien de Heer jou oneindig veel liefheeft? Laten we ons hart tot de allerheiligste Drie-eenheid verheffen die ons altijd zal blijven begeleiden.

Jullie hebben het bericht gekregen dat de heilige Vader mij op 18 oktober in audiëntie heeft ontvangen. Wat doet het goed bij de paus te zijn! Hij gaf uiting aan zijn genegenheid en dankbaarheid jegens de Prelatuur voor het apostolaat in de hele wereld. Mijn dochters en zonen, het is een reden te meer om niet te verslappen in ons gebed voor de paus, voor zijn intenties en zijn medewerkers. Een paar dagen geleden lazen we in een van de lezingen van de Mis hoe Aäron en Chur de armen van Mozes van de morgen tot avond ondersteunden,

zodat de leider van Israël onvermoeibaar kon bemiddelen voor zijn volk. [18] Het is onze taak en die van alle christenen om de paus met onze gebeden en onze verstervingen te steunen bij het vervullen van de missie die Christus hem in de Kerk heeft toevertrouwd.

De 22ste is de dag waarop de heilige Jozefmaria de roos van Rialp vond tijdens de tocht over de Pyreneeën in 1937. Dit gebeurde op de dag na het feest van de opdracht van Onze Lieve Vrouw, en onze Vader interpreteerde deze vondst als een teken van de hemel dat hij zijn weg moest voortzetten, om in vrijheid zijn priesterlijk werk te blijven ontwikkelen op plaatsen waar godsdienstvrijheid werd gerespecteerd: weer een uitnodiging van de Maagd Maria om meer met haar om te gaan.

Blijf voor mijn intenties bidden. In deze dagen in het bijzonder voor jullie broers die op de 9de diaken worden gewijd. Laten we ons voorbereiden op het hoogfeest van Christus Koning met de hoop en het optimisme die de overweging van de eeuwige waarheden in ons hart verder doen groeien. En laten we onze Heer danken voor de nieuwe verjaardag van de pauselijke oprichting van de prelatuur van het Opus Dei op de 28ste.

Met alle genegenheid zegent jullie,

jullie Vader

+ Javier

Rome, 1 november 2013

1. Heilige Jozefmaria, Christus komt langs , nr. 129.

2. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 988.

3. Fil 1, 21 en 2 Tim 2, 11.

4. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr.1010.

5. Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 739.

6. Paus Franciscus, Toespraak tijdens de algemene audiëntie, 10-4-2013.

7. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1022.

8. Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 168.

9. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 991.

10. Ibid ., nr. 996.

11. De geloofsbelijdenis van Athanasius of Quicúmque , 38-39.

12. Heilige Jozefmaria,aantekeningen van een meditatie, 13-12-1948.

13 . Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1040.

14. Mt 25, 13.

15. Paus Franciscus, Toespraak tijdens de algemene audiëntie, 24-4-2013.

16. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1024.

17. Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 751.

18. Cfr. Ex 17,10-13.

Copyright © Prælatura Sanctæ Crucis et Operis Dei