Brief van de prelaat (mei 2015)

In de brief van mei raadt mgr. Javier Echevarría aan toevlucht te nemen tot het gebed om "zelfs de kleinste scheurtjes te herstellen" die zich voor kunnen doen onder gezinsleden.

Pastorale brieven en berichten
Opus Dei - Brief van de prelaat (mei 2015)

Mijn geliefde kinderen: moge Jezus jullie behoeden!

Het begin van de meimaand die in veel landen bijzonder aan Maria is toegewijd, herinnert ons eraan dat we de sfeer van Nazareth, de deugden en de manier van doen van het heilig Huisgezin, overal willen uitdragen, vooral aan de hand van het voorbeeld van Maria.

Vandaag vieren wij het liturgische feest van Sint Jozef arbeider: de man aan wie God de zorg voor Jezus en Maria, zijn twee grote schatten op aarde, heeft toevertrouwd. Dit feest, dat een echte toegangspoort tot de maand van Maria is, nodigt ons uit dieper door te dringen in het huis van Nazareth. En laten we niet vergeten dat dit huisgezin nu voortleeft in de Kerk die de ware familie van God is; in de gezinnen van de christenen en in deze kleine familie binnen de Kerk die de Prelatuur van het Opus Dei is.

In de loop van dit Mariajaar bidden we, en dat doen we met volharding, in het bijzonder voor het gezin, opdat het ten volle een weerspiegeling is van het plan van God en zich aanpast aan het goddelijk model dat ons getoond wordt in Bethlehem, in Nazareth en overal waar Jezus van zijn vermoeiende tochten uitrustte. Hoe zouden we niet ook denken aan het huis in Bethanië, waar Lazarus, Martha en Maria de Meester gastvrijheid verschaft hebben door alle mogelijke moeite te doen om Hem het beste te bieden, zodat Hij kon uitrusten! Daarom noemde onze Vader – jullie weten het heel goed – de tabernakels Bethanië en spoorde hij ons aan om voortdurend attent en liefdevol te zijn voor Onze Lieve Heer, door Jezus samen met Maria en Jozef te aanbidden.

Ook al proberen wij op elk moment in ons gezin de sfeer van de heilige Familie weer te geven, toch mag het ons niet verbazen dat wij soms de sereniteit niet weten te weerspiegelen die daar altijd heerste. Laten we denken aan wat Maria en Jozef meemaakten toen zij overhaast voor de vervolging van Herodes moesten vluchten; en laten we niet vergeten dat in de bladzijden over de jonge Kerk niet alleen de harmonie wordt beschreven die de eerste christenen verenigde, maar dat er ook wordt verteld hoe de vrede soms werd verstoord door de vervolgingen en het onbegrip van de omgeving, of zelfs door het slechte gedrag van sommigen. Maar met de hulp van de heilige Geest hebben zij die hindernissen overwonnen en zijn ze met een serene loyaliteit trouw gebleven aan Jezus Christus.

In de schoot van een gezin kunnen er af en toe meningsverschillen zijn die de sfeer van genegenheid die zo eigen is aan een leven van geloof kunnen breken. Als dat gebeurt moeten we – zoals altijd – onze toevlucht nemen tot het gebed om zelfs het kleinste scheurtje tussen de verschillende gezinsleden te herstellen. Zo werken we ook mee aan het welzijn van de samenleving, want er bestaat een nauwe band tussen de hoop van een volk en de harmonie onder de generaties.[1] De paus heeft daar bij een andere gelegenheid aan toegevoegd: dat de kinderen in het gezin broederlijk met elkaar verenigd zijn, volgt uit de opvoeding in een sfeer van openheid voor de anderen; het gezin is een grote leerschool voor vrijheid en vrede. (…) Misschien zijn we ons er niet altijd van bewust, maar juist het gezin brengt de broederlijkheid in de wereld![2]

De heilige Jozefmaria had in de laatste jaren van zijn leven bijeenkomsten met veel mensen die hem hun kleine en niet zo kleine problemen voorlegden en hem om raad vroegen. Het kwam niet zelden voor dat vaders en moeders eronder leden dat sommige van hun zonen of dochters in de puberteit opstandig werden. Onze stichter probeerde de ouders dan gerust te stellen en hij bracht hun in herinnering dat opstandigheid op deze leeftijd altijd heeft bestaan, hoewel die de laatste tijd misschien duidelijker naar voren komt. Behalve het gebed is ook het middel om hiermee om te gaan hetzelfde gebleven: blijf kalm tegenover je kinderen, geef ze niet zo maar een tik. De kinderen worden kwaad, jij ergert je, je lijdt omdat je veel van ze houdt en bovendien moet je je boosheid weer kwijtraken. Heb een beetje geduld, wijs ze pas terecht wanneer jouw kwaadheid over is, en doe dat onder vier ogen. Verneder ze niet in het bijzijn van hun broers en zusjes. Laat ze nadenken, zodat ze gaan beseffen dat ze anders horen te handelen, dan zullen ze God aangenaam zijn. Op deze manier ben je ze aan het opvoeden en zullen ze op de dag van morgen hun weg in het leven kunnen vinden en goede christenen en, als God ze langs deze weg voert, goede ouders worden.

Dus het eerste wat men moet doen is de twee uitersten vermijden: te veel goedheid en strengheid.[3]

De heilige Jozefmaria heeft deze manier van handelen aan het evangelie ontleend. Het is niet moeilijk in zijn gesprekken met ouders de richtlijnen van de Heer te herkennen over de liefdevolle praktijk van de broederlijke vermaning, ook al krijgt die in deze gevallen niet precies deze naam. In het Opus Dei horen wij ons allemaal in te zetten om deze christelijke verplichting die zo eigen is aan de onderrichtingen van Jezus in praktijk te brengen. Zo is het te begrijpen dat onze Vader wanneer hij een centrum bezocht, zijn kinderen de pols voelde door onder andere de vraag te stellen: wordt hier de broederlijke vermaning beleefd?

We weten dat sint Jozef tijdens zijn slaap boodschappen uit de hemel ontving. Op basis daarvan wijst de paus er op dat een gezin dat niet droomt niet kan bestaan. Wanneer in een gezin het vermogen om te dromen verloren gaat, kunnen de kinderen niet groeien. De liefde groeit niet, het leven verzwakt en wordt uitgeblust.[4] En hij richt de volgende uitnodiging tot de vaders en moeders, opdat zij die iedere dag voordat ze gaan slapen overwegen: Heb ik vandaag over de toekomst van mijn kinderen gedroomd? Heb ik over de liefde van mijn echtgenoot, echtgenote gedroomd? Heb ik vandaag over mijn ouders gedroomd, over mijn grootouders die mij voorgingen?[5]

Het zou goed zijn als wij ons allen op de een of andere manier deze vragen stellen. Laten we er dagelijks over nadenken of we bidden voor onze broers en zussen in het Werk, voor onze families en voor de personen die deelnemen aan ons apostolaatswerk; of wij God voor hen het beste vragen, wat zij het meest nodig hebben; of wij in ons gebed bedenken hoe wij ze kunnen helpen…, of wij hun diensten weten te verlenen zonder er iets voor terug te verwachten: ze houden van ons!

Met kracht en klem – zo wordt in de Handelingen van de apostelen verteld – legden de apostelen getuigenis af van de verrijzenis van de Heer Jezus en rijke genade rustte op hen allen.[6] Onder ingeving van de heilige Geest hebben zij vol optimisme de hindernissen die hun werk bemoeilijkten overwonnen; en zij werden zelfs met vreugde vervuld als ze smaad, kerker, geselingen moesten ondergaan omwille van de Naam van Jezus.[7] Deze geestkracht, deze groei bij tegenslagen, werd nog versterkt door de zorg van de Moeder van Jezus, die ook de Moeder van iedereen van hen was. Vanaf het moment dat de Trooster met Pinksteren op hen neerdaalde, gingen zij met een groter kinderlijk vertrouwen met haar om. Het gebed van de leerlingen – schrijft onze Vader hierover – begeleidt het gebed van Maria: het was het gebed van een familie die met elkaar verenigd is.[8] Zo moeten ook wij handelen, in het bijzonder tijdens de traditionele bedevaart van mei die dit jaar iets unieks inhoudt: vol vertrouwen leggen we het gebed van de Kerk voor de vruchten van de Synode over het gezin, die in oktober gehouden zal worden, in de handen van onze Moeder.

Bovendien is het morgen tachtig jaar geleden dat in het Werk de gewoonte van de bedevaart van mei ontstond. Duizenden mensen over de hele wereld hebben zich deze reeds eigen gemaakt. Na verloop van vele lustra heeft de heilige Jozefmaria bij een van zijn laatste bezoeken aan het heiligdom van Onze Lieve Vrouw van Sonsoles deze 2e mei van 1935 in herinnering gebracht. Hij zei het zo: bidt in de maand die nu begint veel tot de allerheiligste Maagd Maria. De bedevaarten van mei zijn iets prachtigs. Gisteren was ik in Sonsoles en ik dacht dat als alle mensen in de hele wereld die tijdens de meimaand een bedevaart maken – in Europa, in Azië, in Afrika, in Amerika en in Oceanië –, achter elkaar, de een na de ander, naar Sonsoles zouden gaan, dat er dan van 1 januari tot 31 december een onafgebroken komen en gaan van mensen naar dit heiligdom van Maria zou zijn.[9]

Laten wij met de toewijding en inzet van ieder, nauw verenigd met de paus, de bisschoppen en de anderen christenen, intens bidden voor de Kerk, voor de wereld, voor de gezinnen, voor de maatschappij. Zo zullen onze persoonlijke en gezamenlijke activiteiten ten dienste van de zielen zich verder ontwikkelen en vol doeltreffendheid zijn. Onze Vader heeft gezegd dat alle apostolische ondernemingen en de instrumenten om ze op te zetten onus et honor een last en een eer zijn (…) voor de Numerairs, de Geassocieerden, de Surnumerairs, en ook voor de medewerkers. Wie mocht denken dat deze ondernemingen louter een taak van de Numerairs zijn, zou zichzelf misleiden en een slechte geest en weinig edelmoedigheid hebben. Want van ons moet men altijd kunnen zeggen, als men het over onze apostolische ijver heeft, wat in de Handelingen van de apostelen te lezen is: multitúdinis autem credéntium erat cor unum et ánima una (Hand. 4, 32), heel de menigte die het geloof had aangenomen was één van hart en één van ziel.[10]

In de voorlaatste week van april ben ik in Valencia geweest, waar ik – op uitnodiging van de kardinaal aartsbisschop – in de kathedraal een Mis van dankzegging heb gevierd voor de zaligverklaring van don Álvaro en waar ik een conferentie over zijn werk voor het Tweede Vaticaans Concilie heb gehouden. Bovendien ben ik met veel van mijn dochters en zonen bij elkaar gekomen, en met personen van alle leeftijden die aan het werk van het Opus Dei deelnemen. Helpen jullie me God voor de geestelijke vruchten te danken die Hij heeft willen voortbrengen. Vergezellen jullie me ook in de dankzegging voor de priesterwijding van een flinke groep van jullie broers, Numerairs, op 9 mei in de basiliek van San Eugenio. Deo omnis gloria!

Ik eindig, mijn dochters en zonen, met de herinnering aan de noveen van de heilige Jozefmaria tot Onze Lieve Vrouw van Guadalupe, in mei 1970. Hij ging daar naartoe om te bidden voor de Kerk, voor de paus en voor het Opus Dei. En dat heeft veel vruchten voortgebracht! Door de goedheid van God en op voorspraak van de allerheiligste Maagd Maria zullen ze in overvloed blijven komen als wij ons inspannen om dagelijks in de voetsporen van onze Vader te treden, zoals don Álvaro zo trouw heeft gedaan. Laten wij onze toevlucht nemen tot zijn voorspraak, in het bijzonder op de 12e van deze maand, de dag waarop wij voor de eerste keer zijn liturgische gedachtenis vieren.

Met alle genegenheid zegent jullie en vraagt jullie opnieuw om gebeden,

jullie Vader

+ Javier

Rome, 1 mei 2015

________________________________________________________________

Copyright © Prælatura Sanctæ Crucis et Operis Dei



1. Paus Franciscus, Toespraak bij de algemene audiëntie, 11-2-2015.

2. Paus Franciscus, Toespraak bij de algemene audiëntie, 18-2-2015.

3. Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een familiebijeenkomst, 24-11-1972.

4. Paus Franciscus, Ontmoeting met gezinnen op de Filippijnen, 16-1-2015.

5. Ibid.

6. Hand. 4, 33.

7. Vgl. Hand. 5, 41.

8. Heilige Jozefmaria,, Christus komt langs, nr. 141.

9. Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een familiebijeenkomst,, 29-4-1969.

10. Heilige Jozefmaria, Brief 31-5-1954, nr. 34.