Brief van de prelaat (mei 2014)

"Maria vormt de kortste en veiligste weg om altijd onze toevlucht te nemen tot de barmhartigheid van God," aldus de prelaat. Hij herhaalt hiermee het advies van de heilige Jozefmaria en bisschop Álvaro del Portillo.

Pastorale brieven en berichten
Opus Dei - Brief van de prelaat (mei 2014)

Brief van de prelaat (mei 2014) - PDF

Geliefde kinderen, moge Jezus jullie bewaren!

In de vreugdevolle sfeer die eigen is aan de paastijd heeft de heiligverklaring van Johannes XXIII en Johannes Paulus II plaatsgevonden. Deze gebeurtenis, die in het leven van talloze christenen een grote betekenis heeft verworven, spreekt ons van trouw en spoort ons aan in onze herinnering en in ons gebed steeds opnieuw terug te keren naar de wortels van onze christelijke roeping.

De paus heeft er in zijn commentaar op het evangelie van de Paaswake aan herinnerd dat de Heer de eerste leerlingen in Galilea heeft geroepen. Daarom was de uitnodiging van de Verrezene om terug te gaan naar Galilea waar ze Hem zouden kunnen zien en met Hem zijn, een uitnodiging om daar terug te keren, terug te gaan naar de plaats van hun eerste roeping. En de paus past dit toe: ook voor iedereen van ons is er een “Galilea” aan het begin van onze weg met Jezus. “Naar Galilea gaan” heeft een mooie betekenis; het betekent voor ons dat wij ons doopsel herontdekken als bron van leven, nieuwe krachten putten uit de wortel van ons geloof en uit onze ervaring als christenen. Terugkeren naar Galilea betekent bovenal terugkeren tot dat vurige punt waar de genade van God me aan het begin van de weg heeft aangeraakt. Met deze vonk kan ik het vuur aansteken voor vandaag, voor iedere dag, en mijn broeders en zusters warmte en licht brengen.[1]

Deze woorden komen als geroepen nu we de meimaand beginnen waarin onze apostolische ijver op voorspraak van de allerheiligste Maagd Maria een nieuwe impuls krijgt. De heilige Jozefmaria heeft ons aangemoedigd – vooral sinds in 1935 de gewoonte van de bedevaart in mei is begonnen – om deze goed te benutten. Velen van jullie kennen het gebruik en zullen het persoonlijk hebben beleefd van heel wat christenen die in de loop van deze maand proberen Maria bloemen te brengen: deze kleine bloemen van onze voornemens, deze nederige en verborgen viooltjes die wij gedurende de dag plukken.[2]

Dit is wat onze Vader ons voortdurend heeft voorgehouden. Vanaf het begin heeft hij ons verzekerd dat ons leven, hoewel we flinke en sterke mensen zijn, vergeleken kan worden met dat van een klein kind – jullie zullen het vaak hebben gezien – dat ze meenemen voor een wandeling door de velden. Het plukt hier een bloempje en daar een bloempje en nog een. Kleine en nederige bloemetjes, die door de groten niet worden opgemerkt, maar die hij – omdat hij een kind is –ziet en hij stopt en maakt er een bosje bloemen van om aan zijn moeder te geven, die met een blik vol liefde naar hem kijkt.[3]

De heilige Jozefmaria heeft nooit gewild dat men hem als voorbeeld van wat dan ook stelde, liet één uitzondering toe: als ik wil dat jullie me ergens in navolgen, dan is het in de liefde die ik voor Maria heb.[4] Elke dag richtte hij zich met de vroomheid en het vertrouwen van een kind tot Onze Lieve Vrouw met de gebeden die hij als kind had geleerd: vurige en eenvoudige zinnen die hij richtte tot God en zijn Moeder, die onze Moeder is. Nog steeds herhaal ik, niet af en toe, maar elke dag, ’s ochtends en ’s avonds het gebed dat mijn ouders mij leerden: O lieve Vrouw, o Moeder mijn, laat mij geheel de uwe zijn; vandaag wijd ik als liefdesblijk u ogen, oren, tong en hart gelijk¼ Is dat niet – op de een of andere manier – het begin van contemplatie, een onomstotelijk bewijs van een zich vertrouwvol op haar verlaten?[5]

Ook don Álvaro heeft, zoals in zoveel christelijke huisgezinnen, van zijn ouders geleerd met kinderlijke liefde met Maria om te gaan. Iedere dag zei hij vol devotie een gebedje op dat hij van zijn moeder had geleerd: Zoete Moeder, ga niet van mij weg, / wend uw blik niet van mij af, / begeleid mij overal / en laat me nooit alleen. / Vraag voor mij de zegen van de Vader / en van de Zoon en de Heilige Geest, / aangezien U me zo goed beschermt / als een echte Moeder. Dit gebed, dat het Mexicaanse volk goed bekend is, sluit in zijn ogenschijnlijke eenvoud een diepe zin in: Onze Lieve Vrouw is, als voorspreekster bij de allerheiligste Drie-eenheid, de veilige weg die altijd naar God leidt.

Wat een groots werk doen de christelijke ouders en grootouders wanneer ze hun kinderen of kleinkinderen de morgen- en avondgebeden doorgeven. Al gaan de jaren voorbij, deze gebeden worden niet vergeten. Meer nog, wanneer in de loop van het leven de uitingen van christelijk geloof soms lijken uit te doven, komt het niet zelden voor dat de devotie tot Maria in het diepst van de ziel blijft bestaan, als een smeulend vuurtje onder de as, dat op momenten van geestelijke nood, droefheid of ontmoediging weer oplaait.

Don Álvaro koesterde zijn mariale devotie met een grote diepgang en theologische onderbouwing, dankzij de prediking en het voorbeeld van de heilige Jozefmaria. Bij de herinnering aan zijn antwoord op de goddelijke roeping tot het Opus Dei, tijdens een bezinningsdag, zei hij: «In deze bezinning hield de Vader een overweging over de liefde tot God en de liefde voor Maria, en ik was in vuur en vlam».[6] Hij vroeg onmiddellijk de toelating tot het Werk. Dat was zonder enige twijfel een heel bijzondere genade van de Heer die hem werd geschonken op voorspraak van Maria, en waaraan don Álvaro onmiddellijk en voor altijd vastbesloten beantwoord heeft.

Alle genaden bereiken ons via de moederlijke bemiddeling van de allerheiligste Maagd Maria, Omnipotentia suplicante, de smekende almacht. Daarom moeten wij de komende weken, en logischerwijze ook de andere maanden van het jaar, de dialoog met onze Moeder nauwer aanhalen. Zo zullen onze vereniging met Jezus en onze apostolische geest toenemen. Laten wij deze maand benutten om de geheimen van de rozenkrans beter te bidden en te overwegen, zowel bij de bedevaart die wij maken als in de overige dagen. Zo zal, zoals don Álvaro heeft gezegd, «de gewoonte om steeds door Maria tot Jezus te gaan en terug te keren dieper in ons wortel schieten».[7]

In een van de overwegingen in De Weg beveelt de heilige Jozefmaria ons deze handelwijze aan. Don Álvaro vroeg hem in zijn eerste jaren in het Opus Dei naar de betekenis van deze zin: door Maria tot Jezus “gaan en terugkeren”. Het antwoord van onze stichter heeft ertoe bijgedragen dat zijn mariale vroomheid nog sterker werd. Hijzelf heeft vaak aan dit voorval en de uitleg van onze Vader herinnerd: dat Maria de kortste en veiligste weg vormt om altijd onze toevlucht te nemen tot de barmhartigheid van God. Vooral als wij ons ongelukkigerwijs van Hem hebben verwijderd: niet alleen met zware beledigingen, maar ook met kleine of niet zo kleine gebreken aan fijngevoeligheid die een christen in de loop van de dag kan begaan.

Deze overwegingen worden de komende weken bijzonder relevant. Bij de herinnering aan de noveen van de heilige Jozefmaria tot Maria van Guadalupe, heeft don Álvaro gepreciseerd: «wat voor bloemen zullen wij onze Moeder in deze meimaand brengen? Ik geef jullie de raad van onze stichter door, wat hij ons altijd heeft geleerd te doen wanneer hij ons aanraadde Maria kleine rozen, die van het dagelijks leven, aan te bieden, gewone rozen, maar met de volle geur van het offer en van de liefde. Laten wij dus trachten met meer inzet – met meer liefde – onze plichten van ieder moment te vervullen: de trouw aan de goddelijke verplichtingen die ons met God en met het Werk verenigen; de heilige zorg voor onze naasten en voor alle zielen; de vervulling van de plichten die eigen zijn aan de levensstaat van iedereen; de verwezenlijking van een beroepswerk dat veeleisend en geordend is».[8]

Zoals veel christenen heeft don Álvaro in de loop van zijn leven de details van liefde voor Onze Lieve Vrouw die hij van onze Vader geleerd had verfijnd: een prentje van Maria in zijn portefeuille of in zijn zak stoppen; Onze Lieve Vrouw groeten bij het in- en uitgaan van de kamer en als hij langs plaatsen kwam waar hij afbeeldingen van haar ontdekte; de drie Weesgegroeten ’s avonds voor het slapengaan langzaam en aandachtig bidden… Bij gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Opus Dei verklaarde hij 1978 tot Mariajaar in het Werk, wat werd verlengd tot 1979 en 1980, als voorbereiding op en dankzegging voor de vijftig jaar van het begin van het apostolaat met vrouwen. «Wij zullen niets doen wat raar is of opvallend – heeft hij toen uitgelegd –, we zullen Maria eenvoudigweg, als goede kinderen, meer betrekken bij alles en voor alles».[9]

Tijdens die mariale tijd, bij veel bezoeken aan beelden van Maria in en buiten Rome, vroeg hij onze Moeder bij het bidden van de rozenkrans om hulp voor de Kerk en de paus, voor het Werk, voor alle zielen. Dat hij zijn toevlucht nam tot Onze Lieve Vrouw was een les van geloof in haar voorspraak. Ik kan jullie verzekeren, omdat ik ooggetuige ben geweest, dat de handelwijze van deze goede en trouwe dienaar, die verliefd was op Jezus Christus en zijn Moeder een aansporing was ons met groot vertrouwen tot Maria te richten.

De liefde is inventief en zoekt manieren om aan de beminde persoon te denken. Zo deed don Álvaro in zijn mariale devotie, in navolging van de vele suggesties van de stichter van het Opus Dei. Gebruik bij jullie werk – zo heeft de heilige Jozefmaria geleerd –menselijke trucjes, middelen die jullie tot wekker dienen om de aanwezigheid van God te beleven. Dat doe ik ook, en het heeft een goed resultaat.[10] Hij heeft ons aangeraden een kruisje in onze zak te steken, om het elke dag een paar keer te kussen; een prentje van de Heer of van Onze Lieve Vrouw op ons bureau te leggen. Van tijd tot tijd kijk ik ernaar – zei hij – en ik denk aan de Heer en offer Hem alles op. Het is alsof ik een foto van mijn vader of moeder in mijn blikveld had. Maar het is meer, veel meer: want het is mijn Vader, mijn God, mijn Vriend en de Liefde van mijn liefdes.[11]

Don Álvaro heeft tot het einde van zijn aardse loopbaan gebruik gemaakt van deze menselijke trucjes: dingen die hem eraan herinnerden zijn liefde voor Maria fijngevoeliger te uiten. In de mariale jaren waar ik het net over had, legde hij bijvoorbeeld iedere dag een ander prentje van de Moeder Gods op de plaats waar hij werkte om vaker met een blik vol liefde naar haar te kijken en haar een schietgebedje te zeggen.

In die mariale jaren hebben veel gelovigen van het Werk de suggestie van onze Vader, die Don Álvaro met een diepe vroomheid beleefde, in hun leven opgenomen: het mariale wachtwoord: een paar woorden bij wijze van schietgebedje om met de hulp van Maria de aanwezigheid van God gedurende de dag levendig te houden.

Deze weken ontdekken wij veel motieven om dit christelijk aspect te eren en erin te groeien. De 13e denken wij op het feest van Onze Lieve Vrouw van Fatima aan haar moederlijke zorg. Van de 16e tot de 24e hebben wij de noveen van de heilige Jozefmaria in de Villa van Guadalupe in Mexico voor ogen, waar hij heeft gebeden voor de Kerk, de paus en het Opus Dei. De 24e wordt de liturgische gedachtenis gevierd van Maria Hulp van de christenen. En de maand eindigt met het feest van het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth, en dan zijn er nog een heleboel andere mariale aanroepingen die in de verschillende landen worden gevierd.

Ik stel jullie opnieuw voor, de homilieën en andere geschriften van onze Vader te lezen waarin hij het over Onze Lieve Vrouw heeft: ze zullen ons stimuleren onze mariale vroomheid nieuw leven in te blazen, onze omgang met Maria te doen toenemen en veel mensen dit veilige pad te wijzen dat leidt naar de intimiteit met Jezus Christus en door Hem, met God de Vader en met de Heilige Geest. Veel bekeringen en beslissingen om zich over te geven in dienst van God zijn voorafgegaan door een ontmoeting met Maria. Onze Lieve Vrouw heeft ons gesteund op onze zoektocht en ze heeft de onrust in onze ziel met moederlijke zorg omringd en ons geholpen om te veranderen en naar een nieuw leven te verlangen.[12]

«Stel daarom een groot vertrouwen en zekerheid in de moederlijke voorspraak van de Maagd Maria, en heb de durf veel mensen uit te nodigen om Onze Lieve Vrouw met deze bedevaarten te vereren. Jullie bewijzen hen een grote dienst, want bij het overwegen van de mysteries van de heilige rozenkrans, door deze prachtige mondgebeden die de Kerk ons heeft doorgegeven zonder haast te bidden, ze te proeven, en door met vreugde enkele kleine verstervingen ter ere van onze Moeder aan te bieden, zullen zij de lessen van absolute beschikbaarheid in dienst van God en de zielen leren die de dienstmaagd van de Heer ons geeft, het meest perfecte wezen dat is voortgekomen uit de handen van God».[13]

Alvorens te eindigen wil ik jullie opnieuw verzoeken voor mijn intenties te bidden. Ik hoop dat jullie mij de komende dagen begeleiden met gebed voor de dertig nieuwe priesters van de Prelatuur die ik op 10 mei in Rome zal wijden. En blijf bidden – met de kracht en de bescherming van onze Moeder –voor de paus en zijn medewerkers in de leiding van de Kerk, voor de bisschoppen, de priesters en religieuzen, en voor heel het christenvolk. Moge het licht van de verrezen Christus in de geesten en harten doordringen. Laten wij dit gebed aan de allerheiligste Maagd Maria toevertrouwen en zij zal ons ertoe brengen ons goed voor te bereiden op het hoogfeest van Pinksteren. Wat hebben wij ons voorgenomen om onze mariale vroomheid te verbeteren? Wat voor bijzondere dingen hebben wij haar elke dag aan te bieden?

Ik blijf niet stilstaan bij de vele andere data van deze maand die de belangrijke rol van Maria in ons leven en in de geschiedenis van het Werk duidelijk maken.

Met alle genegenheid zegent jullie

jullie Vader

+Javier

Rome, 1 mei 2014


1.Paus Franciscus, Homilie tijdens de Paaswake, 19-4-2014.

2.Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een meditatie, 19-3-1958.

3.Heilige Jozefmaria, Brief 24-3-1930, nr. 13.

4.Heilige Jozefmaria, Woorden in januari 1954, aan het begin van een mariajaar in de wereldkerk.

5. Heilige Jozefmaria, Vrienden van God, nr. 296.

6. Don Álvaro, Aantekeningen van een familiebijeenkomst, 3-10-1975.

7. Don Álvaro, Brief, 2-5-1985.

8. Don Álvaro, Brief, 1-5-1984. Het citaat van de heilige Jozefmaria komt uit zijn persoonlijk gebed in de Villa van Guadalupe, op 20 mei 1970.

9. Don Álvaro, Brief, 9-1-1978, nr. 20.

10. Heilige Jozefmaria,Aantekeningen van een familiebijeenkomst, 30-3-1974.

11. Ibid.

12. Heilige Jozefmaria,Christus komt langs, nr. 149.

13. Don Álvaro, Brief, 1-5-1984.

___________________________________________________________________________________________________________

Copyright © Prælatura Sanctae Crucis et Operis Dei