Brief van de prelaat (juni 2016)

De heilige Jozefmaria zei altijd dat een van de overheersende hartstochten die ons gedrag moeten leiden erin bestaat de onderrichtingen van Jezus Christus te verspreiden. De prelaat brengt dat in deze brief naar voren.

Pastorale brieven en berichten
Opus Dei - Brief van de prelaat (juni 2016)

Mijn geliefde kinderen: moge Jezus jullie behoeden!

Sinds de hemelvaart van Jezus Christus zijn er twee weken verlopen, en zijn laatste woorden op aarde weerklinken nog in onze oren: gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.[1] We kunnen daarvoor rekenen op de bijstand van de Heilige Geest die de Heer in de zaal van het Laatste Avondmaal tot de apostelen heeft gezonden en die de Kerk blijft bezielen als in een nieuw Pinksteren.[2] De Heer had beloofd: de Helper, de Heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.[3] En Hij heeft zijn belofte gehouden. Nu is het aan ons, zijn leerlingen, met ons woord en ons voorbeeld de heilsboodschap die Hij de christenen heeft toevertrouwd over de hele wereld te verspreiden.

Dit, en geen ander, is het doel van de Kerk: het heil van de zielen, een voor een. Daarvoor heeft de Vader de Zoon gezonden en zo zend Ik ook jullie (Joh 20, 21). Vandaar de opdracht de leer te verkondigen en te dopen, opdat de Allerheiligste Drie-eenheid door de genade inwoning heeft in de ziel.[4] De opdracht van Christus werd, door de goddelijke goedheid, snel en vol vreugde in het hart van onze Vader opgenomen. En onze stichter heeft ons deze apostolische ijver die geen grenzen kent vol bezieling doorgegeven.

De heilige Jozefmaria heeft ons altijd geleerd dat een van de overheersende hartstochten die ons gedrag moeten leiden erin bestaat de onderrichtingen van Jezus Christus te verspreiden. Het belangrijkste werk van het Opus Dei – zo zei hij – is aan zijn leden en aan alle mensen die dit wensen de noodzakelijke geestelijke middelen te verschaffen om als goede christenen midden in de wereld te kunnen leven. Het maakt hen vertrouwd met de leer van Christus en met de verkondiging van de Kerk. Het geeft een geestelijke houding die hen ertoe brengt om uit liefde voor God en in dienst van alle mensen goed te werken. Kortom, het gaat erom zich als echte christenen te gedragen: met alle mensen in openheid voor elkaar samen te leven, de legitieme vrijheid van ieder te eerbiedigen en ervoor te zorgen dat onze wereld rechtvaardiger wordt.[5]

Deze overheersende hartstocht is in dit Heilig jaar van de barmhartigheid bijzonder actueel, want wanneer ons op het eind van ons leven wordt gevraagd of wij de hongerige te eten hebben gegeven en de dorstige te drinken, zal ons ook gevraagd worden of wij de mensen hebben geholpen uit hun twijfels te komen, of we het op ons genomen hebben voor de zondaars te zorgen door ze aan te sporen of te vermanen, of wij tegen de onwetendheid wisten te strijden, in het bijzonder de onwetendheid op het vlak van het christelijk geloof en een integer leven.[6]

Er zijn veel manieren om de inhoud van het geloof door te geven. De heilige Jozefmaria heeft aangedrongen op het persoonlijke apostolaat, onder vier ogen, door een vriendschappelijk gesprek dat niemand een lesje wil leren, maar gewoon wil laten zien waar ons hart vol van is en wat de bron van deze eeuwige vreugde is.

Bij andere gelegenheden heb ik jullie herinnerd aan een raad van onze Vader: voordat jullie met de zielen over God spreken, moeten jullie veel met God over de zielen spreken.[7] De persoonlijke omgang met Jezus Christus in het gebed is de bron die ons enthousiasme voedt om aan iedereen de schoonheid van het geloof door te geven, om licht te brengen waar de mensen in duisternis leven. Als wij dicht bij God zijn, kunnen wij de wereld verlichten. Daarom zei onze Vader dat hoe meer we in de wereld zijn, hoe meer we in God moeten opgaan.[8]

De heilige Jozefmaria heeft ons een positieve visie op de wereld en op de nobele menselijke bezigheden meegegeven. Daarom moet onze houding meer dan verdedigend, constructief zijn. Een christen is niet bang voor de waarheid en gaat de moeilijke vraagstukken waar de omgeving of de samenleving hem voor stelt niet uit de weg. Ook al heeft hij zelf niet altijd alle antwoorden, hij weet dat het evangelie het vermogen bezit licht te werpen op de moeilijkste dilemma’s en problemen. Deze liefde voor de waarheid maakt dat een christen zijn geloof doorgeeft zoals het is: een volmondig ja op de man, op de vrouw, op het leven, op de vrijheid, op de vrede, op de ontwikkeling, op de solidariteit, op de deugden. Als Christus ons gelukkig heeft gemaakt, dan is het normaal dat ons gedrag deze vreugde uitstraalt. Inderdaad «moet de kracht waarmee de waarheid zich manifesteert de vreugde zijn, die de duidelijkste uitdrukking is van de waarheid. Dáár zouden de christenen op moeten inzetten en aan die vreugde zou de wereld ze moeten herkennen».[9]

Mijn dochter, mijn zoon, vraag je dus af: ben ik er blij mee dat God mij heeft geroepen om Hem aan de anderen te kennen te geven? Is mijn apostolaat het zaaien van vrede en vreugde?[10] Neem ik stappen om me te vormen in de leer, om meer diepte en vuur in mijn innerlijk leven te brengen?

De heilige Jozefmaria heeft ons geleerd de leer zo te brengen dat iedereen de boodschap van het evangelie kan begrijpen, onafhankelijk van zijn of haar culturele niveau of godsdienstige vorming. Hij heeft het de gave van talen genoemd, naar analogie van wat er gebeurde toen de Helper in zichtbare gedaante over de Kerk neerdaalde. Hij werd in de apostelen en in de eerste leerlingen merkbaar in de vorm van iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken.[11]

De stichter van het Opus Dei heeft uitgelegd dat de gave van talen die hij God voor iedereen vroeg, er in bestaat dat we ons weten aan te passen aan degene die naar ons luistert. (…) We moeten de leer geven met voorzichtigheid en deze zo weten uit te leggen dat hij voor degene die hem ontvangt te verteren is. We moeten iedereen de goede leer geven, maar zonder dat het voor de mensen verstikkend is; verstandig gedoseerd, volgens ieders vermogen om zich hem eigen te maken. Ook dit is een deel van de gave van talen. Net zoals we ook de dingen steeds op een nieuwe manier moeten kunnen zeggen: iedere dag hetzelfde met een nieuwe aantrekkelijkheid weten te brengen.[12]

De gave van talen is een genade van de Heilige Geest, die ook op ons eigen initiatief rekent. Het blijven bestuderen van de theologie, met verantwoordelijkheid en apostolische ijver, doet ons de geloofswaarheden smaken en manieren ontdekken om ze in heel hun schoonheid uiteen te zetten. En het gesprek met onze vrienden en collega’s, in een sfeer van openheid voor hun vragen, zal ons de kans geven hen tegemoet te komen bij alles wat hen onrustig maakt. Daarvoor is het van fundamenteel belang dat we kunnen luisteren (…), dat we in staat zijn te delen in hun vragen en twijfels, dat we ze op hun weg vergezellen, dat we breken met de inbeelding alles te kunnen en dat we nederig onze capaciteiten en onze gaven ten dienste van het algemeen belang stellen.

Het is nooit gemakkelijk om te luisteren. Soms is het makkelijker om te doen alsof we doof zijn. Luisteren betekent aandacht schenken, het verlangen hebben om te begrijpen, te waarderen, te respecteren, en wat de ander zegt niet verder te vertellen. (…) Kunnen luisteren is een heel grote genade, het is een gave die we moeten vragen om hem daarna in praktijk te kunnen brengen.[13]

Het geloof doorgeven is niet discussiëren om te winnen, maar in gesprek gaan om te overtuigen, want «ideeën worden niet opgelegd, maar voorgehouden».[14] Door een gesprek kunnen wij een Waarheid die ons leven bepaalt en verlicht beter laten zien. Heel het leven van Jezus is niets anders dan een prachtig tweegesprek, mijn kinderen, een geweldige dialoog met de mensen.[15] Als wij leren zó te leven, zullen wij in ons dagelijks en eenvoudig leven de anderen helpen en ook geholpen worden opdat het evangelie voor iedereen licht der wereld[16] wordt.

Ik verheug me jullie eraan te herinneren dat het de 23e, vlak voor het feest van de heilige Jozefmaria – dat in de Prelatuur een hoogfeest is – zeventig jaar geleden is dat onze Vader in Rome aankwam. Ik moet denken aan de herinneringen – die ik hem vaak heb horen vertellen – aan zijn eerste dagen in Rome: de intensiteit van zijn gebed voor de Paus, al in de eerste nacht van zijn verblijf in de eeuwige stad; de blijdschap waarmee hij vlak na zijn aankomst een handgeschreven bericht van Pius XII ontving; het geloof waarmee hij op 16 juli naar een audiëntie met de Paus ging… En de keren dat hij in die eerste weken naar het Sint Pietersplein, dicht bij het appartementje van Cittá Leonina waar hij woonde, ging om te bidden.

Ik kan me goed indenken met hoeveel geloof en liefde hij in die weken het schietgebedje zal hebben gebeden waarmee hij vanaf het begin van het Werk de verlangens van zijn ziel heeft samengevat: Omnes cum Petro ad Iesum per Mariam!, Allen met Petrus, door Maria, naar Jezus. Ik nodig jullie uit het vaak te herhalen, in vereniging met mijn gebed voor paus Franciscus, voor zijn medewerkers, voor de hele Kerk. In het bijzonder in deze junimaand die eindigt met het Hoogfeest van de apostelen Petrus en Paulus, zuilen van de Kerk en patronen van het Werk.

Met alle genegenheid zegent jullie

jullie Vader

+ Javier

Rome, 1 juni 2016

Copyright©Prælatura Sanctæ Crucis et Operis Dei



1. Mc 16, 15.

2. Heilige Jozefmaria, De Voor, nr. 213.

3. Joh 14, 26.

4. Heilige Jozefmaria, Homilie Het bovennatuurlijk doel van de Kerk, 28-5-1972.

5. Heilige Jozefmaria, Gesprekken, nr. 27.

6. Paus Franciscus, Toespraak voor de plenaire vergadering van de congregatie voor de Geloofsleer, 29-1-2016.

7. Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een familiebijeenkomst, ongedateerd (AGP, bibliotheek, PO 1, VIII-1982, blz. 88).

8. Heilige Jozefmaria, De Smidse, nr. 740.

9. Kardinaal Joseph Ratzinger, “Wat betekent voor mij het Lichaam van de Heer?”, in Opera Omnia, vol. 11, deel C, XI, 4.

10. Heilige Jozefmaria, Vrienden van God, nr. 105.

11. Hand. 2, 3-4.

12. Heilige Jozefmaria, Brief 30-4-1946, nr. 70.

13. Paus Franciscus, Boodschap voor de 50e Werelddag van de sociale media, 24-1-2016.

14. Heilige Johannes Paulus II, Toespraak tot de jongeren in Madrid, 3-5-2003.

15. Heilige Jozefmaria, Brief 24-10-1965, nr. 7.

16. Mt 5, 14.