Brief van de prelaat (januari 2016)

In de eerste brief van 2016 schrijft de prelaat van het Opus Dei over de heilige Maagd Maria, de noodzaak van het gewetensonderzoek en het Jubileumjaar van de Barmhartigheid in de Kerk.

Pastorale brieven en berichten
Opus Dei - Brief van de prelaat (januari 2016)

Mijn geliefde kinderen: moge Jezus jullie behoeden!

Bij het bidden van het openingsgebed van de Mis van vandaag worden wij vervuld van vreugde: Salve, sancta Parens…; Wees gegroet, heilige Moeder van God. Uit u is een kind geboren dat Koning is van hemel en aarde tot in alle eeuwigheid.[1] Het belijden van ons geloof in het goddelijk Moederschap van Maria, dat de wortel is van de andere privileges waarmee de Drie-eenheid Onze Lieve Vrouw heeft getooid, verschaft ons een enorme vreugde. God heeft haar onbevlekt geschapen en haar overstelpt met genade, opdat ook haar maagdelijk lichaam als het ware voorbereid zou zijn om de Zoon van God in het vlees voort te brengen.[2] Wat een wonder! Met alle recht kunnen wij aan de Moeder van God en onze Moeder zeggen: God alleen is groter dan U![3]

We begrijpen het enthousiasme van de christenen van Efese, de stad waar in het jaar 431 het oecumenische concilie is gehouden dat dit geloofsdogma heeft gedefinieerd. De geschiedenis heeft de getuigenissen van de vreugde der christenen over deze heldere en duidelijke uitspraken voor ons bewaard, die nog eens bevestigden wat zij allen geloofden.[4] De heilige Jozefmaria herinnert daar in een van zijn homilieën aan met woorden van de heilige Cyrillus van Alexandrië, die in deze oecumenische vergadering een belangrijke rol speelde: «Van de eerste morgenuren tot in de nacht bleef heel het volk van Efese gespannen op de uitspraak wachten¼ Toen wij vernamen dat de schrijver van de godslasteringen was afgezet, begonnen wij allen als uit één mond God te verheerlijken en de Synode toe te juichen, omdat de vijand van het geloof was gevallen. Nauwelijks waren wij buiten de kerk of we werden met toortsen naar huis begeleid. Het was nacht. Heel de stad was verheugd en vol lichten».[5] En onze Vader zegt daarover: dat schrijft de heilige Cyrillus en ik kan niet ontkennen dat die uiting van vroomheid, zelfs na zestien eeuwen, een diepe indruk op mij maakt.[6]

Ik herinner me nog steeds die keer in 1971 toen we naar Loreto gingen. We konden het huisje van de Aankondiging niet binnen, omdat het al gesloten was. De heilige Jozefmaria knielde neer en met zijn handen om de tralies van het hek geklemd zei hij: Moeder, mijn Moeder en onze Moeder! En daarmee bracht hij heel zijn liefde en die van zijn zonen en dochters van alle tijden tot uitdrukking. We waren door alle bochten in de weg een beetje duizelig bij de basiliek aangekomen; maar dat verhinderde niet zijn gebed en dankbaarheid jegens onze Moeder in de hemel.

Moeder van God!, zo riepen ook die eerste christenen van Efese uit, opgetogen door de afkondiging van deze waarheid. En datzelfde belijden wij vandaag. Salve, sancta Parens…, wees gegroet, heilige Moeder van God! ... Het eerste mariale gebed dat tot ons is gekomen is een smeekgebed tot Maria van de christenen van Egypte uit de derde eeuw, die haar aanriepen als Moeder van God: sub tuum praesídium, confúgimus, Sancta Dei Génetrix…; tot u nemen wij onze toevlucht: wees onze bescherming, heilige Moeder van God, wijs onze gebeden niet af als wij in nood zijn, maar verlos ons uit alle gevaren gij, glorierijke en gezegende Maagd.[7] De heilige Jozefmaria bad het iedere dag, zeker van de beschutting die de armen van Maria hem boden.

God geve dat ditzelfde geloof in onze harten brandt en dat van onze lippen een danklied opstijgt: immers de Allerheiligste Drie-eenheid heeft door de uitverkiezing van Maria tot Moeder van Christus, Mens zoals wij, ieder van ons onder haar moederlijke bescherming geplaatst. Zij is de Moeder van God en onze Moeder.[8]

In de eerste lezing van de Mis neemt de liturgie de formule over waarmee God zelf Mozes vraagt het volk van het Oude Verbond te zegenen: Moge Jahwe u zegenen en u behoeden! Moge de Heer de glans van Zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn! Moge Jahwe Zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken![9] In Onze Lieve Vrouw is deze zegen volledig in vervulling gegaan. Zo legt de Paus het in een homilie uit: want over geen ander schepsel heeft God zijn aangezicht zo gespreid als over Maria, die aan het eeuwige Woord een menselijk aanschijn heeft gegeven, zodat allen het kunnen aanschouwen.[10] Deze woorden helpen ons een kader te geven aan het nieuwe jaar, een paar weken na het begin van het Heilig Jaar. Ze vormen een uitnodiging om deze maanden te beleven onder de bescherming van Onze Lieve Vrouw, Mater misericórdiae, zoals wij in het Salve bidden. We zien Maria als het schepsel dat de goddelijke barmhartigheid het meest overvloedig heeft ondervonden, omdat zij in haar schoot de eniggeboren Zoon van God heeft opgenomen en beter dan wie ook aan deze uitstorting van liefde heeft beantwoord: zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw woord.[11]

Dit antwoord, ancílla Domini, toont de volledige beschikbaarheid van Onze Lieve Vrouw: haar nederige en volgzame overgave aan het Woord van God, door zich ten dienste te stellen van de verlossing. Haar maagdelijke moederschap deed haar onophoudelijk de last van de mensheid voelen, bij het overwegen van hetgeen de heilige Gabriel haar namens God zei: gij zult een zoon ter wereld brengen die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van Zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jacob en aan Zijn koningschap zal nooit een einde komen.[12]

De last van de mensheid en de last van de Kerk! Mater Ecclésiae! Moeder van het Mystieke Lichaam van Christus, dat de Kerk is. In vereniging met het smeekgebed van Maria, toonde de jonge Kerk de eenheid die haar eigen is, met Petrus en de andere apostelen, in afwachting van de komst van de Heilige Geest op de dag van Pinksteren.[13] Maria heeft met haar moederlijke middelaarschap altijd voor de Bruid van Christus en voor ieder van Zijn ledematen gezorgd en zal dat altijd blijven doen. Ledematen van Christus! Laten we méér bidden voor deze eenheid, vooral dat we iedere dag verenigd zijn met de opvolger van Petrus en de andere apostelen.

De devotie tot Maria is de beste weg om het barmhartige gelaat van onze Vader God te ontdekken, dat in het vleesgeworden Woord schittert. Het is van groot belang altijd ons hart te openen voor de goddelijke barmhartigheid. Op ieder moment al een onmisbare noodzaak, maar misschien vereist onze tijd het op een bijzondere manier. De Kerk is in ons tijdperk van diepgaande veranderingen ertoe geroepen haar bijzondere bijdrage aan te bieden, door de tekenen van de aanwezigheid en nabijheid van God zichtbaar te maken. En het Jubileum is een gunstige tijd voor ons allen om de Goddelijke Barmhartigheid die iedere menselijke begrenzing te boven gaat en boven de duisternis van de zonde uit straalt te beschouwen en hier overtuigder en doeltreffender getuigen van te worden.[14]

Bovendien is het in deze dagen gebruikelijk de balans van het afgelopen jaar op te maken, om daarna enkele voornemens voor het nieuwe jaar te maken. Door deze gewoonte op een bovennatuurlijk niveau te brengen is er niets logischer dan aan de komende twaalf maanden te beginnen met een heilige en urgente inzet om onze verlangens naar vereenzelviging met Jezus Christus te hernieuwen. De beste manier bestaat erin onze toevlucht tot onze Moeder te nemen: Door Maria gaan we altijd naar Jezus en keren we ook naar Hem terug.[15] Zij leidt ons, zoals de dienaren bij de bruiloft van Cana, altijd naar haar Zoon, toen zij hen aanraadde: doet maar wat Hij u zeggen zal.[16] Als wij in het Evangelie het gelaat van Jezus aanschouwen, brengt dit ons er ook toe met de spontaneïteit, bewondering en genegenheid van die vrouw uit te roepen: gelukkig de schoot die U gedragen heeft en de borsten die U hebben gevoed.[17]

Ook wordt het nieuwe jaar vaak vergeleken met een boek met onbeschreven bladzijden, die iedereen in de loop van de weken zal moeten invullen. Zo heeft de zalige Álvaro del Portillo het in 1980 op een dag als vandaag uitgedrukt: «God bedanken voor Zijn talloze weldaden en Hem ons berouw aanbieden; goede voornemens opvatten en strijden om die te vervullen. Verder gaan met het Werk overal te verspreiden!»[18]

Ik stel jullie voor het komende jaar dit doel voor. Don Álvaro suggereerde «dit onbeschreven boek dat vandaag geopend wordt, in te vullen met de zorg en fijngevoeligheid waarmee men in de Middeleeuwen miniaturen maakte op perkamentpapier. Ze zijn ontzettend mooi, met een volmaakt schoonschrift zonder doorhalingen. En omdat er vlekken zullen komen – want wij allen hebben een gevallen natuur en zitten vol ellende – mag het ons niet ontbreken aan de moed om die als zodanig te erkennen, om ze weg te werken. En hoe zullen we ze wegkrijgen? Met de nederigheid en door het sacrament van boete en verzoening te ontvangen».[19]

Uit liefde zoeken wij een manier om iets aan onze fouten te doen. Wij hebben hiervoor een heel noodzakelijk – onmisbaar – middel: het gewetensonderzoek. De heilige Jozefmaria heeft geschreven dat de gewetensonderzoeken, als de eerste mens die al niet had gebruikt, dan door de eerste christenen zijn uitgevonden: probet autem seípsum homo (1 Kor 11, 28), wij moeten onszelf onderzoeken, zei de Apostel tegen de Korintiërs. En zelfs de eerzame heidenen hebben ook hun geest onderzocht. Het armste kastanjeverkoopstertje dat haar bescheiden waar bij de Tiber verkoopt, telt het geld dat zij aan het einde van de dag heeft gekregen en dat wat de kastanjes haar hebben gekost en de tijd die ze heeft gebruikt om ze te verkopen (…): onderzoek is er altijd gedaan door alle mensen met verstand die er belang bij hebben, bij de dingen van God of de zaken van de aarde.[20]

Ik stel jullie ook voor, deze dagelijkse kennis van onze ziel in het licht van God niet te verwaarlozen; zoals de heilige Jozefmaria verzekerd heeft, zijn een paar minuten genoeg voordat we gaan slapen, maar we moeten het wel elke dag doen. Logischerwijs zijn er momenten – voordat we het sacrament van boete en verzoening ontvangen, op een bezinningsdag, bij een bijzondere verjaardag – waarop het nuttig zal zijn het nauwkeuriger te doen. Hoe dan ook, het is altijd goed de Heilige Geest aan te roepen om ons Zijn licht te schenken, en te eindigen met een acte van berouw en een concreet voornemen voor de volgende dag. Op deze manier zullen wij ons gedrag in de goede richting bijsturen en met akten van berouw de vlekken die we in het boek van ons leven hebben gemaakt uitwissen.

Op deze feesten, en daarna in de loop van het hele jaar «is het belangrijk in onszelf te keren en een oprecht onderzoek over ons leven te verrichten. We kunnen ons laten verlichten door een straal van het licht dat uit Bethlehem komt, het licht van Degene die “de Grootste” is en zich klein heeft gemaakt; de “Sterkste” en zich zwak heeft gemaakt.»[21]

Laten we God vragen dat veel zielen de weldaad ondervinden van de jubileumaflaat in dit Jaar van de Barmhartigheid door eerst in de Biecht de vergiffenis van God te gaan ontvangen. Een paar weken geleden heeft de Paus het opnieuw over dit sacrament gehad. Een belangrijk teken van het Jubileum – zei hij – is ook de Biecht. Het sacrament ontvangen waardoor wij met God verzoend worden staat gelijk aan de directe ervaring van Zijn barmhartigheid.[22]

Houdt niet op voor mijn intenties te bidden: de Kerk, de Paus en zijn medewerkers, de vrede in de wereld, alle zielen. En laten we daarvoor onze toevlucht nemen tot de voorspraak van de Moeder van God. Laten we haar vragen dat de lieflijkheid van haar gelaat ons moge geleiden in dit Heilig Jaar, opdat wij allen de vreugde van de tederheid van God opnieuw kunnen ontdekken.[23] Moge zij in de zielen, in de gezinnen, in de naties, het zaad van de barmhartige liefde doen ontkiemen, dat haar Zoon Jezus over de hele wereld uitstrooit. Laten we er ook aan denken dat de heilige Jozefmaria gedurende lange periodes de gewoonte had om dagelijks – met telkens een nieuwe klank – te herhalen, als een soort refrein voor zijn tegenwoordigheid van God: Moeder, mijn Moeder!

Met alle genegenheid zegent jullie en wenst jullie een jaar 2016 dat rijk is aan vruchten van daden van liefde tot God en van apostolaat

jullie Vader

+ Javier

Rome, 1 januari 2016.



[1]. Romeins Missaal, Hoogfeest van Maria, Moeder van God, openingsgebed.

[2]. Vgl. heilige Thomas van Aquino, Commentaar op het evangelie van sint Jan, hoofdstuk 1, lect. 10.

[3]. Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 496.

[4]. Heilige Jozefmaria, Vrienden van God, nr. 275.

[5]. Heilige Cyrillus van Alexandrië, Epistola 24 (PG 77, 138).

[6]. Heilige Jozefmaria, Vrienden van God, nr. 275.

[7]. Gebed Sub tuum praesidium.

[8]. Heilige Jozefmaria, Vrienden van God, nr. 275.

[9]. Romeins Missaal, Hoogfeest van Maria, Moeder van God, eerste lezing (Num 6, 24-26).

[10]. Paus Franciscus, Homilie op het Hoogfeest van Maria, Moeder van God, 1-1-2015.

[11]. Lc. 1, 38.

[12]. Ibid., 31-33.

[13]. Vgl. Hand. 1, 14; 2, 1-4.

[14]. Paus Franciscus, toespraak bij de algemene audiëntie, 9-12-2015.

[15]. Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 495.

[16]. Joh. 2, 5.

[17]. Lc. 11, 27.

[18]. Zalige Álvaro del Portillo, aantekeningen van een familiebijeenkomst, 1-1-1980.

[19]. Ibid.

[20]. Heilige Jozefmaria, Brief 29-9-1957, nr. 71.

[21]. Benedictus XVI, toespraak bij het Angelus, 4-12-2011.

[22]. Paus Franciscus, toespraak in de algemene audiëntie, 16-12-2015.

[23]. Paus Franciscus, Bul Misericordiae vultus, 11-4-2015, nr. 24.

Copyright © Prælatura Sanctæ Crucis et Operis Dei