Brief van de prelaat (februari 2016)

De prelaat vraagt ons met nadruk om tijdens de Vastentijd deze woorden van de heilige Jozefmaria eigen te maken: "een dag bestaat niet uit één bekering, maar uit vele bekeringen."

Pastorale brieven en berichten
Opus Dei - Brief van de prelaat (februari 2016)

Mijn geliefde kinderen, moge Jezus jullie behoeden!

Binnenkort, aan het begin van de Vastentijd, zal opnieuw de roep van de profeet weerklinken, die uit naam van de Heer tot ons spreekt: keert, van ganser harte, met vasten tot Mij terug; met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde.[1]

De uitnodiging tot een diepgaande verandering wordt bijzonder actueel in het jaar van de Barmhartigheid, een speciale tijd van genade voor de hele mensheid. Het geeft ons veel vertrouwen en zekerheid dat de Heer altijd en in het bijzonder in deze tijden bereid is ons de genade te geven; de genade voor deze nieuwe bekering om in het bovennatuurlijke te groeien; een grotere overgave, de vooruitgang in de volmaaktheid, een grotere vurigheid.[2]

Laten we in de loop van deze maanden strijden om vooruit te gaan over het pad van de bekering, wat als een samenvatting is van de weg van de christen. De heilige Johannes Paulus II bevestigt dit in de encycliek Dives in misericordia: «De volledige kennis van de barmhartigheid en welwillende liefde van God is een voortdurende en onuitputtelijke bron van bekering, niet slechts als een voorbijgaande innerlijke daad, maar als een blijvende houding en geestesgesteldheid. Want degenen die God via deze weg kennen en Hem op deze manier ‘zien’, – voegde hij eraan toe – kunnen niet anders leven dan door zich voor altijd tot Hem te bekeren. Zij leven dus in een staat van bekering, in státu conversiónis; en deze staat maakt het voornaamste bestanddeel uit van de pelgrimstocht van de individuele mensen op aarde als mensen die op weg zijn, in státu viatóris».[3]

De heilige Jozefmaria benadrukte dat een dag niet uit één bekering bestaat, maar uit vele bekeringen. Iedere keer dat jij rectificeert, en bij iets dat niet in orde is – al is het geen zonde – je best doet om je leven meer te vergoddelijken, dan is dat een bekering.[4]

We hebben het allemaal nodig de koers bij te stellen en onze geest, ons hart en onze daden op de Heer te richten. Dat doen we door alles wat ons van de weg afbrengt, of ons van Hem kan verwijderen, uit de weg te ruimen, want wij allen ervaren de neiging tot zondigen. De heilige Johannes leert: als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze zonden belijden, zal Hij die getrouw en rechtvaardig is ons de zonden vergeven en ons reinigen van elke ongerechtigheid. Als wij zeggen dat wij niet hebben gezondigd, maken wij Hem tot een leugenaar en is zijn Woord niet in ons.[5]

De Vastentijd – een bijzondere tijd van gebed, boete en het beoefenen van de werken van naastenliefde – moet onze ziel ten diepste raken. Het feit dat die nu samenvalt met een jaar dat bestemd is om in het bijzonder de goddelijke barmhartigheid te verkondigen, vormt een nieuwe stimulans om ons in te spannen met de wens ons als betere kinderen van onze hemelse Vader te gedragen die met vaderlijke liefde naar ieder van ons kijkt. Misschien is dit een goed moment om rustig onze heel persoonlijke balans op te maken en te onderzoeken hoe wij de aanbevelingen van de Paus voor dit heilig Jaar volgen, in vereniging met heel de Kerk.

Er zijn verschillende dingen die we in de Vastentijd kunnen doen, maar ik wil blijven stilstaan bij een van de geestelijke werken van barmhartigheid: het bidden voor de levenden en overledenen. Het gebed voor de mensen die het dichtst bij ons staan en, meer algemeen, voor degenen met wie wij in de loop van de dag omgaan, blijkt hard nodig te zijn. Op de eerste plaats omdat dit gebed ons hart groter maakt doordat we een grotere gelijkenis met Jezus zoeken; en ook omdat het verhindert – of het tenminste moeilijker maakt – dat we vervallen in een overdreven zorg voor onze persoonlijke dingen.

Het was bijzonder hoe zeer de heilige Jozefmaria zich inspande om meer te bidden voor de mensen die hij tegenkwam, net zoals zijn voortdurend gebed voor de overledenen, ook wanneer hij een begraafplaats of een begrafenis zag. Iedere dag opnieuw was dit voor hem een punt van aandacht.

Hij heeft ons een schitterend voorbeeld nagelaten. Wanneer hij met iemand sprak, richtte hij zich altijd eerst tot de engelbewaarder van die persoon; als hij, te voet of met een transportmiddel, onderweg was bad hij altijd voor de mensen die hij tegenkwam, al kende hij ze niet en zou hij ze misschien nooit meer zien. Ieder gebed voor een ander was een kleine vooruitgang in deze voortdurende bekering die hij nastreefde om zich meer met Jezus Christus te vereenzelvigen, en hij voelde in zijn ziel dat we niet mogen denken dat we al helemaal op God gericht zijn; het is nodig opeenvolgende bekeringen te ondergaan, die ons dichter bij de heiligheid brengen.[6]

Dit verzekert en versterkt onze reactie op de oproep die wij allen hebben ontvangen om de heiligheid serieus na te streven. Paus Franciscus herinnert aan de ontmoeting van de Heer met Matteüs. Toen Jezus aan het tolhuis voorbijkwam, richtten zijn ogen zich op die van Matteüs. Het was een blik vol barmhartigheid die de zonden van die man vergaf, en de weerstand van de andere leerlingen overwinnend, koos Hij hem, de zondaar en tollenaar, om een van de Twaalf te worden.[7]

De vergeving van de zonden gaat altijd samen met een uitnodiging om Jezus Christus na te volgen. God beperkt zich er niet toe onze zonden uit te wissen wanneer we Hem oprecht om vergeving vragen of het sacrament van de Biecht ontvangen. Hij stort ons bovendien de genade van de Heilige Geest in, die de aanwezigheid van de Drie-eenheid in onze ziel versterkt. Iedere roeping in de Kerk vindt haar oorsprong in de medelijdende blik van Jezus. Bekering en roeping zijn als de twee kanten van eenzelfde munt en in het leven van een leerling van Jezus die tot het apostolaat geroepen is, staan ze met elkaar in verband.[8]

We naderen 14 februari, de datum waarop de Heer de heilige Jozefmaria heeft laten zien dat ook vrouwen (in 1930) van het Werk konden worden en daarna (in 1943) dat de numerairs als priester in het Opus Dei konden worden geïncardineerd. Later, in 1950, zag hij dat ook de andere diocesane priesters tot het Priestergenootschap van het Heilig Kruis konden behoren. Daarom is deze datum een dag van dankzegging voor de gelovigen van het Opus Dei en ook voor veel mannen en vrouwen die gevoed worden met de geest van het Werk.

De wens om het licht en het leven van Christus naar de andere mensen te brengen begint als iets dat inherent is aan de christelijke roeping en vormt een blijvende bron van vreugde. Dit heeft Benedictus XVI opnieuw bevestigd: «We mogen de vreugde van het geloof niet voor onszelf houden; we moeten haar verspreiden en doorgeven, en zo wordt ze in ons eigen hart versterkt. Als het geloof daadwerkelijk verandert in vreugde omdat we de waarheid en de liefde hebben gevonden, is het onvermijdelijk dat we het verlangen voelen het door te geven, het aan de anderen mee te delen.»[9]

Het hele leven van de heilige Jozefmaria, en in het bijzonder zijn intens kijken naar God op de data die we nu gedenken, tonen ons dat op een tastbare manier. Zijn inzet om het Opus Dei vooruit te brengen was niet te scheiden van zijn verlangen om het katholieke geloof te verspreiden.

Tegelijkertijd was deze houding ook zichtbaar in zijn vreugde over de verscheidenheid aan roepingen binnen de gemeenschappelijke christelijke roeping. Paus Franciscus heeft onlangs zijn wens geuit dat alle gedoopten in de loop van het Buitengewoon Jubileum van de Barmhartigheid de vreugde zouden kunnen ervaren om tot de Kerk te behoren. Hopelijk kunnen ze opnieuw ontdekken dat de christelijke roeping, evenals de specifieke roepingen, ontstaan in de schoot van het Godsvolk en dat het gaven van de goddelijke barmhartigheid zijn. De Kerk is het huis van de barmhartigheid en de ‘bodem’ waarin de roeping ontkiemt, groeit en vrucht voortbrengt.[10]

Laten we deze genade vragen aan de Moeder van God en onze Moeder, de Moeder van de Schone Liefde, wanneer we de Paus bij zijn aanstaande reis naar Mexico, van 12 tot 18 februari, in de geest vergezellen. Laten we onze toevlucht nemen tot Onze Lieve Vrouw van Guadalupe, opdat er op haar voorspraak, in die dagen en ook daarvoor en erna, veel geestelijke vruchten – veel bekeringen – komen in Mexico en in de hele wereld.

Jaren geleden heeft onze zeer geliefde don Álvaro ter voorbereiding op het vijftigjarig bestaan van het Werk geschreven: «Vraag Onze Lieve Vrouw dat zij in de mensen de verlangens naar trouw aan Jezus Christus, het Hoofd van dit Mystieke Lichaam, doet herleven door een diepe bekering tot de bovennatuurlijke betekenis van de christelijke roeping, die hen tot het ontvangen van de sacramenten brengt, tot een innerlijk leven van vereniging met God, tot de broederlijke naastenliefde, tot de volgzame gehoorzaamheid aan de herders van de Kerk, tot de sterkte om het geloof en de goede leer te behouden en uit te dragen, zonder ook maar in iets van gebrek aan trouw toe te geven.»[11]

Laten wij dit gebed van don Álvaro voortzetten en blijft bidden voor mijn andere intenties, waarbij het gebed voor de zieken niet mag ontbreken. De laatste tijd roept de Heer tot zich veel zussen en broers van jullie. Dat is moeilijk, heel moeilijk! Maar we moeten ex toto corde, met heel ons hart, de allerrechtvaardigste en allerbeminnelijkste Wil van God eerbiedigen. Bovendien is de gelukkige keerzijde ervan, dat ze voorgoed van de aanschouwing van de Allerheiligste Drie-eenheid zullen genieten.

Met alle genegenheid zegent jullie

jullie Vader

+ Javier

Rome, 1 februari 2016



1. Romeins Missaal, Aswoensdag, eerste lezing (Joël 2, 12-13).

2. Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een meditatie, 2-3-1952.

3. Johannes Paulus II, Enc. Dives in misericordia, 30-11-1980, nr. 13.

4. Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een familiebijeenkomst, 1-10-1970.

5. 1 Joh 1, 8-10.

6. Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een familiebijeenkomst, jaar 1971.

7. Paus Franciscus, Bul Misericordiae vultus, 11-4-2015, nr. 8.

8. Paus Franciscus, Boodschap voor de werelddag van gebed om roepingen, 29-11-2015.

9. Benedictus XVI, Toespraak bij de opening van de diocesane Vergadering van Rome, 11-6-2007.

10. Paus Franciscus, Boodschap voor de werelddag van gebed om roepingen, 29-11-2015.

11. Zalige Álvaro del Portillo, Brief, 9-1-1978, nr. 13 (‘Familiebrieven’, II, nr. 140).

Copyright © Prælatura Sanctæ Crucis et Operis Dei