Brief van de prelaat (augustus 2015)

In de brief van augustus spreekt mgr. Javier Echevarría over de roeping tot het huwelijk en tot het celibaat, een oproep die God tot ieder schepsel richt. Ook brengt hij in dit Mariajaar voor het gezin enkele overwegingen naar voren over de rol van de ouders bij de opvoeding van de kinderen.

Pastorale brieven en berichten
Opus Dei - Brief van de prelaat (augustus 2015)

Mijn geliefde kinderen, moge Jezus jullie behoeden!

Midden in de maand augustus schittert het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming. We vieren niet alleen de glorie die onze Moeder toekwam vanwege haar volledige beantwoording aan de genade van God, maar zij is ook een beeld van de gelukzaligheid die ons wacht als wij trouw beantwoorden aan de christelijke roeping.

«Terwijl de Kerk – zoals het Tweede Vaticaans in herinnering brengt – in de allerheiligste Maagd Maria reeds de volmaaktheid heeft bereikt waardoor zij zonder smet of rimpel is (cfr. Ef 5, 27), streven de gelovigen er nog naar de zonde te overwinnen en in heiligheid te groeien. Daarom richten zij hun ogen op Maria die als een toonbeeld van deugden schittert voor heel de gemeenschap van de uitverkorenen.» [1]

In de maand die we nu beginnen zijn er ook andere aanroepingen tot Maria die ons van vreugde vervullen. Morgen, 2 augustus, is de feestdag van Onze Lieve Vrouw van de Engelen. De 5de die van de wijding van de basiliek van Maria de Meerdere waarop wij het goddelijk moederschap van Onze Lieve Vrouw gedenken. Ten slotte vieren we op de 22ste de kroning van de allerheiligste Maagd Maria tot Koningin en Heerseres over alles wat geschapen is. De volgende dag, 23 augustus, brengt ons bij het moment waarop de heilige Jozefmaria in zijn ziel de uitroep hoorde: Adeámus cum fidúcia ad thronum glóriæ, ut misericórdiam consequámur: laten we met vertrouwen naar de troon van de glorie gaan, naar de allerheiligste Maagd Maria, om barmhartigheid te verkrijgen.

Deze data nodigen ook uit om te overwegen dat God een eeuwige woning voor ons heeft voorbereid in de hemel, waar we zullen wonen met onze ziel en ons verheerlijkt lichaam, nadat we de weg die God voor iedere persoon heeft aangegeven trouw hebben gevolgd, in het bewustzijn dat er veel – ontelbaar veel – manieren zijn om de weg af te leggen die naar de hemel leidt.

De Heer roept het grootste deel van de mannen en vrouwen om zich te heiligen in het huwelijk; anderen, ook velen, krijgen de gave van het celibaat waarmee zij de Kerk en de zielen dienen met een indivíso corde[1], met een onverdeeld hart. Maar of het nu in het huwelijk is of in het celibaat, het gaat altijd om een goddelijke roeping, een oproep die God tot ieder schepsel richt.

Al vanaf de jaren 30 van de vorige eeuw verkondigde de heilige Jozefmaria deze realiteit met volle overtuiging. Het waren tijden waarin de roeping tot de heiligheid bijna alleen gezien werd met betrekking tot priesters en degenen die tot het religieuze leven geroepen waren. Maar onze Vader insisteerde in zijn prediking en in de geestelijke begeleiding van jonge mensen: Je lacht omdat ik zeg dat je ‘roeping voor het huwelijk hebt’? Ja, dat heb je: een echte roeping.[2]

Bij een goede opvoeding hoort ook dat de kinderen een passende voorbereiding krijgen om in vrijheid te kunnen kiezen voor de weg die hen naar God brengt; ook dit is een taak die heel eigen is aan de ouders. De Kerk heeft altijd benadrukt dat de vaders en moeders deze plicht niet in handen kunnen laten van andere personen. Pius XI noemde al het kwaad van «het naturalisme dat (...) het terrein van het onderwijs binnendringt in zo’n delicate materie als de moraal en de kuisheid.»[3] En de heilige Johannes Paulus II bevestigde in de apostolische exhortatie Familiaris consortio opnieuw dat «de opvoeding tot liefde als zelfgave ook het onmisbare uitgangspunt voor de ouders is (…). Bij een cultuur die de menselijke seksualiteit grotendeels ‘banaliseert’ door haar op een gereduceerde en verarmde wijze te interpreteren en te beleven, door haar alleen te verbinden met het lichaam en met het egoïstisch genot»[4], moeten degenen die aan het hoofd van het gezin staan heel serieus de waardigheid van de persoon overwegen die geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van God.

In dit verband is de opvoeding tot kuisheid absoluut noodzakelijk als een deugd die de ware rijpheid in iedere man, in iedere vrouw, ontwikkelt en hen in staat stelt om te respecteren en te bevorderen dat het lichaam aan God toebehoort. Degenen die aan het hoofd van het gezin staan moeten daar speciale aandacht en zorg aan besteden, en de tekenen van de roeping van God onderkennen bij de opvoeding tot de maagdelijkheid als hoogste vorm van de zelfgave die de intrinsieke zin van de menselijke seksualiteit is.[5]

Zeker kunnen vaders en moeders raad vragen aan personen met een goede vorming – en in sommige gevallen moeten ze dat ook doen – maar zij zijn het die het initiatief en de verantwoordelijkheid moeten nemen. Ze moeten geen scrupules hebben of bang zijn om over deze thema’s te beginnen. Ik richt me in het bijzonder tot de gelovigen en de medewerkers van het Werk die tot het huwelijk geroepen zijn. Met bovennatuurlijke zin en menselijke genegenheid, met nabijheid, zullen jullie de onrust opmerken bij jullie kinderen en dan tactvol kunnen handelen, met de steun van het gebed.

De heilige Jozefmaria wees de ouders er serieus en met liefde op dat zij zelf met de kinderen moeten spreken over de oorsprong van het leven, met voorbeelden die zij kunnen begrijpen. Voordat een slechte jongen of een pervers meisje hen vertelt over het leven, moeten jullie dat al gedaan hebben: jouw man en jij. In de aanwezigheid van God en met zoveel fijngevoeligheid dat ze je een omhelzing zullen geven en zeggen: mama, wat ben je goed. En wat is papa goed. En wat is Onze Lieve Heer goed dat Hij jullie de macht gegeven heeft om ons ter wereld te brengen! Dit is heel mooi! En kom niet met de ooievaar aanzetten!

De waarheid, de waarheid op het juiste moment, uit de mond van de moeder of van de vader. Niet van de school. De Kerk heeft dat nooit gewild. Het is niet goed! Jullie kinderen kunnen niet als beesten behandeld worden. Ze zijn kinderen van God! En bovendien zijn het jullie kinderen. Ieder van hen heeft de waarde van het meest kostbare juweel. Ze moeten ook niet op dezelfde manier behandeld worden, maar aangepast aan hun psychische en fysiologische ontwikkeling.[6] Hier ligt ook een wijde horizon voor echtparen aan wie God geen nakomelingen heeft gegeven. Met hun voorbeeld en hun woorden kunnen ze meewerken aan de verdediging van de grote deugd van de kuisheid.

Ik herinnerde jullie eraan dat God de meeste mannen en vrouwen tot het huwelijk roept. Bij de voorbereiding op deze stap speelt de verlovingstijd een belangrijke rol. De Catechismus van de Katholieke Kerk bevestigt dat de kinderen het recht en de plicht hebben om zelf hun beroep en levensstaat te kiezen, en voegt eraan toe: «Die nieuwe verantwoordelijkheid moeten ze op zich nemen in een vertrouwvolle omgang met hun ouders. Graag zullen ze de mening en het advies van hun ouders vragen en ontvangen. De ouders moeten opletten dat ze hun kinderen niet onder druk zetten bij de keuze van een beroep of van een levenspartner. Maar de plicht van terughoudendheid verbiedt hun allerminst hun kinderen te helpen met weloverwogen raad, vooral wanneer ze de bedoeling hebben om een gezin te stichten.»

Onze stichter raadde aan de verlovingstijd niet te lang te maken: niet langer dan nodig is om elkaar goed genoeg te leren kennen en vast te stellen dat er echte liefde is, die daarna steeds verder moet groeien. In die periode is het nodig zich met matigheid en zelfbeheersing aan de eisen van de wet van God te houden. De moraal kan niet veranderen, evenmin als het geloof kan veranderen: het behoort tot de geloofsschat die Jezus in de handen van de Kerk liet (…). Niemand kan daar aankomen! Over eeuwen zal de geloofsschat net zo zijn als deze vanaf het begin is geweest. [7]

Helaas hebben zich ook op dit terrein verkeerde opvattingen en gedragslijnen verspreid die in schril contrast staan met de natuurwet en de goddelijke positieve wet. Paus Franciscus gaf enkele maanden geleden in een audiëntie een uiteenzetting van een paar punten van het traditionele onderricht van de Kerk. Hij herinnerde er onder andere aan dat de liefdesverbintenis tussen man en vrouw een verbintenis voor het leven is die niet wordt geïmproviseerd, niet van de ene dag op de andere wordt gemaakt. Een express-huwelijk bestaat niet: aan liefde moet gewerkt worden, men moet op weg gaan. De liefdesverbintenis tussen man en vrouw leert men en die verfijnt zich.[8] En hij voegde er heel realistisch aan toe: Wie alles wil en wel onmiddellijk, laat bij de eerste moeilijkheid (of bij de eerste gelegenheid) alles weer los, en wel onmiddellijk.[9]

Als de ouders de fysieke en geestelijke ontwikkeling van hun kinderen volgen zullen ze gemakkelijker merken wanneer het opportuun is om advies of oriëntatie te geven. Maar ook moeten ze de mogelijke en prachtige roeping onderkennen van een kind dat zich in het apostolisch celibaat in dienst van God en de zielen kan stellen. Als de ouders hiervoor terugschrikken en zich buitengewoon sterk verzetten tegen deze keuze, dan laten ze – op zijn minst – zien dat de geest van Jezus Christus weinig diepgang heeft gekregen in hun ziel, dat hun christen-zijn erg aan de oppervlakte blijft. Het is logisch dat ze de zaak in de aanwezigheid van God bekijken en, als ze zich door een starre houding laten leiden, zich anders gaan opstellen. Ik denk dat alleen degenen die de weg van het celibaat liefhebben de grootheid van een zuiver huwelijk met meer diepgang zullen begrijpen.

Ik kom terug op het begin van deze brief. De heilige Jozefmaria was, door de wil van God, een vastberaden voorvechter van de roeping tot heiligheid in elke levensstaat. Hij herhaalde dikwijls dat hij de liefde van de echtgenoten met de beide handen van een priester zegende, omdat de echtgenoten de bedienaars en de materie zijn van het sacrament van het huwelijk (...). En ook herhaal ik steeds dat de mensen die de roeping van het apostolisch celibaat volgen, geen alleenstaanden zijn die de liefde niet begrijpen of niet waarderen; integendeel, de drijfveer voor hun leven ligt in de goddelijke Liefde ik schrijf dat woord graag met een hoofdletter die de essentie van elke christelijke roeping is.

Er is geen enkele tegenstrijdigheid tussen de waardering van de roeping tot het huwelijk en het begrijpen van de hogere waarde van de roeping tot het celibaat propter regnum caelorum (Mt 19,12), omwille van het rijk der hemelen. Ik ben ervan overtuigd dat elke christen heel goed begrijpt hoe deze beide aspecten verenigbaar zijn, als hij zijn best doet om de leer van de Kerk te leren kennen, te accepteren en lief te hebben; en als hij ook zijn best doet om zijn eigen persoonlijke roeping te leren kennen, te accepteren en lief te hebben. Met andere woorden: als hij gelooft en leeft uit het geloof (…).

Een christen die in het huwelijk naar de heiligheid streeft en zich van de grootheid van zijn eigen roeping bewust is, zal juist daarom spontaan een speciale waardering en een diepe genegenheid voelen voor degenen die tot het apostolisch celibaat geroepen zijn. Hij zal oprecht blij zijn als een van zijn kinderen door Gods genade die weg zou gaan. En hij zal zijn eigen roeping tot het huwelijk nog meer gaan beminnen, want die heeft het hem mogelijk gemaakt de vruchten van zijn menselijke liefde op te dragen aan Christus die de grote Liefde van allen is, van gehuwden en ongehuwden.[10]

Op 15 augustus zullen we – zoals ieder jaar – de toewijding van het Opus Dei aan het allerzoetst Hart van Maria hernieuwen, die onze Vader voor het eerst deed in 1951, in het heilig Huis van Loreto. Ik wil jullie aanmoedigen om dikwijls het schietgebedje te herhalen dat hij ons toen heeft aangeraden – Cor Maríæ dulcíssimum, iter para tutum! – waarbij wij de Maagd Maria ook vragen om voor ieder een veilige weg te bereiden: voor degenen die de roeping tot het huwelijk hebben ontvangen en voor degenen die Jezus volgen over de weg van het apostolisch celibaat.

Een paar dagen geleden was ik in de gelegenheid om naar Lourdes te gaan en in gedachten heb ik alle Mariaheiligdommen bezocht en heb ik jullie vergezeld waar jullie ook heengaan. Blijven jullie je verenigen met mijn gebed voor de paus, voor zijn intenties en voor de komende synode over het gezin. Een tijdje geleden zeiden personen die niet van het Werk zijn tegen mij: ‘In het Opus Dei is er veel liefde voor Maria’. Ze hebben geen ongelijk en we moeten ons inspannen – ieder van ons – daarin verder te komen.

Met alle genegenheid zegent jullie,

jullie Vader,

+ Javier

Pamplona, 1 augustus 2015



1. Tweede Vaticaans Concilie, Dogm. Const. Lumen gentium, nr. 65

2. Cfr. 1 Cor 7, 32-34.

3. Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 27.

4. Pius XI, encycl. Divini illius Magistri, 31-12-1929, nr. 49.

5. Heilige Heilige Johannes Paulus II, Apost. exhort. Familiaris consortio, 22-11-1981, nr. 37.

6. Cfr. Ibid.

7. Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een familiebijeenkomst, 5-7-1974.

9. Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een familiebijeenkomst, 28-11-1972.

10. Paus Franciscus, Toespraak bij de algemene audiëntie, 27-5-2015.

11. Ibid.

12. Heilige Jozefmaria, Gesprekken, nr. 92.

____________________________________________________________________________________________________

Copyright © Prælatura Sanctæ Crucis et Operis Dei