Zalig de barmhartigen

Wie barmhartig is tegenover anderen, wordt niet automatisch ook door hen barmhartig behandeld. Toch leren wij: “Zalig de barmhartigen, want zij zullen mededogen ervaren.” Hoe moeten we dat dan zien? Hoe word je barmhartig en hoever moeten we daarin gaan? God is ons voorbeeld.

Jaar van de barmhartigheid
Opus Dei - Zalig de barmhartigen “Alle mensen wachten in hun hart altijd al op een of andere manier op een omvorming van de wereld. … "

“Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.“ Zo luidt een van de acht zaligsprekingen van de Bergrede. Op het eerste gezicht lijkt dit vanzelfsprekend. Je moet gewoon barmhartig zijn, zou je kunnen denken.

Er moet gewoon iemand mee beginnen, grenzeloos in pure barmhartigheid te leven en te handelen. Dan zou hij daarmee toch een wereld-veranderend-proces in gang zetten? Hij verandert de wereld in een eerste kleine stap, wint op die manier andere mensen voor zich en beetje bij beetje wordt zo de hele wereld steeds barmhartiger. Tenslotte zou men ook zelf van anderen een toenemende barmhartigheid ervaren en zo zalig worden. Een vonkje waarheid zit er wel in; maar helaas ook niet meer dan dat; want zo heel gemakkelijk gaat het niet.

Het Mattheus evangelie (18,23-35) verhaalt van een knecht die een grote schuld heeft bij zijn heer: tienduizend talenten; een onvoorspelbare som geld. Verrassend genoeg blijft de knecht innerlijk volkomen onberoerd door de schuldsanering. Direct na de ondervonden barmhartigheid, verlangt hij ijskoud en genadeloos van een andere knecht de lachwekkende som geld van 100 denariën die deze hem schuldig is.

Om een idee te krijgen van de orde van grote van de schuld: 10.000 talenten zijn gelijk aan circa 120 miljoen denariën. Dit enorme bedrag is hem kwijtgescholden! Desondanks staat hij onverbiddelijk op de terugbetaling van de schuld van 100 denariën van de ander aan hem.

Barmhartig word je, als je het geluk toelaat
.eerst door God geliefd te worden

De parabel van de genadeloze knecht is een levenservaring die iedereen wel kent. In het vertrouwen op de veranderende kracht van barmhartigheid, van compassie en vergeving, hebben we de eerste stap gewaagd en gehoopt dat bij anderen op deze manier een verandering zou optreden. Dit rekensommetje is echter niet altijd opgegaan. Dan stonden we er beteuterd bij te kijken! Van het voorschot aan vertrouwen hebben we slechts teleurstellingen geoogst en tenslotte niets bereikt.

Gelukkig is dat niet altijd zo. Maar het toont wel aan dat barmhartigen niet zo eenvoudig mededogen ondervinden en uiteindelijk zalig worden.

“Zalig de barmhartigen, want zij zullen mededogen ervaren.” Moeten we deze zaligprijzing dan eerder op God betrekken? Zo zou je dat kunnen opvatten: wie tegenover anderen barmhartig is, vindt in ieder geval bij God erbarmen, geheel onafhankelijk van hoe de anderen er op reageren.

Deze verklaring klinkt tamelijk redelijk. Ze ontpopt zich echter als Trojaans paard, omdat ze Gods mededogen afschildert als loon en eindafrekening, als verdienste en betaling voor onze barmhartigheid: Ik geef, zodat jij geeft. Preciezer: Ik geef anderen, zodat Jij, God, mij geeft.

Dat kan natuurlijk niet zo zijn, want Gods mededogen is niet te koop. Van een God die zich door ons laat betalen, zou niet veel te verwachten zijn. Zo’n God zou immers zelf niet genoeg hebben. Dan zou hij ons ook niet in overvloed kunnen geven, ons niet zalig kunnen maken.

De toegang door de Bijbel

Laten we dus verder zoeken naar een verklaring voor deze zaligprijzing, die betrouwbaarder is dan die van onszelf. Echt betrouwbaar is de Bijbel, de Heilige Schrift, het Woord van God. – We zouden de Bijbel vaker ter hand moeten nemen. Ze laat ons nog steeds verborgen schatten ontdekken die ons leven veranderen.

Laten we dus het woord barmhartigheid eens onder de loep nemen: welke betekenis heeft het in de Bijbel? … Waarvan spreekt de Bijbel eigenlijk? Wat bedoelt ze precies als ze iemand barmhartig noemt? In het Hebreeuws geeft de Bijbel twee verschillende woorden die gewoonlijk met barmhartigheid vertaald worden.

Het eerste luidt: Rahamim, wat letterlijk zoveel betekent als ‘buik van barmhartigheid’. Het gaat om een gevoel van genegenheid, van medelijden. Impliciet betekent het ook: door de zwakte van de ander geraakt te worden, mee te leven met zijn tegenspoed en daarop betrokken te reageren. Het Hebreeuwse Rahamin betekent dus uitdrukkelijk de inzet van de hele mens ‘van binnen uit’: de inzet met hart en ziel die tot een antwoord door concreet handelen leidt.

Barmhartig word je, als je je tot God wendt
.en zo zijn trouw in mededogen ontdekt

Interessant is nu dat het Oude en het Nieuwe Testament deze houding ook aan God toeschrijft: God houdt van zijn zoon Efraim die hem “zo lief en zo dierbaar” is, lezen we bij de profeet Jeremiah (vgl. Jeremia 31,20). En het nieuwe Testament profeteerde de komst van de Messias - letterlijk - "dankzij de innige barmhartigheid van onze God" (vgl. Lukas 1, 78). Dit toont de omvang en intensiteit van goddelijke genade.

Het tweede Hebreeuwse woord, dat gewoonlijk met barmhartigheid vertaald wordt, is: Hesed. Hesed is ware liefde en daarmee barmhartigheid, in wederzijdse acceptatie en toewijding. Het woord sluit een egoïstisch, meer aan zichzelf dan aan de anderen denkend contact, ontsproten aan vluchtige passie en een onvrij besluit ten enenmale uit.

Het Bijbelse begrip barmhartigheid krijgt door deze beide woorden een onbevattelijke diepte en betekent tegelijkertijd liefde, tederheid, trouw, inzet, goedheid, mildheid, medeleven, begrip én medelijden.

Barmhartigheid kan alleen via God worden begrepen

Wij mensen kunnen deze gedragingen slechts stuk voor stuk uitoefenen, en dan nog altijd imperfect. Daarentegen schrijft de Bijbel ze God allemaal tegelijk toe.

De Heilige Schrift wil daarmee in één klap motiveren deze gedragingen (uit) te oefenen. En vooral wil de Bijbel zeggen: de vruchtbare wisselwerking van alle goede gedragingen kan alleen door middel van God worden begrepen. De mens is geschapen ‘naar Gods evenbeeld’, zegt Genesis. Daarom kan de mens zich ten diepste alleen middels God begrijpen. Daarom opent God zich en openbaart zijn aard: door zijn Heilige Woord, en door de Kerk, aan wie hij het heeft opgedragen.

Als we God willen leren kennen, moeten we de Bijbel lezen en naar de kerk gaan. Zo leert men, van aangezicht tot aangezicht tot hem te bidden. Als we barmhartig willen zijn, dan kan dat ook alleen door het gebed. Laten we aanbiddend naar Gods barmhartigheid opzien, worden ook wij barmhartig en in de volheid van de zaligprijzing veranderd: “Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.”

Gods barmhartigheid in de Bijbel

Wat zegt de Bijbel over de Gods barmhartigheid? Ten eerste: ze is eeuwig. Lang voordat we er behoefte aan hadden, had God ons al met zijn liefhebbende barmhartigheid omkleed: “Mijn liefde voor u duurt eeuwig,” zegt de profeet Jeremia (31,3). En Paulus schrijft aan de christenen van Efese (1,4): In Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus.”

Heilig en onberispelijk leven als kinderen van God, dat kan alleen als God ons zeer barmhartig is. Zoals psalm 103 omschrijft: “Hij immers weet van ons maaksel, Hij gedenkt dat wij stof zijn. Want de dagen van de mens zijn als gras, hij bloeit als de bloem op het veld; gaat de wind erover, is ze verdwenen, en de plek waar ze stond heeft er geen weet meer van. Maar de goedheid des Heren, zij blijft: zij is eeuwig met wie Hem vrezen.”

Verder is Gods barmhartigheid ‘lankmoedig en trouw’. De profeet Jeremia vergelijkt de ontrouw van Israël tegenover God Jahweh met een echtgenote die haar man verlaten heeft en nu als hoer het land ontwijdt: “Kijk en zie op naar de hoogten! Waar heb je je niet laten onteren?” Maar God dacht: “Nadat ze dit alles gedaan heeft, zal ze uiteindelijk naar mij terugkeren. Maar zij keerde niet terug. In plaats daarvan begaf de afvallige zich op elke hoge berg en onder elke weelderige boom en pleegde daar ontucht.” God echter, bleef trouw: “Als je wilt omkeren, Israël – godspraak van de Heer – mag je naar mij terugkomen; als je je gruweldaden aflegt, hoef je niet voor mij te vluchten.”

Barmhartig word je, als je je bekeert, je laat opnemen in deze
.fundamentele transformatie, vooral tijdens de Heilige Mis

Nog dramatischer gaat het er bij Hosea aan toe (11,3 vv): God is altijd als een vader voor Efraïm geweest. Maar Efraïm en zijn volk hebben dat verdrongen en trekken moordend door het land: “en dat terwijl ik toch degene ben die Efraïm heeft leren lopen, die hem bij zijn armen heeft gevat. Zij echter wilden maar niet weten, dat Ik het was die hen behoedde. Met zachte leidsels heb Ik hen gemend, met teugels van liefde.” “Ik wil hen van hun ontrouw genezen en hun van harte mijn liefde schenken. Mijn toorn heeft zich van hem afgewend.”

Gods barmhartigheid is zo groot dat God niet hoeft te zeggen: “Mijn hart slaat om, heel mijn binnenste wordt week, Neen, Ik zal mijn vlammende toorn toch niet koelen, Efraïm opnieuw te gronde richten, want Ik ben God, Ik ben geen mens, Ik ben de Heilige in uw Midden.” (Hosea 11, 8 vv) Daarover schreef paus Benedictus XVI in zijn Jezus-boek: “Omdat God, God is, de heilige, handelt hij zo als geen mens zou kunnen handelen. God heeft een hart, en dit hart keert zich als het ware tegen zichzelf… Gods hart transformeert (zo) de toorn en vormt straf om in vergeving.”

Gods laatste barmhartigheid aan het Kruis

Gods mededogen met ons mensen komt aan het kruis tot voltooiing, waar Gods zoon het onzegbare geweld en de perverse haat die zich over hem ontladen, van binnenuit aanneemt en in een daad van liefde transformeert.” Een grotere en meer definitieve genade is ondenkbaar.

In 2005 heeft Paus Benedictus XVI dat op het Marienfeld bij Keulen verder uitgewerkt: “Wat van buitenaf brutaal geweld is, wordt van binnenuit een akte van liefde die zichzelf helemaal wegschenkt.” Deze transformatie, die reeds bij het Avondmaal optrad, heeft een proces in gang gezet, “waarvan de omvorming van de wereld het laatste doel is, opdat God alles in alles zij.“ (vgl. 1 Kor 15, 28)

Daarmee gaf de toenmalige de paus één van de grote verlangens van de mensheid aan: “Alle mensen wachten in hun hart altijd al op een of andere manier op een omvorming van de wereld. … Dat is de centrale transformatie die alleen echt de wereld kan vernieuwen: geweld wordt omgevormd tot liefde, dood in leven. … Alle andere veranderingen blijven oppervlakkig en redden niet. Daarom spreken we van verlossing: Het allernoodzakelijkste is gebeurd en we kunnen dit proces binnengaan.”