Voetstappen in de sneeuw

Het mag verbazingwekkend lijken dat zoiets kleins als enige voetstappen in de sneeuw voldoende was om een tiener de grote beslissing te doen nemen om zijn leven aan God te wijden. Maar dat is de taal die God vaak gebruikt om mensen te roepen en dat is de manier waarop edelmoedige zielen die God echt zoeken kunnen antwoorden: met vertrouwen.

Het mag verbazingwekkend lijken dat zoiets kleins als enige voetstappen in de sneeuw voldoende was om een tiener de grote beslissing te doen nemen om zijn leven aan God te wijden. Maar dat is de taal die God vaak gebruikt om mensen te roepen, en dat is de manier waarop edelmoedige zielen die God echt zoeken kunnen antwoorden, met vertrouwen.

Op woensdag 9 januari 1918 werd Jozefmaria 16 jaar. De stad Logroño ging al twee weken gebukt onder zware sneeuwstormen. De thermometer bleef stug op 15 graden onder nul staan. De straten, de bomen en de huizen leken bedekt met een enorme witte deken. Men ging alleen de deur uit als het niet anders kon.

José had werk gevonden als bediende en vertrouwenspersoon in een stoffenzaak in Logroño. Het gezin verhuisde daarheen. Het was een moeilijke verandering voor hen allemaal; ook voor Jozefmaria, die op de middelbare school zat. Hij was een goede leerling.

Op een van deze dagen vielen de ogen van Jozefmaria op sporen in de sneeuw die gemaakt waren door twee blote mensenvoeten. Hij begreep meteen dat ze van de karmelieten waren die kort daarvoor in de stad waren aangekomen. Hij dacht: Sommige mensen brengen zoveel offers voor God en hun naaste en ik ben niet in staat om ook maar iets te doen? Die gedachte zou hem altijd bijblijven.

“De Heer bereidde mij op iets voor door schijnbaar betekenisloze voorvallen waarmee Hij in mijn ziel een goddelijke onrust deed ontstaan. Daarom kost het me geen moeite om de zo menselijke en goddelijke liefde te begrijpen van Theresia van het Kind Jezus: zij raakt ontroerd als ze in een boek een plaatje ziet met de gewonde hand van de Verlosser. Mij zijn ook dergelijke dingen overkomen, die me ontroerden en me brachten tot de dagelijkse communie, tot zuivering, tot de biecht... en tot boete."

“Ik begon de Liefde te voorvoelen, me bewust te worden dat mijn hart me iets groots vroeg en dat het liefde was. Ik wist niet wat God van me wilde, maar het was duidelijk dat Hij mij ergens toe opriep.”

Jozefmaria met zijn broer Santiago en zuster Carmen

Wat te doen? Zeker, bidden. Aan de Heer vragen om zijn hart te verlichten. Al in die tijd begon hij de woorden van de blinde uit het evangelie als schietgebedje te gebruiken: Domine, ut videam! — Heer, laat mij zien wat U van mij wil!. Zijn leven verliep verder zoals dat van een normale leerling op de middelbare school. Hij droomde ervan architect te worden.

De beslissing om priester te worden

Maar hoe zou hij dat plan kunnen verenigen met de oproep van God? Al wist hij alleen maar waartoe het was dat God hem riep! Toch antwoordde hij: “Ja”. Een onvoorwaardelijk "Ja". En hij dacht dat hij meer open zou staan en beter toegerust zou zijn voor de toen nog onbekende roeping als hij priester zou worden. “Op een goede dag zei ik tegen mijn vader dat ik priester wilde worden: het was de enige keer dat ik hem zag huilen. Hoewel hij andere plannen met mij had, verzette hij zich niet." Hij zei: Mijn jongen, denk er goed over na. Priesters moeten heilig zijn... Het is zwaar om geen thuis te hebben, geen gezin en om de liefde van een vrouw te ontberen. Denk er nog eens goed over na, maar ik zal je niet tegenhouden.”

Hij raadde Jozefmaria aan met een priester te gaan praten. Deze ontving de jongen met vreugde en bevestigde zijn vader de roeping van diens zoon. De middelbare school had hij nu bijna afgerond. Nu de studie architectuur was afgevallen, raadde zijn vader hem aan zich in te schrijven voor rechten en deze studie met de verplichtingen op het seminarie te combineren.

De Heer bediende zich van het vaderlijke voorbeeld om bij Jozefmaria een overtuiging te doen ontstaan die hij tot aan zijn dood aan de mensen zou overbrengen: “Het is voor ouders geen offer als God hun kinderen vraagt. Ook is het voor wie Hij roept geen offer Hem te volgen. Het is juist een geweldige eer, een grote en heilige trots, een teken van uitverkiezing en een bewijs van de grote liefde die God op een bepaald moment doet ervaren, maar die van eeuwigheid in zijn geest was.”