Opus Dei viert 25-jarig jubileum status

Kerkleiders reflecteren over de eerste personele prelatuur van de Rooms-katholieke Kerk, het Opus Dei.

Personele prelatuur
Opus Dei - Opus Dei viert 25-jarig jubileum status Kardinaal Julián Herranz.

Paus Johannes Paulus II had een collegiale werkrelatie met de Congregatie van Bisschoppen. De oprichting door de paus van het Opus Dei als personele prelatuur weerspiegelde dat, aldus een gepensioneerde Vaticaanse functionaris.

Kardinaal Julián Herranz, voormalig voorzitter van de Pauselijke Raad voor de Wetgevende teksten, bevestigde dit tijdens een bijeenkomst van kerkleiders over de apostolische constitutie Ut Sit, waarmee Johannes Paulus II het Opus Dei de status van personele prelatuur verleende.

Personele prelaturen werden voorzien door het Tweede Vaticaanse Concilie met als doel om de evangelisatiedynamiek van de Kerk te bevorderen. In een personele prelatuur, strekt de jurisdictie van een prelaat uit over meerdere bisdommen in plaats van een geografisch gebied.

Tijdens de bijeenkomst bedankte kardinaal Camillo Ruini, vicaris van Benedictus XVI voor het bisdom Rome, het Opus Dei “voor de diensten die het verleent ten behoeve van de bisdommen over de hele wereld en in het bijzonder die van Rome,” niet alleen vanwege de rol die sommige priesters van de prelatuur spelen in parochies of bij andere diensten in het bisdom, maar vooral in het streven naar heiligheid en voor het apostolaat dat elk van de gelovigen van de prelatuur stimuleert.

Kardinaal Herranz beperkte zich vooral op de totstandkoming van Ut Sit door uit leggen hoe dit document de “diepte en collegialiteit waarmee Johannes Paulus II het werk van de Congregatie voor de Bisschoppen volgde en instrueerde.”

De huidige prelaat van het Opus Dei, bisschop Javier Echevarría, legde uit dat de juridische status van de personele prelatuur het best past bij het pastorale fenomeen die de stichter, de heilige Jozefmaria Escrivá, zag in 1928 toen het Opus Dei werd gesticht.

Gewone christenen

Bisschop Javier Echevarría, prelaat van het Opus Dei.

De prelaat zei dat het Opus Dei “bestaat uit gewone christenen” die de boodschap verspreiden “dat geloof van binnen uit het gehele menselijke bestaan in al haar realiteiten kan en moet bevruchten: op de eerste plaatse de behoeften van het beroepswerk en, in het algemeen, het gezin en sociale leven.”

Hierdoor kan de prelatuur iedere persoon helpen bij het dichten van de “grote kloof tussen geloof en ons eigen persoonlijke bestaan dat bestaat uit werk en aardse interesses.”

Paul O’Callahan, deken van de faculteit Theologie van de Pauselijke Universiteit van het Heilig Kruis, zei dat “de uniciteit van het werk van Opus Dei in relatie tot de leer van het Concilie niet bestaat uit de nieuwheid van haar boodschap. Deze is besloten in het feit dat het Werk de missie van de Kerk in de praktijk probeert te brengen en de effectieve realisering ervan uitdraagt.

Met het creëren van de prelatuur, zo vervolgde hij, “was het niet een zaak van een andere theoretische visie op de boodschap van het Concilie of het toevoegen van nieuwe elementen, maar het gewoonweg in de praktijk brengen ervan.”

De missie van de prelatuur, zei O’Callahan, “valt eenvoudigweg samen met die van de Kerk; haar gelovigen veranderen niets, zij handelen. Het Werk heeft geen eigen leer of theologie. Het wil alleen maar een klein deel zijn van de Kerk.”

Het Opus Dei heeft thans 86.000 leden verspreid over alle delen in de wereld, inclusief 21 bisschoppen.