Oecumene

Christenen hebben veel met elkaar gemeen, maar de scheuringen die nog steeds bestaan verwonden het hart van de Kerk. De Spaanse priester-theoloog Pedro Rodriguez, schetst in de laatste dagen van de bidweek voor de eenheid van christenen de context voor het vinden van oplossingen voor de Kerk.

Geloofsvorming
Opus Dei - Oecumene

In zijn encycliek Ut Unum Sint wijst paus Johannes Paulus II op het cruciale belang van de oecumene: “De beweging voor de eenheid van de christenen, niet zomaar een of ander "aanhangsel" is dat wordt toegevoegd aan de traditionele activiteit van de Kerk. Integendeel, zij hoort organisch tot het leven en werken van de Kerk.” [1] Benedictus XVI heeft ook een maximale inspanning verricht voor het hertstellen van de eenheid van alle discipelen van Onze Heer: “Ik hernieuw … mijn vaste voornemen, die ik uitte aan het begin van mijn pontificaat, om energiek prioriteit te geven aan het zichtbaar maken van de volledige, zichtbare eenheid van alle volgelingen van Christus.” [2] Alle katholieken moeten deze diepe zorg voor de eenheid voelen. Een essentiële ambitie voor elke Christen is de volledige communio van de mensheid met God als leden van de door Christus gestichte ene Kerk – in overeenstemming met Zijn gebed, “dan zullen zij volkomen één zijn.” [3] Zoals het Tweede Vaticaanse Concilie leerde, leeft de Kerk van Christus voort in (subsistit in) de Rooms-katholieke Kerk. [4]

Om de volledige communio van alle christenen te bereiken, is het eerste middel innig verbonden te zijn met Christus’ gebed: “Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven.” [5] – “Opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn.” [6] Zoals paus Benedictus XVI zei: “Alleen op eigen kracht kunnen we de eenheid niet ‘maken’. We kunnen ze alleen ontvangen als gave van de heilige Geest. Daarom vormt de geestelijke oecumene, dat wil zeggen het gebed, de bekering en de heiliging van het leven, het hart van de oecumenische ontmoeting en beweging.” [7] In hun dagelijkse gebeden herhalen de gelovigen van het Opus Dei deze woorden van de Heer: “Ut omnes unum sint, sicut tu Pater in me et ego in te: ut sint unum, sicut et nos unum sumus.” Bewogen door zijn verlangen om de eenheid aan te moedigen, spoorde de heilige Jozefmaria alle christenen aan: “Draag je gebed, je boete en je werk voor dit doel op: Ut unum sint! Opdat alle christenen eenzelfde wil, eenzelfde hart en eenzelfde geest hebben en daardoor, geheel verenigd met de paus, naar Jezus gaan door Maria. Omnes cum Petro ad Iesum per Mariam!” [8]

Het schandaal van de scheiding

De missie van de Kerk – van Christus nu aanwezig, terecht aangeduid als “de tijd van de Kerk” – is het bouwen aan eenheid in geloof en communio onder mensen. “Men mag namelijk niet vergeten,” zo herinnerde ons Johannes Paulus II, “dat de Heer bij de Vader gesmeekt heeft om de eenheid van zijn leerlingen, opdat die getuigenis zou afleggen van zijn zending en de wereld.” [9] Jezus zelf wees op het doel van deze hechte eenheid: “ut mundus credat – en de wereld zal begrijpen dat u mij hebt gezonden.” [10] Een scheuring is tegenstrijdig aan Gods wil en vormt een ernstige hindernis voor evangelisatie. “De ontbrekende eenheid onder de christenen is zeker een wonde voor de Kerk; maar niet in die zin, dat haar eenheid niet zou bestaan, maar, "voor zover zij haar belet, haar universaliteit in de geschiedenis volledig te verwezenlijken". [11]

Tijdens de historische incidenten die leidden tot onenigheid en scheiding tussen de christenen, zijn aan beide zijden vergissingen begaan. [12] Daarom nodigde Johannes Paulus II alle christenen uit – katholieken en niet-katholieken – tot de “noodzakelijke zuivering van de historische herinnering“ en tot een “onderzoek naar hun pijnlijke verleden”, “om met oprechte en volledige objectiviteit de fouten die gemaakt zijn, alsook de begeleidende verschijnselen te erkennen die aan de oorsprong liggen van hun betreurenswaardige verdelingen.” [13] Aan de andere kant wordt de christenen die later zijn geboren in de kerken en niet-katholieke gemeenschappen – zoals in het decreet Unitatis Redintegratio wordt aangegeven [14] – zijn niet schuldig aan de scheuringen in het verleden, de Kerk heeft hen lief en erkent hen als broeders en zusters.

Referenties

[1] Johannes Paulus II, encycliek Ut Unum Sint, 25 mei 1995, nr. 20.

[2] benedictus XVI, voordracht voorbereidingscommissie Derde Europees Oecumenisch Congres, 26 januari 2006.

[3] Joh 17:21.

[4] Tweede Vaticaans Concilie, dogmatische constitutie Lumen Gentium, 21 november 1964, nr. 8; vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, antwoor


[5] Joh 17:20d op vraag 2, 29 juni 2007.

[6] Joh 17:22-23

[7] Benedictus XVI, voordracht Oecumenische Ontmoeting tijdens de Wereldjongerendagen, Keulen, 18 augustus 2005.

[8] H. Jozefmaria, De Smidse, nr. 647.

[9] Johannes Paulus II, encycliek Ut Unum Sint, nr. 23.

[10] Joh 17:21

[11] Congregatie voor de Geloofsleer, verklaring Dominus Iesus, nr. 17, 6 augustus 2000.

[12] vgl. Tweede Vaticaanse Concilie, decreet Unitatis Redintegratio, nr. 3, 21 november 1964.

[13] Johannes Paulus II, encycliek Ut Unum Sint, nr. 2.

[14] vgl. Tweede Vaticaanse Concilie, decreet Unitatis Redintegratio, nr. 3, 21 november 1964.

  • dr. Pedro Rodriguez pr.