Maria wordt in de hemel opgenomen

Op 15 augustus viert de Kerk het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming. “Denk maar aan de heilige Maagd, vol van genade, Dochter van God de Vader, Moeder van God de Zoon en Bruid van God de Heilige Geest: in haar Hart is ruimte voor de hele mensheid, zonder onderscheid of discriminatie. – Iedereen is haar zoon of haar dochter” (H. Jozefmaria, De Voor, 801).

Geheimen van de Rozenkrans

Zo zingt de Kerk. – En met deze vreugdekreet beginnen wij onze beschouwing bij dit tientje van de Heilige Rozenkrans.

De Moeder van God is ingeslapen. – Rondom haar bed staan de twaalf Apostelen. – Mattias in de plaats van Judas.

En wij staan ook bij haar, door een voorrecht dat allen eerbiedigen.

Maar Jezus wil zijn Moeder met ziel en lichaam bij zich hebben in de Heerlijkheid. – En het hemels Hof ontvouwt al zijn pracht om Onze Lieve Vrouw feestelijk te ontvangen. – jij en ik – ten slotte maar kinderen nemen de sleep van de schitterende blauwe mantel van de Heilige Maagd op, en zo kunnen wij dit wonderbare schouwspel gadeslaan.

De Allerheiligste Drie-eenheid ontvangt de Dochter, Moeder en Bruid van God, en bewijst haar alle eer... – En zo groot is haar majesteit, dat de Engelen zich afvragen: Wie is Zij ?

De Heilige Rozenkrans, 4e glorievolle geheim Assumpta est Maria in coelum, gaudent angeli, Maria is met lichaam en ziel door God ten hemel opgenomen. Grote vreugde onder engelen en mensen. Waarom gevoelen wij vandaag zo'n diepe vreugde? Waarom juicht ons hart en is onze ziel van blijdschap vervuld? Omdat wij de verheerlijking van onze Moeder vieren, en het heel natuurlijk is dat wij, haar kinderen, een bijzondere blijdschap voelen bij het zien van de eer die de Allerheiligste Drie-eenheid haar bewijst.

Christus, haar goddelijke Zoon en onze broeder, heeft haar op de Calvarieberg als Moeder aan ons gegeven, toen Hij tot de H. Johannes zei: Zie daar uw Moeder (Joh. 19, 27). Op dat uur van mateloze droefheid en verlatenheid hebben wij haar, met de zeer geliefde leerling, tot Moeder gekregen. De H. Maria heeft ons ontvangen in de smart, op het ogenblik dat de oude profetie in vervulling ging: En een zwaard zal uw ziel doorboren (Lc. 2, 35). Wij zijn allen haar kinderen. Zij is de Moeder van heel de mensheid. En nu herdenkt de mensheid haar onuitsprekelijk heerlijke opneming in de hemel... Maria, de dochter van God de Vader, de moeder van God de Zoon, de bruid van God de Heilige Geest, stijgt op ten hemel. Boven haar is God, Hij alleen.

Als Christus nu langskomt, 171

Het feest van de Tenhemelopneming van Onze Lieve Vrouw brengt ons in een innig contact met die blijde hoop. Wij zijn nog pelgrims, maar Onze Moeder is ons voorgegaan en toont ons reeds het einde van de weg. Zij zegt ons opnieuw dat het mogelijk is er te komen, en dat wij er komen als we trouw zijn. Want de Heilige Maagd is niet alleen een voorbeeld voor ons: zij is ook de hulp der christenen. En als we smeken: Monstra te esse Matrem, wil u Moeder tonen, dan kan noch wil zij weigeren haar kinderen met moederlijke zorg te omringen.

Als Christus nu langskomt, 177

Als de apostelen zijn weggerend en het razende volk in woede tegen Jezus zijn keel schor schreeuwt, volgt de heilige Maria van nabij haar Zoon door de straten van Jeruzalem. Het gebrul van de menigte doet haar niet terugdeinzen. Zij blijft de Verlosser vergezellen terwijl allen in de stoet, in de anonimiteit van de massa, Christus op lafhartige wijze durven te mishandelen. Roep haar vurig aan: Virgo fidelis!, trouwe Maagd!, en vraag haar dat wij die ons vrienden van God noemen, dat ook echt en altijd mogen zijn.

De Voor, 51