Jezus wordt met doornen gekroond

Het rozenkransgebed is zowel meditatie als smeekbede. Vasthoudend gebed tot de Moeder Gods is gebaseerd op het vertrouwen dat haar moederlijke voorspraak alle dingen uit het hart van haar Zoon kan verkrijgen (Johannes Paulus II, "Rosarium Virginis Mariae", 16). Teksten van de heilige Jozefmaria over het derde droevige geheim.

Geheimen van de Rozenkrans

Toen liet Pilatus Jezus geselen. De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten Hem die op het hoofd en wierpen Hem een purperen mantel om. Ze traden op Hem toe en zeiden: 'Gegroet, koning der Joden!' En zij sloegen Hem in het gezicht.

Joh. 19, 1-3 TEKSTEN VAN DE HEILIGE JOZEFMARIA:

Aan het verlangen van onze Koning om te lijden is voldaan!

– Ze voeren mijn Heer naar de binnenplaats van het paleis en daar roepen ze de hele afdeling bij elkaar (Mc. 15,16). – De brute soldaten hebben zijn allerzuiverst lichaam ontkleed. Zij doen Hem een oude vuile purperen lap om. – Een rietstok als scepter in zijn rechterhand..

De doornenkroon, met hamerslagen op zijn hoofd gedrukt, maakt Hem tot spotkoning... Ave Rex judaeorum! – Gegroet, Koning der joden! (Mc. 15,18). En met slagen verwonden zij zijn hoofd. Zij geven Hem klappen in het gezicht... en bespuwen Hem. Met doornen gekroond en gekleed in een purperen vod wordt Jezus aan het Joodse volk getoond: Ecce homo! – Ziehier de mens. En opnieuw beginnen de hogepriesters en hun dienaren te schreeuwen: Kruisig Hem, kruisig Hem! (Joh. 19, 5–6).

– Jij en ik, hebben wij Hem niet opnieuw met doornen gekroond, geslagen en bespuwd ?

Nooit meer, Jezus, nooit meer... En een vast en concreet voornemen sluit dit tientje af.

De Heilige Rozenkrans, 3e droevige geheim

Zo dicht is de Heer zijn schepsels genaderd, dat wij allen in ons hart hoogtehonger hebben en snakken nog hoger te komen, het goede te doen. Ik roep deze verlangens naar iets hogers juist nu in u op omdat ik u zou willen overtuigen van de zekerheid die Hij in uw ziel heeft gelegd. Als u die laat werken, zult u — daar waar u bent — als nuttig werktuig dienen, met een onverwachte doeltreffendheid. Om nu niet uit lafheid dit vertrouwen waarmee God u vervuld heeft, te laten schieten, is het goed niet onnozel te speculeren over de moeilijkheden die u op uw levensweg zult ontmoeten.

Wij hoeven niet verbaasd te zijn. Wij slepen in onszelf — als gevolg van onze gevallen natuur — een begin van opstandigheid, van verzet tegen de genade mee. Het zijn de wonden van de erfzonde die door onze persoonlijke zonden weer gaan zweren. Maar hoe dan ook wij zullen die tochten naar boven moeten ondernemen, die goddelijke en menselijke arbeid — die van elke dag —, die altijd uitmonden in de liefde van God. Klim omhoog met nederigheid, met een rouwmoedig hart, vol vertrouwen op de hulp van God. Spreek uw beste krachten aan, alsof alles alleen van u zelf zou afhangen.

Sluit, terwijl wij strijden — een strijd die tot onze dood zal voortduren —, de mogelijkheid niet uit dat de vijanden van buitenaf en van binnenuit zullen aanvallen. En alsof dat nog niet genoeg zou zijn, zullen u soms de fouten die u begaan hebt te binnen schieten, misschien wel heel veel. Als dat gebeurt — wat niet per se het geval zal zijn; het zal in elk geval geen vaste regel zijn — maak dan van die gelegenheid een motief u nog meer met de Heer te verenigen; omdat Hij die u heeft uitverkoren als kind van God, u nooit in de steek zal laten. Hij laat de beproeving toe, opdat u meer zult beminnen en met helderder blik zijn niet aflatende bescherming zult ontdekken, zijn Liefde.

Ik blijf het zeggen, vat moed, omdat Christus, die ons vergaf aan het kruis, zijn vergiffenis blijft aanbieden in het boetesacrament, en altijd hebben wij een Voorspreker bij de Vader, Jezus Christus, die geheel zondeloos is, die al onze zonden goedmaakt en niet alleen die van ons maar die van de hele wereld (Joh 2, 1-2.), opdat wij de overwinning behalen.

Vooruit, wat er ook moge gebeuren. Houd u stevig vast aan de arm van de Heer, en bedenk, dat God geen slagen verliest. Als u zich om welke reden dan ook van Hem hebt afgekeerd, reageert u dan met de nederigheid van het beginnen en opnieuw beginnen; doe alle dagen als de verloren zoon, doe het elke vierentwintig uur meer dan eens; met de nederigheid van het zuiveren van uw berouwvol hart in de biecht. Dat is werkelijk het wonder van Gods liefde. Door dit schitterend sacrament zuivert de Heer uw ziel en doet uw blijdschap en kracht overvloeien om niet te versagen in uw strijd en het niet moe te worden naar God terug te keren, ook al lijkt alles duister. Bovendien beschermt de Moeder van God, die ook onze Moeder is, u met de liefderijke zorg van een moeder, en zij leidt uw schreden.

Vrienden van God, 214

Heb je wel eens iets gedaan tegen je neigingen en je grillen in? — Besef dat Degene die je dat vraagt, aan een kruis is genageld en lijdt in al zijn zintuigen en vermogens, en een doornenkroon op zijn hoofd heeft — voor jou.

De Voor, 989

Dit is het moment om uw toevlucht te nemen tot uw gezegende hemelse Moeder opdat zij u in haar armen zal nemen en voor u van haar Zoon een barmhartige blik zal verkrijgen. En probeer meteen enkele concrete voornemens te maken. Maak voor eens en voor altijd, ook al kost het moeite, een eind aan die kleinigheid, dat obstakel dat God en u zo goed kennen. Hoogmoed, zinnelijke begeerten, gebrek aan bovennatuurlijke gevoeligheid zullen zich verenigen en fluisteren: dat? Dat is toch maar een klein, onbenullig detail? U antwoordt, zonder verdere discussie met de verleiding: ik geef me ook aan die goddelijke eis over. En dan hebt u geen ongelijk: de liefde uit zich heel speciaal in kleine dingen. Gewoonlijk zijn de offers die de Heer van ons vraagt, de zwaarste, kleinigheden, maar zo voortdurend en kostbaar als het kloppen van het hart.

Hoeveel moeders hebt u leren kennen die de hoofdrol speelden bij een heroïsche of buitengewone gebeurtenis. Weinig, heel weinig. Maar toch, heldhaftige moeders, echt heldhaftige moeders, die niet lijken op spectaculaire persoonlijkheden, die nooit voorpaginanieuws vormen —zoals dat heet— u en ik, wij kennen veel van zulke moeders. Zij leven in een voortdurende zelfopoffering, zij offeren met vreugde haar eigen smaak en voorkeur, haar tijd, haar kansen op bevestiging en succes, om de dagen van haar kinderen te bezaaien met geluk.

Vrienden van God, 134

Overweeg en doorleef het Lijden van Christus samen met Hem. Bied — dagelijks — jouw rug aan als ze Hem geselen; bied jouw hoofd aan voor de doornenkroon. In de streek waar ik vandaan kom zeggen ze: “Liefde wordt met liefde betaald."

De Smidse, 442