Jezus wordt in de Tempel wedergevonden

Teksten van de heilige Jozefmaria over het vijfde blijde geheim van de rozenkrans.

Geheimen van de Rozenkrans

Zijn ouders reisden ieder jaar, bij gelegenheid van het paasfeest, naar Jeruzalem. En overeenkomstig het gebruik bij dit feest gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar geworden was. Maar na afloop van die dagen bleef het kind Jezus, terwijl zij terugkeerden, in Jeruzalem achter, zonder dat zijn ouders het wisten. In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem toen onder familie leden en bekenden. Omdat zij Hem niet vonden, keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug. Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar hij te midden van de leraren zat, naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde. Allen die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn begrip en zijn antwoorden. Toen zij Hem daar opmerkten, stonden zij verslagen. Zijn moeder zei tot Hem:

- 'Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht.'

Maar Hij antwoordde:

'Wat hebt ge toch naar Mij ge zocht? Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?'

Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde.

Lc. 2, 41-50 TEKSTEN VAN DE HEILIGE JOZEFMARIA:

Waar, is Jezus? Maria, het Kind! Waar is Het?

Maria huilt. – Tevergeefs zijn jij en ik van de ene groep naar de andere gelopen, en van de ene karavaan naar de volgende: niemand heeft Hem gezien. – Ook jozef huilt, na vergeefse pogingen om zijn tranen te bedwingen... En jij... En ik.

Omdat ik maar een gewoon ruw knechtje ben, huil ik hete tranen en roep ik luidkeels hemel en aarde aan... om de keren goed te maken dat ik Hem verloor door mijn schuld en niet schreide.

Jezus, dat ik U nooit meer verlies... Het ongeluk en het verdriet, mijn vriend, verenigen ons nu, zoals ons tóen de zonde verenigde. Uit het diepste van ons wezen stijgen zuchten op van intens berouw en vurige woorden, die geen pen kan of mag weergeven.

En als wij dan getroost worden door de vreugde Jezus, na drie dagen, terug te vinden in gesprek met de leraren van Israël (Lc. 2, 46), zal in jouw en mijn ziel heel diep de plicht gegrift blijven, ons huis en onze familie te verlaten om de Hemelse Vader te dienen.

De Heilige Rozenkrans, 5e blijde geheim

Laten wij uit deze houding van Jezus leren. Tijdens zijn leven op aarde heeft Hij niet eens de, eer gewild die Hem toekwam, immers, terwijl Hij er recht op had als God behandeld te worden, nam Hij toch de gestalte aan van een dienstknecht, van een slaaf. Zodoende weet de christen dat alle eer alleen aan God toekomt, dat hij zich niet van het Evangelie kan bedienen als een instrument voor menselijke belangen en ambities.

Laten wij van Jezus leren. Zijn houding stemt, doordat die geheel gekant was tegen elke menselijke eer, volkomen overeen met de grootsheid van zijn unieke zending: die van zeer geliefde Zoon van God, die mens wordt om de mensen te redden. Een opdracht, die door de genegenheid van de Vader werd omringd met een grote tedere zorg: Filius meus es tu, ego hodie genui te. Postula a me et dabo tibi gentes hereditatem tuam (Ps. 2, 7-8). Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt. Vraag Mij, dan geef Ik U de volkeren tot erfdeel.

De christen die Christus navolgt en in die houding van volledige aanbidding van de Vader leeft, ontvangt ook van de Heer woorden van liefdevolle zorg: Omdat hij op Mij gehoopt heeft zal Ik hem verlossen: Ik zal hem beschermen, omdat hij mijn naam kent (Ps. 90, 14).

Als Christus nu langskomt, 62

Tot slot, ik geef u de raad zelf de moederlijke liefde van Maria te beproeven. Het is niet genoeg dat wij weten dat zij Moeder is, haar op die manier te beschouwen en over haar te spreken. Zij is uw Moeder en u bent haar kind; zij houdt van u alsof u haar enig kind was in deze wereld. Praat dienovereenkomstig met haar: vertel haar alles wat u overkomt, vereer haar, bemin haar. Niemand kan het zo goed doen, in uw plaats, als gij het niet doet.

Ik geef u de verzekering, dat als u deze weg inslaat, u direct heel Christus' liefde zult vinden: en dat u op zult gaan in dat onuitsprekelijke leven van God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. U zult er de kracht uit putten om de Wil van God volledig te vervullen, u zult vol zijn van verlangen om de mensen te dienen. U zult die christen worden die u soms droomt te zijn: overlopend van werken van liefdadigheid en rechtvaardigheid, blij en sterk, met begrip voor anderen en veeleisend jegens uzelf.

Dat, en niets anders is de graadmeter van ons geloof. Nemen wij onze toevlucht tot de heilige Maria, die ons energiek en zonder ophouden zal bijstaan.

Vrienden van God, 293