Jezus wordt geboren in een stal van Betlehem

“Als men een mens bemint, wil men alles tot in de kleinste bijzonderheden over zijn bestaan en zijn karakter weten om zich met hem te kunnen identificeren. Daarom moeten wij de levensgeschiedenis van Jezus beschouwen, vanaf de geboorte in een kribbe tot aan zijn dood en zijn verrijzenis.” Hier volgen enkele teksten van de heilige Jozefmaria over het derde blijde geheim van de rozenkrans.

Geheimen van de Rozenkrans

In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus, dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk. Deze volkstelling had voor het eerst plaats toen Quirinius landvoogd van Syrië was. Allen gingen op reis, ieder naar zijn eigen stad om zich te laten inschrijven. Ook Jozef trok op en omdat hij behoorde tot het huis en geslacht van David, ging hij van Galilea uit de stad Nazaret naar Judea naar de stad van David, Betlehem geheten, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger was. Terwijl zij daar verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht haar zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.

Lc. 2, 1-7 TEKSTEN VAN DE HEILIGE JOZEFMARIA:

Er is een besluit uitgevaardigd door keizer Augustus, dat er een volkstelling gehouden moet worden in heel zijn rijk. Daarvoor moet ieder naar de stad van zijn voorouders gaan. –Omdat Jozef uit het huis en geslacht van David is, reist hij met de Maagd Maria vanuit Nazaret naar een stad in Judea, Betlehem geheten (Lc. 2, 1-5). En in Betlehem wordt onze God geboren: Jezus Christus! –In een stal: er is geen plaats in de herberg. –Zijn Moeder wikkelt Hem in doeken en legt Hem neer in een kribbe (Lc. 2, 7).

Koude. –Armoede. –Ik ben een jong knechtje van Jozef. –Wat is Jozef goed! –Hij behandelt mij als een vader. –Hij vergeeft het mij zelfs dat ik het Kind uren achtereen in mijn armen neem en zoete, liefdevolle woorden tegen Hem zeg... En ik kus Hem –kus jij Hem ook –, ik dans voor Hem, ik zing voor Hem en ik noem Hem Koning, Liefde, mijn God, mijn Enige en mijn Alles! Wat is het Kind mooi... en wat duurt dit tientje kort!

De Heilige Rozenkrans, 3e blijde geheim

Met Kerstmis komen de gebeurtenissen rondom de geboorte van de Zoon Gods weer in onze herinnering. Wij vertoeven een ogenblik in de stal van Betlehem, in het huis van Nazaret. En meer dan ooit zijn Maria, Jozef en het Kind Jezus midden in ons hart. Wat heeft het eenvoudige en tegelijkertijd wonderbare leven van de H. Familie ons te zeggen? Wat kunnen wij ervan leren?

Uit de wereld van gedachten die in ons opkomen, zou ik er vooral één op de voorgrond willen plaatsen. Volgens de H. Schrift betekent de geboorte van Jezus, dat de volheid der tijden is aangebroken (Gal. 4, 4), het door God gekozen ogenblik om zijn liefde voor de mensen, door ons zijn Eniggeborene te zenden, helemaal te openbaren. Dit goddelijke raadsbesluit gaat onder heel normale, gewone omstandigheden in vervulling. Wij zien een vrouw die moeder wordt, een gezin, een huis. De goddelijke Almacht, de heerlijkheid van God bedienen zich van het menselijke, gaan er zelfs een innige verbinding mee aan. Sindsdien weten wij, christenen, dat wij met de genade van de Heer al het goede in ons leven kunnen en moeten heiligen. Er is geen aardse situatie, hoe onbelangrijk en alledaags ook, of ze kan een gelegenheid zijn tot een ontmoeting met Christus en een stap verder op onze weg naar de hemel.

Als Christus nu langskomt, 22, 4

Ziet u, hoezeer wij het nodig hebben, Jezus te kennen en zijn leven vol liefde na te volgen? Dikwijls heb ik in de H. Schrift gezocht naar de omschrijving, de biografie van Jezus' leven. Ik vond die in twee woorden die door de Heilige Geest zijn ingegeven: Pertransiit benefaciendo, Hij trok weldoende rond (Hand. 10, 38). Zo waren alle dagen van Christus' leven op aarde, vanaf zijn geboorte tot aan zijn dood: Hij trok weldoende rond. Op een andere plaats in de H. Schrift staat: Bene omnia fecit, Hij heeft alles goed gedaan (Mc. 7, 37), alles ten einde toe, Hij deed alleen maar goed.

Als Christus nu langskomt, 16, 1