Jezus verandert van gedaante op de berg Tabor

“Heer, hier zijn we, om te luisteren naar wat U ons maar zeggen wilt. Spreek tegen ons. Wij luisteren aandachtig naar uw stem” (H. Jozefmaria, "De Heilige Rozenkrans", supplement). Teksten van de stichter van het Opus Dei over het vierde lichtende geheim.

Geheimen van de Rozenkrans

Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia, die zich met Hem onderhielden. Petrus nam het woord en zei tot Jezus: 'Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.' Nog had hij niet uitgesproken of een lichtende wolk overschaduwde hen en uit die wolk klonk een stem: 'Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem.' Op het horen daarvan wierpen de leerlingen zich ter aarde neer, aangegrepen door een hevige vrees. Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: 'Staat op en weest niet bang.' Toen zij hun ogen opsloegen zagen zij niemand meer dan alleen Jezus. Onder het afdalen van de berg gelastte Jezus hun: 'Spreekt met niemand over wat ge hebt aanschouwd, voordat de Mensenzoon uit de doden is opgestaan.

Mt. 17, 1-9 TEKSTEN VAN DE HEILIGE JOZEFMARIA: Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht (Mt. 17, 2). Jezus: U zien, met U spreken! Dit zou ik willen vasthouden, U aanschouwen; verzonken zijn in uw onmetelijke schoonheid; een aanschouwing die nooit, maar dan ook nooit ophoudt! Jezus, kon ik U maar zien! Wie zou, door U te zien, niet van liefde branden tot U!

Uit die wolk klonk een stem: 'Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem' (Mt. 17,5). Heer, hier zijn we, om te luisteren naar wat U ons maar zeggen wilt. Spreek tegen ons. Wij luisteren aandachtig naar uw stem. Dat uw woord, door in onze ziel binnen te dringen, onze wil in brand zet om zich er vol vuur op te storten U te gehoorzamen.

Vultum tuum, Domine, requiram (Ps. 26, 8), ik zal uw gelaat zoeken, Heer. Ik vind het mooi de ogen te sluiten en te denken dat er een dag zal komen, wanneer God het wil, waarop ik Hem zal zien, niet in een spiegel, onduidelijk, maar van aangezicht tot aangezicht (1 Kor. 13,12). Ja, mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft, wanneer zal ik bij Hem komen en zijn aanschijn zien? (Ps. 42 (41), 3).

De Heilige Rozenkrans, supplement, 4e geheim van het licht Contemplatief in het gewone leven

Ik zal nooit de mening delen van mensen die een scheiding maken tussen contemplatief en actief leven – ook al respecteer ik die mening –, alsof dat niet met elkaar te verenigen is.

De kinderen van God moeten contemplatief zijn. We moeten mensen zijn, die midden in het lawaai van de wereld, de stilte in het hart weten te vinden voor een ononderbroken gesprek met de Heer, waarbij zij naar Hem opzien als naar een vader, naar een vriend, van wie ze ontzettend veel houden.Onze status als kinderen van God zal ons ertoe aanzetten – ik herhaal het opnieuw – om bij alle menselijke activiteiten een contemplatieve geest te hebben; om licht, zout en gist te zijn, door het gebed, de versterving, de vorming in de leer en de deskundigheid in ons beroep. Dit programma zullen we realiseren: naarmate we meer in de wereld zijn, zullen we meer in God opgaan.

De Smidse 738 en 740

Weest ervan overtuigd dat het niet moeilijk is het werk om te zetten in een biddend gesprek. We hoeven het alleen maar op te dragen en de handen uit de mouwen te steken en God zal het horen en ons bemoedigen. We zullen ons de stijl van contemplatieve zielen eigen maken, te midden van het dagelijks werk! Omdat we doordrongen zijn van de zekerheid, dat Hij naar ons kijkt en ons een nieuwe overwinning vraagt: dat kleine offer, die glimlach voor iemand die ons lastig valt, het beginnen met het minst aangename maar meest urgente karwei, het scheppen van orde tot in de details, het met volharding vervullen van de plicht, ook al zou het gemakkelijk zijn die te verwaarlozen, het niet uitstellen tot morgen, wat vandaag nog gedaan kan worden: alles om Hem te behagen, God, onze Vader. En misschien hebt u op tafel of op een verscholen plaats die minder de aandacht trekt, maar die u dient als de wekker van de contemplatieve geest, een kruisbeeld, als een handleiding voor ziel en geest waaruit u lessen van dienstbaarheid haalt.

Als u besluit —zonder gekkigheid, zonder de wereld te verlaten, te midden van uw gebruikelijke besognes— deze wegen van contemplatie in te slaan, zult u zich onmiddellijk een vriend van de Meester voelen, met de goddelijke opdracht voor de gehele mensheid de goddelijke paden op aarde open te leggen. Ja, met uw werk draagt u er aan bij, dat het rijk van Christus zich uitstrekt over alle continenten. En ze zullen zich aaneenrijgen, het ene na het andere, uren werk opgedragen voor verre volkeren die voor het geloof geschapen zijn, voor de volkeren in het oosten die op barbaarse wijze verhinderd worden hun geloof in vrijheid te belijden, voor de landen met een vanouds christelijke traditie, maar waar het licht van het evangelie verduisterd schijnt en de zielen onderling twisten in de duisternis van de onwetendheid Wat een waarde vertegenwoordigt dan een uur, of dat nog even doorgaan met dezelfde toewijding, een paar minuten meer, totdat de taak volbracht is. U zet op een praktische en eenvoudige wijze contemplatie om in apostolaat, gevolg gevend aan een dwingende behoefte van uw hart dat eenstemmig klopt met het allerzoetste en barmhartige Hart van Christus, onze Heer.

Vrienden van God, 67