“Je moet er iets aan gaan doen!”

José María Pardo had de gewoonte om zijn ogen te sluiten bij het passeren van alle arme bedelaars in de Spaanse stad Jaén. Nu kunnen zo’n honderd van hen elke dag een goede maaltijd krijgen in een gezinsatmosfeer.

Sociale initiatieven

Op een dag in 1991 ging ik op weg naar mijn parochiekerk gewijd aan Onze Lieve Vrouw van Bethlehem in Jaén. De armen die als zo vaak op de trappen zaten, trokken die dag op een bijzondere wijze mijn aandacht. Mijn hart werd bewogen bij het aanzien van deze arme mensen die een zo verlaten aanblik boden in de brandende zon van Andalusië. Enkelen van hen hielden de hand op voor wat geld. In het verleden heb ik vaak geprobeerd de ogen voor dit dagelijkse tafereel te sluiten en hield mijzelf dan voor: “Doe niet zo sentimenteel, je maakt er je leven alleen maar moeilijk door.” Echter op deze dag corrigeerde mijn hart mij: “Nu is het genoeg, je moet iets voor deze mensen doen.” Ik besloot geld te zoeken om hen op z’n minst een goede maaltijd per dag te kunnen bieden.

Ik ben architect en ik heb een goed leven gehad (inclusief de dagelijkse problemen die iedereen heeft). Terwijl ik in de parochiekerk mij wijdde aan mijn dagelijkse gebed, dacht ik aan de heilige Jozefmaria en zijn zorg voor de behoeftigen. Ik las in zijn biografie dat de stichter van het Werk alles deed wat in zijn vermogen lag om goede oplossingen te vinden voor de zieken en armen in Madrid in de eerste jaren van het Opus Dei. Dus hoe kon ik vrede hebben met het sluiten van mijn ogen voor de noden van de lijdende mensen in mijn eigen stad? Ik herinner mij hoe goed het mij deed – toen ik in de jaren ´60 in Madrid architectuur studeerde – om vergezeld met vrienden van Gurtubay, een centrum van het Opus Dei, armen te bezoeken. Ik vond zelfs gedurende enkele jaren tijd om ’s avonds lessen te geven aan mensen die geen toegang tot onderwijs hadden en woonden in de sloppenwijken van Madrid.

Die dag nam ik contact op met mijn vriend Paco en bezochten we onze pastoor om hem een mogelijke oplossing voor te stellen. “We hebben een grote eetzaal nodig, waarin al deze hongerigen passen,” zei ik tegen onze pastoor. Onze eerste eetzaal was niet groot, we beschikten over een ruimte van slechts acht vierkante meter. Het was genoeg om te beginnen met het uitdelen van broodjes, milkshakes en fruit aan negen mensen.

José María Pardo.

Maar je moet meer bieden dan voedsel. Je moet ook genegenheid schenken aan de eenzamen. Geduld is misschien de sleutel. We hadden veel geduld nodig, omdat er zoveel mensen begonnen te komen dat we inzagen dat we een veel grotere keuken en eetzaal nodig hadden. We schreven een plan en lieten het achter bij de pastoor. Toen de bisschop ervan hoorde, wilde hij ons bezoeken om te horen wat we nodig hadden. Hij was zeer geroerd toen hij zag wat we poogden te doen en hij bemoedigde ons om onze inspanningen voort te zetten.

Enkele dagen later kregen we een bouwvergunning voor de nieuwe eetzaal, die wij slechts enkele dagen voor het begin van de olijvenoogst in gebruik konden nemen. Dat is de periode dat veel mensen naar Jaén komen om werk te zoeken.

Vandaag, vier jaar later, is het aantal van negen gestegen tot honderd mensen die we dagelijks een warme maaltijd kunnen bieden. Wij zijn een groot gezin geworden en recent heeft El Pais een artikel aan ons gewijd. Er is voor iedereen plaats. We zijn gelukkig met de hulp van vele vrijwilligers, vrienden en familieleden die ons project in hun hart hebben gesloten. We kunnen nu een goede en stevige maaltijd bieden met bonen, chorizo en macaroni met een tomatensaus. We krijgen wat we nodig hebben van de lokale voedselbank – die voor ons welgezind is –, van lokale bakkers, zuivelleveranciers en een worstenfabriek. We zijn ook dankbaar voor de anonieme giften die helpen om onze kosten te dekken.

Hoewel het lastig is mijn werk te verlaten, er zijn altijd urgente projecten, ben ik in staat mijn behoeftige naaste te helpen. Bovendien inspireren de vrijgevigheid en toewijding van de vrijwilligers mij behoorlijk. Ook bedank ik mijn pastoor en de heilige Jozefmaria, omdat zij mijn hart ontvankelijk hebben gemaakt voor de noden van de mensen om mij heen.