Hoofdlijnen geest van het Opus Dei

Het Opus Dei verkondigt dat alle gedoopten geroepen zijn heilig te worden in de vervulling van hun werk en hun persoonlijke verplichtingen. Een essentieel kenmerk is dat ieder zijn opdracht in de maatschappij met de grootst mogelijke liefde tot God vervult.

Vanaf de stichting in 1928 verkondigt het Opus Dei dat alle gedoopten geroepen zijn heilig te worden in de vervulling van hun werk en hun persoonlijke verplichtingen.

“Een essentieel kenmerk van de geest van het Opus Dei is dat niemand van zijn plaats wordt gehaald, maar dat ieder zijn taken en plichten, zijn concrete opdracht in de Kerk en in de maatschappij met de grootst mogelijke perfectie vervult.” Het Opus Dei dient de Kerk en de samenleving, met de seculiere geest die haar eigen is, door een stimulans te zijn voor de heiligheid en het persoonlijk apostolaat van de christengelovigen. Het helpt hen de eisen die het doopsel met zich meebrengt te ontdekken en deze, op de plaats die zij in de wereld innemen, op zich te nemen. De gelovigen van het Opus Dei zijn gewone mensen die zich in niets onderscheiden van hun medemensen; ze leven samen met iedereen en ze leren van iedereen.

Enkele trekken van de geest van het Opus Dei zijn de volgende:

Goddelijk kindschap

Door het doopsel is de gelovige een kind van God. Zoals de heilige Jozefmaria Escrivá leert, heeft deze fundamentele waarheid van het christendom een wezenlijke plaats in de geest van het Opus Dei: “Het goddelijk kindschap is het fundament van de geest van het Opus Dei.” De vorming die de prelatuur geeft, roept in de christengelovigen dan ook vaak een levendig bewustzijn op een kind van God te zijn en helpt hen zich als zodanig te gedragen. De vorming bevordert het vertrouwen in de goddelijke voorzienigheid, de eenvoud in de omgang met God, de sereniteit, het optimisme, een diep inzicht in de waardigheid van elk menselijk wezen en in de broederlijkheid van de mensen, en een christelijke liefde voor de wereld en de schepping van God.

Het dagelijks leven

De christen is geroepen om de heiligheid, te weten de identificatie met Jezus Christus, na te streven in zijn gewone levensomstandigheden en dagelijkse bezigheden. In woorden van de stichter van het Opus Dei: “Het dagelijks leven kan heilig en vol van God zijn”; “De Heer roept ons om ons werk te heiligen, want ook daarin ligt de christelijke volmaaktheid.” Daarom zijn alle deugden voor de christen belangrijk: het geloof, de hoop, de liefde, gedragen door natuurlijke deugden zoals edelmoedigheid, werkzaamheid, rechtvaardigheid, loyaliteit, vreugde, betrouwbaarheid, etc. Ook door het beoefenen van deze deugden vormt de gelovige zich naar Jezus Christus.

De heiligende waarde van het gewone leven maakt ook de kleine dingen, waar het leven zo vol van is, waardevol. “De ‘grote’ heiligheid bestaat in het vervullen van de ‘kleine plichten’ van ieder moment”, leert ons de stichter van het Opus Dei. Kleine dingen liggen bijvoorbeeld op het terrein van attenties, goede manieren, respect voor anderen, orde in materiële dingen, stipt zijn, etc. Wanneer deze details uit liefde tot God verzorgd worden, hebben zij niet weinig betekenis voor het christelijk leven.

Voor de meeste mensen zijn huwelijk en gezin een deel van de gewone omstandigheden waarop een christen zijn heiligheid moet bouwen en waaraan hij dus een christelijke dimensie moet geven. “Het huwelijk is voor een christen geen puur maatschappelijke instelling, laat staan een uitweg voor de menselijke zwakheid. Het huwelijk is een authentieke bovennatuurlijke roeping (…). De gehuwden zijn geroepen om hun huwelijk te heiligen en door deze verbintenis heilig te worden (…). Het gezinsleven, de echtelijke omgang, de zorg voor de kinderen, hun opvoeding, de inspanningen om het gezin te onderhouden en er een gezonde financiële basis voor te verschaffen, het sociale contact met andere mensen: dit alles, zo menselijk en gewoon, is juist wat de christelijk gehuwden moeten verheffen tot het bovennatuurlijk vlak.”

Het werk heiligen, zichzelf heiligen in het werk, heiligen door het werk

De heiliging van het dagelijks werk is een fundament waarop het hele geestelijke leven van de christen steunt. Het werk heiligen vereist dat het verwezenlijkt wordt met de grootst mogelijke menselijke perfectie (professionele competentie en eerlijkheid) en met christelijke perfectie (uit liefde voor de wil van God en in dienst van de mensen).

Volgens de geest van het Opus Dei is elk eerlijk beroep, of dat in de ogen van de mensen belangrijk is of niet, een gelegenheid om eer te geven aan God en anderen van dienst te zijn. “Wij zijn gewone mensen, gewone christenen, die bezig zijn in alles wat er in de maatschappij gebeurt. De Heer wil dat we juist dáár, in ons beroepswerk, heilig en apostolisch zijn. Dat betekent dat we onze heiliging moeten zoeken in ons werk, in het heiligen van ons werk en dat we anderen helpen zich te heiligen in hun werk.”

Naastenliefde en apostolaat

De gelovigen van het Opus Dei zetten zich in om van hun christelijk geloof te getuigen tijdens hun dagelijkse activiteiten en in hun sociale relaties. Hun apostolaat richt zich zonder onderscheid tot alle mensen op de eerste plaats door het persoonlijke voorbeeld en vervolgens door te spreken. Deze ijver om Christus bekend te maken, die het directe gevolg is van de naastenliefde (dat wil zeggen, God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf), is niet te scheiden van het verlangen een bijdrage te leveren aan de oplossing van de materiële noden en de sociale problemen om zich heen.

Liefde voor de vrijheid

De leden van het Opus Dei genieten dezelfde rechten en zijn onderworpen aan dezelfde plichten als hun medeburgers. In hun handelen, binnen hun beroep of gezin, of op politiek, economisch, cultureel vlak, etc., werken zij met vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid, zonder de Kerk of het Opus Dei in hun besluitvorming te verwikkelen en zonder hun beslissingen naar voren te brengen als de enige die in overeenstemming zouden zijn met het geloof. Dat houdt ook in dat zij de vrijheid en de opvattingen van anderen respecteren.

Een leven van gebed en offer

De geest van het Opus Dei zet aan tot gebed en boete als ondersteuning van de inspanning om de dagelijkse bezigheden te heiligen. Daarom nemen de gelovigen van de prelatuur enkele gebruiken in hun leven op: gebed, de dagelijkse deelname aan de H. Mis, de biecht, het lezen en overwegen van het evangelie, etc. De devotie tot Onze Lieve Vrouw neemt een belangrijke plaats in hun hart in. Om Christus na te volgen proberen ze een geest van boete te ontwikkelen door het brengen van offers, in het bijzonder offers die het vergemakkelijken de eigen plichten te vervullen, het leven voor andere mensen aangenamer maken, alsook het afzien van kleine genoegens, het vasten, het steunen van minderbedeelden, etc.

Eenheid van leven

De vriendschap met God, de dagelijkse bezigheden en de persoonlijke apostolische inspanning van de christen moeten met elkaar verweven zien te worden in een “eenvoudige en hechte eenheid van leven”. Op deze wijze drukte de heilige Jozefmaria zich vaak uit, wat zijn visie op het christelijk leven weergeeft.“De eenheid van leven”, onderricht de heilige Jozefmaria, “is een wezenlijke voorwaarde voor wie de heiligheid nastreven in de gewone omstandigheden van hun werk, van hun gezin en van hun sociale relaties.” De christen die midden in de wereld werkt mag, zoals de stichter van het Opus Dei het uitdrukt, “niet een soort dubbelleven leiden: aan de ene kant het geestelijk leven, de omgang met God, en aan de andere kant, goed onderscheiden, het leven in gezin, beroep en maatschappij”. Integendeel, “er is maar één leven dat uit vlees en geest bestaat, en dat ene leven moet naar lichaam en ziel geheiligd worden en vol zijn van God”.