"Het boek dat ik in de gevangenis las"

'Vrienden van God' is het eerste postume werk van de heilige Jozefmaria. Het werd gepubliceerd in 1977 en bevat achttien preken van 1941 tot 1968. De schrijver wil de lezer helpen met God bevriend te worden.

Bidden tot de heilige Jozefmaria
Opus Dei - "Het boek dat ik in de gevangenis las" Ik was 29 en zat al twee jaar gevangen. Een Zuster van Liefde gaf mij het boek ‘Vrienden van god’ ...

Ik was 29 en zat al twee jaar, omdat ik een misdrijf had gepleegd, in Spanje gevangen. In die tijd stond God ver verwijderd van mijn leven. Ik dacht dat hij in de hemel was en ik op aarde. Het enige wat voor mij duidelijk was, is dat hij bestond.

Ik had nog nooit gehoord van de heilige Jozefmaria, totdat een non, een Zuster van Liefde, mij een boek gaf met de titel 'Vrienden van God'. Na het lezen van het boek kan ik zeggen dat ik er tamelijk zeker van ben dat God niet alleen in de hemel is, maar ook op aarde en in mij.

Als kind heb ik een goede katholieke opvoeding gehad, maar als teenager hoorde ik mijn vrienden zeggen “God bestaat niet, doe niet zo stom, ga voor de vooruitgang, wees bij de tijd …". En ik liet mijzelf leiden. Soms heb je iemand nodig die je iets klip en klaar zegt, de heilige Jozefmaria deed dit via dat boek.

Ik realiseerde hoe ver ik God uit mijn leven had gebannen en hoeveel ik hem ontrouw was. Ik begon te beseffen dat God geen nummer is die je in geval van nood kunt bellen, ik ontdekte dat ik Hem in zowel goede als slechte tijden moet liefhebben, Hem altijd aan mijn zijde moet houden, omdat ik niets zonder hem kan.

Dankzij dat boek, ben ik een pad ingeslagen waar ik geen spijt van heb gehad. Ik begon alle boeken van de heilige Jozefmaria te lezen en leende ze aan medegevangenen – en ik kreeg ze niet terug!

Het Wereldjongerendagenkruis werd door de gevangenis gedragen. Mijn hart werd ten diepste geraakt, en daar op dat moment werd een droom geboren, een fantastisch plan om mijn zus, die nog steeds op het platteland woonde, naar de Wereldjongerendagen in Madrid te laten komen zodat we er gezamenlijk aan deel konden nemen. Ik werkte in de wasserij van de gevangenis en verdiende er een klein beetje geld, ik spaarde het en begon serieuze plannen te maken.

Mijn zuster was 20 en studeerde aan de universiteit. Zij kon het niet veroorloven om te gaan. Mijn familie is zes jaar geleden uit elkaar gevallen, mij vader verliet mijn moeder en liet haar en mijn zuster vrijwel berooid achter. Hij betaalde de studie van mijn zus, maar pas na veel druk.

Met dat doel voor ogen, stelde ik al mijn hoop op de Heer, en na een jaar is het mij gelukt om voldoende geld te sparen zodat ik mijn zus erheen kon sturen. Ze boekte een plaats voor de WJD in Madrid met de officiële afvaardiging van de Spaanse bisschoppenconferentie.

Toen mijn droom leek uit te komen, werd mij toestemming op de WJD bij te wonen geweigerd. Ik had vier jaar van mijn straf van zes jaar uitgezeten en had nog drie maanden te gaan tot aan mijn voorwaardelijke vrijlating, toen de gevangenisautoriteiten om onverklaarbare redenen, wetende dat mijn zus zou komen en dat ik al met veel inspanning mijn geld had gespaard, zonder opgaaf van redenen mij toestemming weigerden.

Twee maanden voor de WJD was ik uiterst wanhopig. Ik had brieven geschreven aan de gevangenisdirecteur, de rechter, de reclassering... ik heb mijn situatie uit de doeken gedaan en verteld hoe graag ik de WJD samen met mijn zus wilde meemaken, nadat ik haar en mijn familie vier jaar lang niet had gezien omdat geen van hen in Spanje woont. Ik kreeg geen antwoord en verloor hoop. De WJD waren heel nabij en ik was wanhopig. Op dat moment begon mijn zus een noveen tot de heilige Jozefmaria: negen dagen versterving, gebed en bezinning, biddend dat ik de zo broodnodige toestemming zou krijgen.

Ik raakte gewend aan de gedachte dat alleen mijn zus in augustus naar Madrid zou komen, dat is het enige wat er voor mij toe deed. Maar ik kon het niet helpen om mij innerlijk gefrustreerd te voelen, na zoveel inspanning en opoffering zou ik niet in staat zijn om haar te vergezellen en zou ik mij tevreden moeten stellen met het idee haar twee uur tijdens een bezoek achter glas te kunnen zien. Zo'n lange reis voor slechts dat.

Toen gebeurde er een wonder. De dag nadat mijn zus haar noveen had beëindigd, de tiende dag, hoorde ik dat de reclassering had besloten om mij een proefverlof toe te staan voor de zes dagen van de WJD, zodat ik naar Madrid kon gaan om mijn zus daar te ontmoeten.

Ik kon het gewoon niet geloven, maar eindelijk brak dan de dag van de WJD aan en kon ik mijn zus weerzien. Het hoogtepunt van die week was de ontmoeting van de jongeren met de paus tijdens de avondwake op Cuatro Vientos. Die nacht besloot ik om God niet langer te laten wachten, ik besloot mijn leven aan Hem te geven, om alleen voor Hem te leven. Om mijn leven te heiligen, om mijn werk en studie, die ik weer heb opgepakt, te heiligen, om mijn leven en die van andere mensen te heiligen.

De heilige Jozefmaria heeft mij geleerd hoe te leven: deze man heeft mij een reactie ontlokt en ik ben hem veel schuldig van wat ik nu ben. Hij heeft mij geestelijk gevormd en heeft mij geleerd me innerlijk te reinigen, te vergeven, om sorry te zeggen, om mijzelf te vergeven en hij leerde dat Jezus Christus werkelijk onze vriend is, onze Vader, en dat hij ons meer liefheeft dat anderen. Voordat ik Jezus ontmoette, had ik niets en was ik niets. Nu ben ik gelukkig en dank zij Hem heeft mijn leven zin gekregen.

Ik heb nu mijn straf uitgezeten en ben naar mijn land teruggekeerd, een andere persoon dan toen ik de gevangenis inging. Alles dank zij God, die mijn leven opnieuw heeft opgebouwd. Nu ik mijn leven aan Hem heb gegeven, ben ik bereid, als dat Zijn wil is, om naar het seminarie te gaan.

J.A.