Evangelisatie niet in tegenspraak met oecumene

Overwegingen van don Fernando Ocariz bij de leerstellige notitie over enkele aspecten van de Evangelisatie van de Congregatie van de Geloofsleer. In deze notitie wordt in het bijzonder de persoonlijke vrijheid bij het aanvaarden van het geloof benadrukt.

Geloofsvorming
Opus Dei - Evangelisatie niet in tegenspraak met oecumene

“Vanaf zijn eerste begin is de oecumenische beweging zeer nauw verbonden aan de evangelisatie.” Deze woorden vormen het begin van het korte vierde deel, getiteld “Enkele implicaties voor de oecumene”, van de Leerstellige notitie bij enkele aspecten van de evangelisatie, kortgeleden gepubliceerd door de Congregatie voor de Geloofsleer. (2) In de behandeling van dit nauw verwante verband tussen evangelisatie en oecumene heeft de Notitie in het bijzonder de onvervangbare functie duidelijk gemaakt van de persoonlijke vrijheid bij het aanvaarden van het geloof en bij het deel uit gaan maken van de Kerk. Vandaar ook de toelichting bij de kwestie van de bekeringsijver (proselitisme).

Het verband tussen evangelisatie en oecumene komt eerst en vooral tot uiting in het gebed van Jezus tot zijn Vader om eenheid onder zijn leerlingen, in het bijzonder met het oog op de vruchtbaarheid van de missie van de evangelisatie: “zodat de wereld kan geloven” (Joh. 17: 21). In feite is het zo dat gebrek aan eenheid “schade toebrengt aan de allerheiligste doelstelling van de prediking.” (3)

Eenheid christenen

Maar bij het verband tussen evangelisatie en eenheid bestaat er ook een ander aspect, dat bij wijze van spreken hieraan symmetrisch is: de evangelisatie in dienst van het samenbrengen van de christenen op de weg van de eenheid. Zoals de leerstellige notitie in herinnering roept, bij de diverse dimensies van de opdracht tot oecumene mogen “het getuigenis en de verkondiging van die theologische elementen die niet particuliere of schimmige tradities zijn, maar integendeel behoren tot de Traditie van het geloof zelve” niet ontbreken. De verkondiging en getuigenis zijn dus ook evangelisatie: zijn traditio Evangelii.

Het universele karakter van de missie van de Kerk impliceert dat niemand uitgesloten blijft van haar apostolische horizon. Daarom, meer nog dan missie ad gentes, beslaat evangelisatie in de brede zin van het woord ook ieder handelen gericht op versterking in het geloof en in het sacramentale leven van gelovige katholieken. Het gaat dus om ofwel pastoraal handelen (van herders ten opzichte van de gelovigen), ofwel om de veelvormige apostolische hulp die gelovigen elkaar geven. En zo kan evangelisatie eigenlijk gezien worden als de “getuigenis en verkondiging” van katholieken tegenover christenen die nog niet in volle gemeenschap met de Katholieke Kerk zijn.

Het gaat er niet om bestaande leerstellige verschillen te ontkennen of uit de weg te gaan, maar om te vertrekken vanuit een gedeelde basis die serieus genomen wordt, diepgeworteld is en diep doorleefd.

Bij de evangelisatie in landen waar niet-katholieke christenen leven, vooral in gebieden van de aloude christelijke traditie, “is zowel een oprecht respect voor hun eigen traditie en hun spirituele rijkdom als een authentieke geest van samenwerking vereist.” Dit respect is van dien aard dat, om het in de woorden van Charles Bouyer te zeggen, “wij niet van onze afgezonderde broeders verlangen dat zij afstand doen van datgene wat positief is of authentiek in hun eigen belangrijke religieuze instituties. Integendeel, wij verzoeken hen om de moed te hebben daaruit al wat logisch is te halen.” (4) In feite, de verdieping zelve van datgene wat de niet-katholieke broeders reeds bezitten aan authentiek christendom voert op zichzelf naar de volheid van het katholicisme. (5) Het gaat er niet om bestaande leerstellige verschillen te ontkennen of uit de weg te gaan, maar om te vertrekken vanuit een gedeelde basis die serieus genomen wordt, diepgeworteld is en diep doorleefd.

Zo ontstaat ook een getuigenis van broederschap tussen christenen in de botsingen met het atheïsme en het relativisme, die breed verspreid zijn, veelal met kracht, in veel landen met diepe christelijke wortels. En bovendien, de samenwerking tussen katholieken en niet-katholieken in zaken van menselijk en sociaal belang, doordesemd met een christelijke geest, is eigenlijk al een manier van christelijk getuigenis, ondanks de beperkingen en tekortkomingen van mensen.

Vrijheid van geweten en godsdienst

Zeker, “het is duidelijk dat het werk van voorbereiding en verzoening van die individuele personen die de wens hebben naar de volle gemeenschap van het katholicisme, uiteraard verschilt van oecumenische initiatieven; maar er bestaat daartussen geen tegenstelling, aangezien zowel het een als het ander voortkomt uit de wonderbaarlijke ordening Gods”. (6) Daarom, “in dit verband is op te merken dat als een niet-katholiek christen die om redenen van geweten is overtuigd van de katholieke waarheid, verzoekt om toetreding tot de volle gemeenschap van de Katholieke Kerk, dit is op te vatten als een werk van de Heilige Geest en als uitdrukking van de vrijheid van geweten en van godsdienst.” Tegelijk tekent de Notitie aan dat “overal en altijd ieder gelovig katholiek het recht en de plicht heeft om van zijn geloof getuigenis en volle verkondiging te geven.” Van deze volheid zou de katholiek niet alleen uitleg kunnen en moeten geven wanneer een familielid, vriend of kennis daarom vraagt, maar hij moet er ook een rechtstreeks en krachtig getuigenis van afleggen, in zijn eigen christelijk leven.

Het gaat niet om het verlangen naar persoonlijke bevestiging of om het laten zegevieren van particuliere overtuigingen, maar om ware Liefde, het oprecht beminnen van God en van zijn naaste, hetgeen bestaat uit de wens dat zij het onschatbare goed ontvangen van de volheid van het geloof en de middelen tot redding. In feite, zoals Benedictus XVI schrijft, “de liefde van God laat zich kennen in de verantwoordelijkheid voor de ander.” (7) Deze apostolische opdracht – die van evangelisatie in de brede zin – wordt vooral werkelijkheid in de samenhang van een ware vriendschap, waarin “het oprechte en broederlijke gesprek de bron is van vertrouwen, angsten en vooroordelen wegneemt, moeilijkheden oplost en de weg opent tot een vreedzame en constructieve ontmoeting.” (8)

“De liefde en het getuigenis van de waarheid streven ernaar om bovenal te overtuigen met de kracht van het woord van God. De christelijke missie is gelegen in de macht van de Heilige Geest en in het uitspreken van de waarheid zelf.”

Dit gesprek “vereist natuurlijk het vermijden van iedere ongepaste druk”. Het respect voor de persoonlijke levenssfeer en vrijheid van ieder is geen kwestie van tactiek: het is een vereiste van gerechtigheid en liefde. Precies om deze reden, en vanwege het verband dat bestaat tussen vrijheid en waarheid, sluit dit respect het getuigen van de eigen manier van christelijk leven niet alleen uit, maar eerder nog vereist het dat. Ook geldt dit voor het deelgenoot maken van de vriend in de schat van iemands eigen geloof, naar de manier en maat die hij in vrijheid verlangt. Anderzijds sluit dezelfde loyaliteit ten opzichte van de ander iedere valse voorstelling van leerstellige overeenstemming uit, als die niet in werkelijkheid gegeven is. (9) “De liefde en het getuigenis van de waarheid streven ernaar om bovenal te overtuigen met de kracht van het woord van God. De christelijke missie is gelegen in de macht van de Heilige Geest en in het uitspreken van de waarheid zelf.”

Proselitisme

Het woord ’bekeringsijver’ (proselitisme) komt maar één keer voor in de Notitie, om te verhelderen dat in het respecteren van de werkzaamheid van de Heilige Geest, die een niet-katholiek christen beweegt om te verzoeken om toegelaten te worden tot de volle gemeenschap van de Kerk, “het niet gaat om proselitisme, in de negatieve zin toegekend aan dat woord.” Verder, onderaan de pagina in een voetnoot, vindt er een korte verwijzing plaats naar de oorspronkelijk gunstige betekenis van het woord proselitisme en naar het feit dat het woord sinds kort een ongunstige betekenis heeft gekregen “in de zin van reclame voor de eigen godsdienst met middelen en motieven tegengesteld aan de geest van het Evangelie en zonder garantie voor de vrijheid en waardigheid van het individu. Het is in deze zin dat de term ‘proselitisme’ is opgenomen in de oecumische beweging.”

Zoals bekend – en het wordt in herinnering geroepen in de Notitie – stamt het woord proselytos uit een hebreeuwse context. Het gaat om de vertaling in het Grieks van het Hebreeuwse woord ger, vaak voorkomend in de Septuaginta en vooral gebruikt om te verwijzen naar de vreemdeling die permanent verbleef in de Hebreeuwse gemeenschap en daar genoot van dezelfde rechten en plichten als de Joden. (10)

Dit woord komt slechts vier keer voor in het Nieuwe Testament: éénmaal in het Evangelie van Mattheus (23:15) en driemaal in de Handelingen der Apostelen (2:11; 6:5; 13:43). In de tekst van Mattheus wordt de draagwijdte van het woord het meest duidelijk. In die passage wordt genoegzaam duidelijk dat de reprimande die Jezus geeft aan de schriftgeleerden en farizeeën niet verwijst naar het feit dat zij proselieten zoeken, maar naar de manier waarop zij dat doen: vooral dat zij van de bekeerling “een hellekind maken, tweemaal zo erg als zij zelf.” (11)

Het woord is vervolgens opgenomen in de christelijke traditie. Zoals ook de Notitie er eigenlijk aan herinnert, “in een christelijke omgeving wordt de term proselitisme herhaaldelijk gebruikt als synoniem voor de missionaire activiteit”, en daarbij sluit ze dus aan bij de oorspronkelijke gunstige betekenis. De recent aangebrachte ongunstige betekenis voor dit woord kan men thans als de meest voorkomende aanzien in sommige talen, en zo goed als uitsluitend in sommige contexten, zoals in het geval van de oecumenische beweging in onze dagen. In andere contexten blijft eigenlijk de oorspronkelijke gunstige betekenis behouden, ook in juridische en politieke, waar het proselitisme, klaarblijkelijk in de gunstige zin, erkend wordt als een wezenseigen onderdeel van de vrijheid van godsdienst. (12) Maar dit thema is van taalkundige aard en is niet wat de Notitie heeft willen toelichten.

Die toelichting is een andere: men moet niet proselitisme, opgevat in de negatieve zin, noemen wat in werkelijkheid een vorm van evangelisatie is: men zou dus kunnen zeggen, een vorm van proselitisme in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Het gaat hierbij niet om een overbodige toelichting, want het gebeurt ook vandaag de dag niet zelden in zaken van godsdienst dat de opdracht tot missie opgevat wordt als proselitisme (in de negatieve zin). (13) En dit heeft veel te maken met de bekende “dictatuur van het relativisme, die niets als definitief erkent en die als laatste maatstaf enkel het eigen ik en zijn verlangens over heeft.” (14) Meer in concreto, in de context van de oecumene kan men het begeleiden, door middel van “getuigenis en verkondiging” van het eigen geloof, van de weg van niet-katholieke christenen die uit vrije wil wensen om ten volle te worden opgenomen in de Kerk, niet als afkeurenswaardig beschouwen.

Het geloof kan zich alleen verbreiden in vrijheid

Paus Benedictus XVI: “Wij dringen ons geloof aan niemand op. Het geloof kan zich alleen verbreiden in vrijheid.”

Aldus heeft, op de dag zelf van de publicatie van de Notitie, de Secretaris van de Congregatie voor de Geloofsleer bevestigd: “aan allen en in alle gevallen wordt het recht en de verantwoordelijkheid erkend om de volheid van het eigen geloof te verkondigen, ook aan katholieken met het oog op andere christenen die in vrijheid de ontvangst van het katholieke geloof aanvaarden. Het weigeren daarvan zou de ontkenning betekenen van een fundamenteel mensenrecht.” (15) Natuurlijk gebeurt dit altijd en overal met het meeste respect voor en verdediging van de persoonlijke levenssfeer en vrijheid van het individu. Paus Benedictus XVI “Wij dringen ons geloof aan niemand op. Het geloof kan zich alleen verbreiden in vrijheid.” (16)

Samenvattend, uit de Notitie komt met hernieuwde helderheid naar voren dat er geen enkel voorwendsel kan worden gevonden om te rechtvaardigen dat de Kerk afstand doet van de universaliteit van haar zending. Feitelijk is het deel van haar natuur om steeds open te staan voor de dynamiek van evangelisatie en oecumene, omdat zij in de wereld is gekomen om allen en alles bijeen te brengen in Christus (17) en aldus één kudde en één herder te zijn (cf. Joh. 10:16).

Zeker, binnen de diverse dimensies van de oecumene, zowel institutioneel als persoonlijk, zijn de obstakels groot. Maar de ruimte voor gebed en gesprek, in de hoop op de werkzaamheid van de Heilige Geest, blijft beschikbaar. Tegelijkertijd is “die ‘zuivering van herinnering’ van urgente betekenis, zo vaak opgeroepen door Johannes Paulus II, die enkel en alleen in staat is om de geesten voor te bereiden voor het ontvangen van de volle waarheid van Christus.” (18) 

Referenties

1. Vertaling naar het Nederlands door J.A.E. Bons, 4.8.2008.

2. Congregatie voor de Geloofsleer, Leerstellige notitie bij enkele aspecten van de evangelisatie (Nota dottrinale su alcuni aspetti dell’evangelizzazione), 3-12-2007, nr. 12. In het vervolg stammen alle citaten uit dit nr.12 (enkel en alleen van het vierde deel van de Notitie), tenzij anders vermeld.

3. Vat. Conc. II, Decr. Unitatis redintegratio, nr. 1.

4. L. Bouyer, Parole, Église et sacrements dans le protestantisme et le catholicisme, Desclée de Brouwer, Brugge 1960, 91-92.

5. Cf. Conc.Vat. II, Cost. Lumen gentium, nr. 8; Decr. Unitatis redintegratio, nr. 13.

6. Conc.Vat. II, Decr. Unitatis redintegratio, nr. 4; cf. P. Rodríguez, Iglesia y ecumenismo, Rialp, Madrid 1979, 87-88.

7. Benedictus XVI, Enc. Spe salvi, nr. 28.

8. Benedictus XVI, toespraak tot de deelnemers aan de reünie van afgevaardigden van de Kerk, Bisschoppenconferentie en Oecumenische Gemeenschap en Organisaties van Europa, 26.1.2006.

9. Cf. Conc.Vat. II, Decr. Unitatis redintegratio, nr. 11.

10. Cf. K.G. Kuhn, proselytos, in: G. Kittel – G. Friedrich, Grande Lessico del Nuovo Testamento, Brescia 1980, XI, 303.

11. Cf. H. Kuhli, proselytos, in: H. Balz – G. Schneider, Dizionario esegetico del Nuovo Testamento, Brescia 1998, 1151-1154. De hypothesen aangaande deze “verdubbeling” van de slechtheid: cf. E. Lerle, Proselytenwerbung und Urchristentum, Evangelische Verlagsanstalt, Berlin 1960, 64-65.

12. Cf. bijvoorbeeld N. Sarkozy, La république, les religions, l’espérance, Cerf, Parijs 2004, 153.

13. Cf. Johannes Paulus II, Enc. Redemptoris missio, nr. 46.

14. Benedictus XVI, homilie aan het begin van het Conclaaf, 18.4.2005.

15. A. Amato, L’evangelizzazione rispetta e valorizza la libertà dell’altro, interview met F.M. Valiante in L’Osservatore Romano, 15.12.2007.

16. Benedictus XVI, homilie gehouden te München (Beieren), 10.9.2006. Cf. Conc.Vat. II, Dich. Dignitatis humanae, n4; Johannes Paulus II, Enc. Redemptoris missio, nr. 55.

17. Cf. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief Communionis notio, 28.5.1992, nr. 4.

18. Benedictus XVI, Bericht Urbi et Orbi, 20.4.2005, nr. 5.

  • Fernando Ocariz // L’Osservatore Romano, 30-1-2008, p. 7