De sociale betrokkenheid van Jozefmaria, de kiem voor Harambee

Uit dankbaarheid voor de heiligverklaring van Jozefmaria Escrivá, werd op 6 oktober 2002 het solidariteitsfonds Harambee opgericht. De kiem voor dit sociale project lag al in de vroege jeugd van de stichter van het Opus Dei, toen bedelaars bij zijn ouders aan de deur kwamen om een aalmoes.

Historische kwesties

Het gezin als leerschool

Jozefmaria Escrivá leerde al in zijn jonge jaren oog te hebben voor minder bedeelden in de samenleving. Zijn ouders hadden, zoals in vele andere dorpen en steden, de gewoonte op een vaste dag in de week een aalmoes te geven: “Don José was een gulle gever; elke zaterdag vormde zich een lange rij armen voor zijn huis om een aalmoes te vragen; er was voor iedereen altijd iets." Een zigeunerin die, niet zoals alle anderen op zaterdag maar op een andere dag van de week bij zijn moeder aanklopte, maakte een diepe indruk op de kleine Jozefmaria.
En hij deed ook op andere momenten ervaring op: wanneer ze op zon- en feestdagen naar de Mis gingen, gaf zijn vader hem geld om het aan de bedelaars te geven bij de ingang van de kathedraal. A. Vázques de Prada, El Fundador del Opus Dei, deel I, blz. 35 en 36, Rialp, Madrid 1997).


Onder de zieken en armen in Madrid

Als jonge priester besteedde hij veel tijd aan het begeleiden van zieke en stervende mensen in de ziekenhuizen van Madrid. Er heerste grote armoede en veel leed. Antibiotica waren nog niet uitgevonden. Jozefmaria vroeg de zieken hun lijden op te dragen en gaf hen menselijke en bovennatuurlijke steun. Zijn hele leven was een uiting van deze geest van liefde.
Een tijdgenoot herinnert zich: “Dit beeld staat in mijn ziel gegrift: De Vader, geknield bij een zieke die op een armoedige strozak op de grond ligt. Hij probeert hem moed in te spreken met woorden die hoop en troost kunnen geven… Dit beeld blijft mij bij: De Vader, geknield naast het bed van mensen die gaan sterven, die hij troost en die hij over God spreekt" J.M.Cejas, Jose María Somoano en los comienzos del Opus Dei blz. 95, Herrero Fontana, Rialp, Madrid 1995).

Een groot hart
“Het is niet zo dat wij één hart hebben om God te beminnen en een ander hart om de mensen te beminnen: ons arme hart van vlees en bloed bemint met een menselijke en, wanneer het verenigd is met de liefde van Christus, ook met een bovennatuurlijke genegenheid. Dat, en niets anders dan dat, is de liefde die wij in onze ziel tot ontwikkeling moeten brengen." Vrienden van God, nr. 229


Jozefmaria en Afrika

Afrika staat bekend om zijn grote menselijke tragedies: miljoenen vluchtelingen, een enorme verspreiding van AIDS en onophoudelijk oorlogen, vooral in de tropen. Mgr. Javier Echevarría, prelaat van het Opus Dei, zei op 3 oktober 2002 in een interview met Federico Mandillo voor Missionary Service News Agency:

“Het belangrijkste werk van de prelatuur is dat van de individuele leden, dat wat ieder van hen, met persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid, binnen zijn of haar mogelijkheden doet. De Afrikaanse leden – Goddank zijn dat er intussen enkele duizenden – spannen zich, net als de leden uit andere delen van de wereld, in de eerste plaats in om hun geloof consequent te beleven. Dit brengt hen ertoe samen met vrienden en collega's projecten op te zetten om de geestelijke en materiële nood in hun land te lenigen. Zij lijden onder de problemen van AIDS, armoede en tribale rivaliteiten en trachten die op te lossen. Als christenen voelen zij zich, midden in de wereld, juist in die wereld met haar licht- en schaduwkanten, geroepen om iets te ondernemen.

Illustratief
Mgr. Javier Echevarría maakte het volgende voorval met H.Jozefmaria mee:

"Het gebeurde in Kenia in de jaren '50, vlak voor de onafhankelijkheid. Enkele vrouwen van het Opus Dei besloten een school voor secretaresses op te zetten. De stichter, die alleen bij projecten werd betrokken als dat nodig was, stelde één voorwaarde: de school moest zonder enig onderscheid openstaan voor leerlingen van alle rassen, geloofsovertuigingen en stammen. Dat was een besluit zonder precedent. Allerlei vooroordelen en barrières moesten worden overwonnen. De initiatiefneemsters hielden voet bij stuk en wat onmogelijk leek werd werkelijkheid. Na een korte tijd bleek dat het samenleven van uiteenlopende personen niet alleen een mogelijk, maar een noodzakelijk middel is tegen onverdraagzaamheid."

Harambee
Op 6 oktober 2002 ging het solidariteitsfonds Harambee van start. Aanleiding was de dankbaarheid voor de heiligverklaring van Jozefmaria Escrivá met anderen te delen. Sindsdien zijn er 28 projecten in 14 verschillende landen uitgevoerd. In dit tweede lustrum steunt Harambee vijf onderwijsprojecten van sub Sahara Afrika.