De Preces van het Opus Dei

Elke dag verheffen de gelovigen van de Prelatuur met dit gebed hun hart tot de Heer. Zij loven, danken en bidden tot God de Vader door Jezus Christus in de eenheid van de heilige Geest, voor hun persoonlijke noden en die van de anderen.

Boeken en teksten
Opus Dei - De Preces van het Opus Dei

Op 10 december 1930 schreef de heilige Jozefmaria in zijn persoonlijke aantekeningen: We zijn deze dagen kopieën aan het maken van de ‘Preces ab Operis Dei sociis recitandae’. Mijn biechtvader heeft ze goedgekeurd. Het is duidelijk dat Onze Lieve Heer wil dat ik begin met het gebed, want dit moet de kern zijn van zijn Werk . (1)

Deze woorden van de Stichter van het Opus Dei zijn een trouwe weergave van zijn voortdurende onderricht: het gebed is de basis van het geestelijk gebouw (2), van elk bovennatuurlijk werk en van elke apostolische onderneming. Het is het onmisbare middel om vooruit te kunnen gaan op de weg naar de heiligheid. (3) In het Opus Dei is het bidden van de Preces (meervoud van het Latijn ‘prex’: gebed, smeking) een manier om deze noodzaak – die eigen is aan elke christen (4) – te concretiseren. Elke dag verheffen de gelovigen van de prelatuur hun hart tot de Heer door middel van dit gebed waarin zij, door Jezus Christus in de eenheid van de heilige Geest, God de Vader loven en danken en bidden voor de persoonlijke noden en die van de anderen. Zodoende wordt in dit kleine deeltje van de grote familie van God die de Kerk is, herhaald wat de oorspronkelijke Kerk deed en de heilige Lucas vermeldt: Zij allen bleven eensgezind volharden in gebed en waren één van hart en ziel . (5)

In de eerste decennia van het Werk stelde de heilige Jozefmaria dit gebed samen met teksten uit de heilige Schrift en de liturgie van de Kerk. Met dit dagelijks gebed danken de gelovigen van de prelatuur God voor de gave van hun christelijke roeping en uiten daarmee hun volledige beschikbaarheid om zijn Wil te doen. De Preces beginnen met een serviam! , een korte samenvatting van het voornemen om de Heer te dienen en de uitbreiding van zijn Rijk – zonder enig onderscheid te maken –  over de hele wereld te bevorderen. De gelovigen van het Werk richten zich daarom tot de Allerheiligste Drie-eenheid met woorden van aanbidding en dankzegging. Dan wenden zij zich ad Iesum Christum Regem , tot Jezus Christus Koning, die hen uitzendt om de goddelijke wegen van de aarde voor alle mensen te openen.

Met de aanroeping van Psalm 27(26) – De Heer is mijn licht en mijn leidsman, wie zou ik vrezen ? –  stellen zij zich onder de bescherming van de barmhartige God. Ook nemen ze hun toevlucht tot de voorspraak van Onze Lieve Vrouw, middelares van alle genaden, van de heilige Jozef, patroon van de wereldkerk, van de engelbewaarders, op wiens feest het Opus Dei ter wereld kwam, en van de heilige Jozefmaria, met de liefde en het vertrouwen van kinderen. Deze laatste aanroeping werd op 17 mei 1992 toegevoegd naar aanleiding van de zaligverklaring van de Dienaar Gods Mgr. Jozefmaria Escrivá. De laatste aanpassing vond plaats op 6 oktober 2002, toen de stichter door Johannes Paulus II werd heilig verklaard.

Dan komen in de Preces enkele voorbeden. Op de eerste plaats vanzelfsprekend voor de Heilige Vader, opdat de Heer hem beschermt, hem levenskracht geeft en hem op aarde gelukkig maakt , en voor de bisschoppen van de verschillende bisdommen. Ook wordt er voor de eenheid in het apostolaat gebeden – naar het voorbeeld van Jezus Christus bij het Laatste Avondmaal: opdat allen één mogen zijn zoals Gij Vader in Mij en Ik in U – en voor allen die uit liefde voor de naam van de Heer aan de apostolische activiteiten van de prelatuur meewerken.

In aansluiting op het gebed voor de herders van de Kerk bidt men nu voor de prelaat van het Opus Dei die ‘vader’ wordt genoemd, zoals in een gezin, en die God op aarde heeft aangesteld als het hoofd van dit deel van het Volk van God. Vanzelfsprekend mag in dit gebed, dat het gebed van een gezin is, ook een bede voor de overige gelovigen van de Prelatuur niet ontbreken, zowel voor degenen die nog op aarde zijn als voor de overledenen.

In de afsluitende gebeden roepen de gelovigen God opnieuw aan met de zekerheid dat ze verhoord worden. Zij vertrouwen op zijn barmhartigheid en vragen dat hun hart en ziel –  heel hun bestaan – met het vuur van de Heilige Geest ontstoken mag worden. Ook roepen zij Hem aan om met zijn ingevingen en zijn hulp al hun werken tot voltooiing te brengen: hun gebed, hun werk en de meest uiteenlopende bezigheden. Tenslotte smeken zij om het gaudium cum pace die de vruchten zijn van de innerlijke strijd, om tijd van echte boetedoening, genade en troost van de heilige Geest, en de volharding in het Opus Dei .

Tenslotte roepen zij de voorspraak aan van de patronen van de apostolaatwerken van het Opus Dei: de aartsengelen, de heilige Michaël, de heilige Gabriël, de heilige Rafaël, en de apostelen, de heilige Petrus, de heilige Paulus, de heilige Johannes. Als er een priester aanwezig is, geeft hij zijn zegen opdat de Heer in uw harten en op uw lippen moge zijn . Een groet aan het einde herinnert, met menselijke en bovennatuurlijke warmte, aan die van de eerste christenen: pax, in aeternum .

1. Apuntes íntimos , nr. 128, in A. Vázquez de Prada, El Fundador del Opus Dei , vol. I, Rialp, Madrid 197, p. 368.

2. De Weg , nr. 83.

3. Vgl. 1 Tess . 4, 3

4. Vgl. Catechismus van de Katholieke Kerk, nrs. 2744-2745.

5. Hand . 1, 14 & 4, 32.

  • J. Yániz