De gelovigen van de prelatuur

Priesters en leken

Het Opus Dei wordt gevormd door een prelaat, de eigen priesters (het presbyterium) en door leken, zowel vrouwen als mannen.

Iemand die lid wil worden van het Opus Dei wordt daartoe bewogen door een goddelijke roeping. Dit is een specifieke invulling van de christelijke roeping die men bij het doopsel krijgt en waardoor men, in de geest waarmee God de heilige Jozefmaria bezielde, de heiligheid nastreeft en aan de opdracht van de Kerk meewerkt.

Er bestaan in het Opus Dei geen verschillende categorieën leden, maar er is één enige en identieke roeping waardoor alle leden van de prelatuur zich in gelijke mate leden van hetzelfde deel van het volk van God voelen en dat ook zijn. Er zijn alleen verschillende manieren om eenzelfde christelijke roeping volgens de persoonlijke omstandigheden van ieder te beleven: als alleenstaande of gehuwde, als gezonde of zieke, etc.

De meeste gelovigen van het Opus Dei zijn surnumerair. Dit zijn in het algemeen getrouwde vrouwen en mannen, voor wie de heiliging van de plichten in het gezin van fundamenteel belang is voor hun christelijk leven. Van het totaal aantal leden van het Opus Dei is rond 70 procent surnumerair.

De overige gelovigen van de prelatuur zijn mannen en vrouwen die zich ertoe verbinden het celibaat uit apostolische motieven te beleven. Sommigen –de geassocieerden van de prelatuur– wonen bij hun familie of waar het vanwege hun beroep beter uitkomt. De omstandigheden van anderen maken het mogelijk om volledig beschikbaar te zijn voor de apostolische activiteiten en de vorming van de andere gelovigen van de prelatuur. Dit zijn de numerairs. Zij wonen doorgaans in centra van het Opus Dei. De numerair-auxiliairs wijden zich beroepsmatig vooral aan het huishoudelijk werk in de centra van de prelatuur.

De priesters van de prelatuur komen voort uit de lekengelovigen van het Opus Dei: uit de numerairs en geassocieerden die uit vrije wil bereid zijn priester te worden en die –als ze al jaren lid zijn van de prelatuur en de studie gevolgd hebben die voor het priesterschap nodig is– door de prelaat uitgenodigd worden de wijding te ontvangen. Hun pastoraal werk staat vooral ten dienste van de gelovigen van de prelatuur en de apostolische activiteiten die zij ondernemen. Dat neemt niet weg dat de meesten van hen het lokale bisdom dienen, niet alleen met het specifiek pastoraal werk binnen de prelatuur, maar tevens, bijvoorbeeld, met het afnemen van de biecht in parochiekerken, het verzorgen van het studenten- of ziekenhuispastoraat, of andere werkzaamheden in de curie van het bisdom.

Een van de kenmerken van het Opus Dei is de sfeer van een christelijke familie, die in alle activiteiten die de prelatuur organiseert is terug te vinden. Ze wordt ook weerspiegeld in de huiselijke sfeer van de centra, in de eenvoud en het vertrouwen in de omgang, in talloze kleine attenties en in begrip en fijngevoeligheid in het dagelijks leven.

Toetreding tot de prelatuur

Wie van het Opus Dei wil worden moet dat in alle vrijheid vragen in de overtuiging deze goddelijke roeping te hebben ontvangen. Hiervoor is de instemming van het bevoegd gezag van de prelatuur nodig.

Het verzoek wordt schriftelijk ingediend en men wordt na minimaal zes maanden toegelaten. Op zijn vroegst één jaar later kan de betrokkene tijdelijk lid van de prelatuur worden door een formele verklaring met een contractueel karakter die jaarlijks vernieuwd wordt. Minimaal vijf jaar daarna kan men definitief lid worden.

Overeenkomstig het canoniek recht is het juridisch niet mogelijk dat iemand lid van het Opus Dei wordt zolang hij niet meerderjarig is (18 jaar of ouder).

De opname in het Opus Dei houdt voor de prelatuur de verplichting in om de betrokkene een intensieve vorming te geven in het katholieke geloof en in de geest van het Opus Dei, en in de nodige pastorale zorg door priesters van de prelatuur te voorzien. Van de kant van de betrokkene bestaat de verplichting onder de jurisdictie van de prelaat te blijven in alles wat de doelstelling van de prelatuur betreft en de normen die binnen de prelatuur gelden te respecteren.

Kortom, wat de gelovigen van de prelatuur op zich nemen is de heiligheid na te streven en apostolisch actief te zijn in de geest van het Opus Dei. Dat houdt allereerst in dat zij hun geestelijk leven voeden met gebed, offer en het ontvangen van de sacramenten; dat zij de middelen benutten die de prelatuur verschaft om voortdurend een intensieve vorming in de leer van de Kerk en de geest van het Opus Dei te krijgen; en dat zij –naar gelang hun mogelijkheden– meewerken aan de evangelisatie-opdracht van de prelatuur.

Met het verlaten van de prelatuur beëindigen de wederzijdse rechten en plichten.

De vorming

De prelatuur geeft haar gelovigen voortdurend de nodige vorming, die te combineren is met de gewone verplichtingen in gezin, beroep en samenleving.

De vormingsactiviteiten van de prelatuur helpen een diepe en solide godsvrucht van kinderen van God te krijgen. Dit brengt met zich mee dat de gelovigen zich proberen te identificeren met Christus, een grondige kennis van het geloof en de katholieke moraal krijgen en, in de lijn van hun roeping, in toenemende mate vertrouwd raken met de geest van het Opus Dei.

De gelovigen van de prelatuur wonen wekelijks lessen bij, ook wel kring genoemd, over leerstellige en ascetische onderwerpen. De maandelijkse bezinning houdt in dat zij één dag per maand enkele uren vrij maken voor persoonlijk gebed en thema’s overwegen die betrekking hebben op het christelijk leven. Eén keer per jaar wonen de gelovigen van de prelatuur een reeks van bezinningsdagen bij die gewoonlijk drie tot vijf dagen duurt.

De medewerkers de jongeren die deelnemen aan het apostolisch werk van de prelatuur en ieder ander die dit wenst, kunnen soortgelijke vormingsmiddelen ontvangen.

De vorming wordt gegeven –voor mannen en vrouwen gescheiden– in de centra van de Prelatuur van het Opus Dei, maar ook op andere plaatsen die daarvoor geschikt zijn. Een kring kan bijvoorbeeld plaatsvinden bij een van de deelnemers thuis; een bezinning in een kerk die een parochie een paar uur voor dit doel ter beschikking stelt, etc.

Manier van handelen in beroep en samenleving

Door het lidmaatschap van de Prelatuur van het Opus Dei verandert men niet van staat. De rechten en plichten als lid van de samenleving en van de Kerk blijven identiek. “De leken die bij de prelatuur zijn aangesloten behouden de persoonlijke, theologische of canonieke status van gewone lekengelovigen en gedragen zich als zodanig in heel hun optreden.” Omdat de taak van de prelatuur een louter geestelijk karakter heeft, mengt deze zich niet in de tijdelijke aangelegenheden waarmee de leden geconfronteerd worden. Ieder werkt met volledige vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid. Het Opus Dei eigent zich de beslissingen van de leden niet toe. Over de manier van handelen in het beroep, over de visie op de maatschappij, op de politiek, etc. bepalen de statuten dat iedere gelovige van de prelatuur, binnen de grenzen van de katholieke leer inzake geloof en zeden, dezelfde volledige vrijheid geniet als de overige katholieke burgers. Het bevoegd gezag van de prelatuur dient zich zelfs volledig te onthouden van het geven van adviezen ter zake.

Enkele cijfers

Ruim 84.000 personen maken deel uit van de prelatuur, rond 1900 van hen zijn priester. Van het totaal aantal gelovigen bestaat ongeveer de helft uit vrouwen en de helft uit mannen. De spreiding over de werelddelen is bij benadering als volgt:

Afrika 1.600

Azië en Oceanië 4.700

Amerika 29.000

Europa 48.700