De Eucharistie

Daarop nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het en gaf het hun met de woorden: ‘Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot een gedachtenis aan Mij.’ Evenzo gaf Hij de beker, na de maaltijd, terwijl Hij sprak: ‘Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn Bloed, dat voor u wordt vergoten.’

Daarop nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het en gaf het hun met de woorden: ‘Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot een gedachtenis aan Mij.’ Evenzo gaf Hij de beker, na de maaltijd, terwijl Hij sprak: ‘Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn Bloed, dat voor u wordt vergoten.’ (Lc 22,19-20)

“Wat gaat er om in twee personen die veel van elkaar houden, op het ogenblik van scheiden? Zij zouden graag altijd bij elkaar blijven, maar plicht – welke dan ook – dwingt hen uit elkaar te gaan. Hun hartenwens is bij elkaar te blijven, maar dat kan niet. De liefde van een mens, ze moge nog zo ver reiken, is nu eenmaal beperkt. Om elkaars afwezigheid draaglijker te maken nemen zij hun toevlucht tot een symbool: ze geven elkaar een herinnering, misschien een foto met een onderschrift dat van warme vriendschap getuigt. Meer kunnen zij niet doen: schepselen kunnen alles willen, maar niet alles doen.

Wat wij niet kunnen, kan de Heer wel. Jezus Christus, in volmaakte zin God en mens, laat ons geen symbool na, maar de werkelijkheid: Hij blijft zelf, Hij zal naar de Vader gaan, maar Hij zal blijven met de mensen. Hij zal ons niet zo maar een geschenk achterlaten dat ons aan Hem doet denken, een beeltenis die met de tijd vervaagt, zoals dat met een foto gebeurt die al gauw verbleekt, vergeelt en die niets zegt aan mensen die dat ogenblik van scheidende liefde niet mee beleefd hebben. Onder de gedaanten van brood en wijn is Hij daar werkelijk tegenwoordig: met zijn Lichaam, zijn Bloed, zijn Ziel en zijn Godheid.”

Als Christus nu langs komt, 83

“Het voortdurend hernieuwde mirakel van de heilige Eucharistie is bijzonder karakteristiek voor de handelwijze van Jezus, volmaakt God en volmaakt mens, Heer van hemel en aarde. Hij biedt zich ons aan als voedsel op de meest natuurlijke en gewone wijze. Zo wacht Hij al bijna 2000 jaar op onze liefde. Dat is zowel lang als kort, want als het om de liefde gaat, gaan de dagen vlug voorbij.

Er valt me een verrukkelijk gedicht in uit Galicië, een van de Gezangen van Alphonsus X de Wijze. Het is de legende van een monnik die in zijn eenvoud de heilige Maagd Maria smeekte, hem de hemel te laten zien, al was het maar een ogenblik. De heilige Maagd stemde in zijn verlangen toe en de goede monnik werd naar het Paradijs gevoerd. Bij zijn terugkeer herkende hij geen enkele van de bewoners van het klooster. Zijn gebed, dat hem toch zeer kort geschenen had, had drie eeuwen geduurd. Drie eeuwen is slechts een ogenblik voor een verliefd hart. Zo zie ik de 2000 jaar wachten van de Heer in de Eucharistie. Het is het wachten van God, die de mensen bemint, die ons zoekt en ons aanneemt zoals we zijn: beperkt, egoïstisch, onstandvastig – maar in staat om zijn oneindige tederheid te ontdekken en ons helemaal aan Hem te geven. […]

Wonder van liefde. Dat is het ware brood van de kinderen. Jezus, de Eerstgeborene van de eeuwige Vader, biedt zich als voedsel aan. En het is dezelfde Jezus Christus die ons hier beneden sterkt, op ons wacht in de hemel als op disgenoten, medeërfgenamen en medeburgers. Inderdaad, zij die zich van Christus voeden, zullen de aardse en tijdelijke dood sterven, maar ze zullen eeuwig leven, omdat Christus het onvergankelijke leven is. […]

Jezus gaat verborgen in het Allerheiligst Sacrament van het altaar, opdat wij omgang met Hem durven zoeken om ons voedsel te zijn, om één met Hem te worden. Toen Hij heeft gezegd: Zonder Mij kunt ge niets, heeft Hij de christen niet tot werkeloosheid veroordeeld en hem niet gedwongen tot een moeizaam zoeken naar zijn Persoon. Hij is onder ons gebleven, geheel beschikbaar. […]

Ik moet u zeggen dat het tabernakel voor mij altijd een plaats is geweest zoals Bethanië: een rustige en vreedzame plaats waar Christus is, waar wij Hem kunnen vertellen over onze beslommeringen, ons lijden, onze hoop en onze vreugde, even eenvoudig en natuurlijk als zijn vrienden Martha, Maria en Lazarus daarover spraken. Wanneer ik door de straten van een stad of dorp loop, ben ik dan ook blij als ik, zelfs van ver, het silhouet van een kerk zie. Dat is wéér een tabernakel, wéér een gelegenheid om de ziel, die verlangt om te gaan vertoeven aan de zijde van de Heer in het heilig sacrament, te laten uitvliegen.

Als Christus nu langs komt, 151-154