De engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria

In zijn apostolische brief “De rozenkrans van de Maagd Maria” nodigt Johannes Paulus II de gelovigen uit dit gebed te bidden. Maria leert ons “om de schoonheid op het gezicht van Christus te overdenken en om de diepten van Zijn liefde te ervaren”. In ‘Teksten van de heilige Jozefmaria’ staan overwegingen van de stichter van het Opus Dei over de geheimen van de rozenkrans, ditmaal over het eerste blijde geheim: Maria boodschap.

Geheimen van de Rozenkrans

Maria echter sprak tot de engel: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?" Hierop gaf de engel haar ten antwoord: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God" (Lc 1, 34-35).

TEKSTEN VAN DE HEILIGE JOZEFMARIA:

Vergeet mijn vriend, dat we Kinderen zijn. De Vrouw met de zoete naam, Maria, is in gebed verzonken. Jij bent in dit huis wie je maar wilt: een vriend, een dienaar, een nieuwsgierige, een buur... –Ik durf op dit moment niets te zijn. Ik verberg me achter jou, en vol verbazing beschouw ik het tafereel:

De Aartsengel brengt zijn boodschap over... Quomodo fiet istud, quoniam virum non cognosco? –Hoe zal dit geschieden, daar ik geen man beken ? (Lc 1, 34).

De stem van onze Moeder doet mij, bij wijze van contrast, denken aan al de onreinheden van de mensen... ook aan de mijne.

De Heilige Rozenkrans, 1e blijde geheim

Onze Moeder is een voorbeeld in het beantwoorden aan de genade. Als wij haar leven overwegen, zal de Heer ons verlichten opdat wij ons gewone bestaan leren vergoddelijken. Heel het jaar door, als wij de mariale feesten vieren, en dikwijls ook in ons leven van alledag, denken wij christenen herhaaldelijk aan de H. Maagd. Als wij van die ogenblikken profiteren om ons voor te stellen, hoe onze Moeder zich bij de ons opgelegde taken zou gedragen, dan zullen wij langzamerhand van haar gaan leren. En ten slotte zullen wij gelijken op haar, zoals kinderen lijken op hun moeder.

Als Christus nu langskomt, 173, 1

Wij moeten trachten van haar te leren, door haar voorbeeld van gehoorzaamheid aan God na te volgen: een gehoorzaamheid waarbij de geest van dienstbaarheid en adeldom harmonieus samengaan. Bij Maria vinden wij niets van de houding der dwaze maagden, die wel gehoorzamen maar onnadenkend. Onze Lieve Vrouw luistert aandachtig naar wat God van haar wil. Zij overdenkt wat zij niet begrijpt, zij stelt vragen over wat zij niet weet. Dan legt ze zich met heel haar wezen toe op het vervullen van de goddelijke wil: Ik ben de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord. Iets wonderbaarlijkst De H. Maria, die heel ons doen en laten leidt, leert ons dat gehoorzaamheid aan God geen slaafsheid is, dat die gehoorzaamheid ons geweten niet vervormt tot een ijzeren juk, maar ons innerlijk stuwt naar de ontdekking van de vrijheid der kinderen Gods.

Als Christus nu langskomt, 173, 4

Als wij profijt willen trekken van de genaden die vandaag door Onze Moeder over ons worden afgeroepen, en als wij ieder ogenblik met de ingevingen van de Heilige Geest, herder van onze zielen, willen meewerken, dan moeten wij ons ernstig inspannen om ons leven van omgang met God te ontwikkelen. Wij kunnen ons niet verschuilen achter de anonimiteit. Als het inwendig leven geen persoonlijke ontmoeting met God is, bestaat het niet. Oppervlakkigheid is niet christelijk. Sleur toelaten in de strijd om de ascese, betekent zoveel als de overlijdensakte tekenen van de beschouwende ziel. God zoekt ieder van ons afzonderlijk: Hier ben ik, Heer, want Gij hebt mij geroepen.

Als Christus nu langskomt, 174, 2

Wat is het tafereel van de blijde boodschap aan Maria ontroerend! — Maria, — hoe vaak hebben we dit niet overwogen! — is in gebed verzonken, legt haar vijf zintuigen en al haar vermogens in het gesprek met God. Tijdens het gebed leert ze de Wil van God kennen; en door het gebed maakt ze die tot haar eigen vlees en bloed: verlies het voorbeeld van de heilige Maagd niet uit het oog!

De Voor, 481

Denk eens aan het verheven moment waarop de Aartsengel Gabriël aan de Heilige Maagd het plan van de Allerhoogste aankondigt. Onze Moeder luistert en stelt vragen om beter te begrijpen wat de Heer van haar verlangt; en dan klinkt onmiddellijk haar klare antwoord: fiat —mij geschiede naar uw woord!— vrucht van de allerhoogste vrijheid, dat is kiezen voor God.

Vrienden van God, 25, 1