“De deuren van het Opus Dei staan voor iedereen open”

Interview met Mgr. Fernando Ocáriz ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van de oprichting van de personele prelatuur.

Personele prelatuur

Mgr. Fernando Ocáriz (geboren te Parijs in 1944) is de algemeen vicaris van het Opus Dei en werkt nauw samen met de huidige prelaat van het Opus Dei, Mgr. Javier Echevarría.

In dit interview komt onder meer ter sprake welke de relatie is tussen het Opus Dei en de bisdommen en het waar het vooroordeel vandaan komt dat het Opus Dei ‘macht’ zou hebben.

Het interview met Zenit vond plaats in Villa Tevere, de centrale zetel van het Opus Dei te Rome, waar de stichter van het Opus Dei, de heilige Jozefmaria Escrivá de Balaguer, begraven ligt.

Mgr. Ocáriz is priester, natuurkundige en theoloog. Hij is auteur van talrijke filosofische en theologische publicaties, in het bijzonder op het terrein van de geschiedenis van de filosofie en de christologie. Sinds 1986 is hij consultor van de Congregatie voor de geloofsleer. Ook is hij lid van de Pauselijke Theologische Academie en sinds 23 april 1994 is hij de algemeen vicaris van het Opus Dei.

Het Opus Dei is opgericht om de gelovigen te helpen in hun gewone leefomstandigheden. Zijn de leken een deel van de prelatuur van het Opus Dei of is de prelatuur er alleen voor het kleine deel dat gevormd wordt door de priesters van het Opus Dei?

"De heilige Jozefmaria heeft ertoe bijgedragen het misverstand op te heffen dat heiligheid voorbehouden zou zijn aan enkele uitzonderlijke mensen."

Het Opus Dei is juist geboren om de boodschap van de universele roeping tot heiligheid te verspreiden. Deze universele roeping tot heiligheid, zoals de heilige Jozefmaria het uitdrukt, wil zeggen dat God alle mensen roept, zowel priesters als leken, en dat alle eervolle menselijke omstandigheden – het beroepswerk, de familie en de sociale relaties – geheiligd kunnen en moeten worden.

Kardinaal Joseph Ratzinger zei naar aanleiding van de heiligverklaring van de stichter van het Opus Dei, dat de boodschap van de heilige Jozefmaria ertoe bijgedragen heeft het misverstand op te heffen dat heiligheid voorbehouden zou zijn aan enkele uitzonderlijke mensen. Heiligheid is bevriend raken met God en je ter beschikking stellen aan Hem, de Enige die goedheid en geluk in deze wereld kan brengen.

De lekengelovigen van het Opus Dei, mannen en vrouwen, gehuwd of ongehuwd, maken op dezelfde wijze deel uit van de prelatuur als de priesters. In de katholieke Kerk bestaat er een organische eenheid tussen de priesters en de lekengelovigen. Dezelfde organische eenheid is aanwezig in het Opus Dei.

Elke leek maakt tegelijkertijd ook deel uit van het bisdom waarin hij woont, zoals elke andere katholiek. Verwijzend naar het Opus Dei, heeft Johannes Paulus II bij verschillende gelegenheden in herinnering gebracht dat het ambtelijk priesterschap van de clerus en het algemeen priesterschap van de leek een eenheid vormen in gelijkheid van roeping en evangelische zending (onder leiding van de prelaat).

Het Opus Dei is momenteel de enige bestaande personele prelatuur. Krijgt u vragen van kerkelijke instituten die een personele prelatuur als juridische vorm willen aannemen?

Ja, tot op heden is het Opus Dei de enige personele prelatuur, maar er bestaan vergelijkbare hiërarchische structuren van personele aard in de Kerk, die beantwoorden aan verschillende pastorale noden. Bijvoorbeeld de ordinariaten die in sommige landen zijn opgericht ten behoeve van de gelovigen van de Oosterse Rite, de militaire ordinariaten en de Personele Apostolische Administratie die enkele jaren geleden is opgericht in Brazilië.

De oprichting van een personele prelatuur behoort uitsluitend tot de bevoegdheden van de Heilige Stoel, bovendien voorziet het Canonieke Recht erin dat de betreffende bisschoppenconferenties geraadpleegd worden.

Het gaat om een pastoraal besluit, ten gunste van de zending van de Kerk in een wereld die gekenmerkt wordt door een grote mobiliteit van de personen. Bijvoorbeeld, in de post-synodale apostolische exhortaties ‘Ecclesia in America’ en ‘Ecclesia in Europa’, heeft Johannes Paulus II de personele prelaturen genoemd als mogelijke oplossing voor personen die een bijzondere pastorale zorg nodig hebben zoals specifieke groepen van emigranten.

Ook is het mogelijk, zoals in het geval van het Opus Dei, dat  de werking van de Heilige Geest, die bepaalde apostolische doelen ingeeft, pastorale behoeften doet ontstaan die de structuur van een personele prelatuur nodig hebben.

Tot op heden heeft het Opus Dei geen vragen gehad van instellingen die de mogelijkheid van de structuur van een personele prelatuur zouden overwegen. Wel is het zo dat leden van het Opus Dei relatief vaak gevraagd worden om op congressen, studiedagen, pastorale bijeenkomsten, enz. uit te leggen hoe een prelatuur functioneert.

Men spreekt over een grotere onafhankelijkheid – of autonomie – van het Opus Dei sinds de juridische oprichting tot personele prelatuur. Wat is daarvan waar?

De realiteit is juist het tegendeel. Een prelatuur oprichten, betekent juist ‘afhankelijk maken’: een deel van het volk van God wordt afhankelijk van een vertegenwoordiger van de kerkelijke hiërarchie.

Het heeft dus geen zin om over onafhankelijkheid of autonomie te spreken omdat het Opus Dei afhankelijk is van het bestuur van een prelaat die benoemd is door de Paus.

De prelaat en zijn vicarissen oefenen de kerkelijke macht uit in gemeenschap met de andere herders onder het hoogste gezag van de Paus, in overeenstemming met de universele normen van de Kerk en de specifieke normen van de prelatuur. De specifieke normen zijn te vinden in de Statuten die de Heilige Stoel voor de prelatuur heeft vastgelegd.

De ervaringen van de aanwezigheid van het Opus Dei in talrijke bisdommen van de vijf continenten laten, denk ik, zien dat de introductie van de personele prelaturen door het tweede Vaticaans Concilie geen bedreiging is voor de eenheid in de particuliere kerken. Integendeel, in de praktijk blijkt dat het Opus Dei de particuliere kerken in haar evangelische zending bijstaat.

Benedictus XVI schreef aan de huidige prelaat, Mgr. Javier Echevarría, bij gelegenheid van zijn gouden priesterjubileum: “Wanneer je het verlangen naar persoonlijke heiligheid en apostolische ijver van jouw priesters en leken aanmoedigt, zie je niet alleen de kudde groeien die aan jou is toevertrouwd, maar verleen je ook een doeltreffende hulp aan de Kerk in de evangelisatie van de maatschappij”.

Kan men spreken van “bisschoppen van het Opus Dei”?

Dat hangt af van de betekenis die men eraan geeft. Als een priester van het presbyterium van de prelatuur door de paus tot het bisschopsambt wordt geroepen – en dat is enkele malen voorgekomen – dan zal hij, zoals in het geval van de diocesane priester, niet meer geïncardineerd zijn in de kerkelijke entiteit waaruit hij komt. Wel blijft hij geestelijke begeleiding ontvangen van de prelatuur. Hij heeft dezelfde kerkrechtelijke status als iedere andere bisschop.

Vanzelfsprekend heeft de prelaat van het Opus Dei op geen enkele wijze zeggenschap op de bisschoppelijke zending van deze bisschoppen.

Ik neem aan dat er voor u geen vóór en na de Da Vinci Code in het Opus Dei bestaat?

Zeker niet. Het is onzin te denken dat deze roman een dusdanige historische invloed zou hebben dat er sprake zou zijn van een ‘vóór en na’ in het Opus Dei.

Desalniettemin zal het sommige mensen beïnvloed hebben. Zonder afbreuk te doen aan de verwarring die dit genre boeken bij sommige mensen teweeg kan brengen, heb ik vernomen dat veel mensen juist contact hebben gezocht met de prelatuur. Als reactie op de onjuiste informatie over het Opus Dei, is er juist meer interesse gekomen voor de godsdienstige activiteiten. 

Ook hebben veel mensen, onder wie journalisten, schrijvers en andere van nabij betrokken personen, blijk gegeven van solidariteit. Dat zijn momenten waarop men ervaart dat de Kerk een familie is.

Men spreekt soms van “de macht” van het Opus Dei. Hoe is dat imago ontstaan?

Ondanks de eigen gebreken – wij beschouwen ons niet als de ‘beste van de klas’ en dat zijn we ook niet – , heeft God de apostolische werkzaamheden van de leden van het Opus Dei met rijke vruchten gezegend. Menselijk gezien kan dat de indruk geven van ‘macht’.

In de werkelijkheid is het Opus Dei maar een klein deel van de Kerk en haar ‘macht’ bestaat enkel en alleen uit de macht die in het Nieuwe Testament wordt beschreven als “Gods reddende kracht voor allen die geloven” (vgl. heilige. Paulus, Rom 1, 16). De vruchten van het werk van de leden van het Opus Dei worden door de Heilige Geest in de Kerk en door middel van de Kerk opgewekt.

De deuren van het Opus Dei staan voor iedereen open. Deelnemers aan apostolische activiteiten van het Opus Dei ontvangen een brede godsdienstige vorming. Wie persoonlijke belangen nastreeft of doelen die niet van geestelijke aard zijn, zal snel teleurgesteld raken: er wordt alleen gesproken over de liefde voor Jezus Christus en voor de Kerk, het commitment van het christelijke leven, de innerlijke strijd en het edelmoedig dienen van de naaste.

  • Miriam Díez i Bosch // www.zenit.org