Carmen Escrivá

Bisschop Álvaro del Portillo, die de moeder en zus van de heilige Jozefmaria heel goed kende, spreekt in het boek 'Immersed in God' over de betekenis van beide vrouwen voor de oprichting en ontwikkeling van het Opus Dei. "De beschikbaarheid van de moeder en zus van onze stichter bleek van onschatbare waarde voor het Opus Dei."

Herinneringen
Opus Dei - Carmen Escrivá

Op 16 juli 1899, het feest van Onze Lieve Vrouw van Karmel, werd de oudste van de zes kinderen van Don José en Doña Dolores Escrivá geboren. Ze noemden haar Carmen, zij was de zus van de heilige Jozefmaría Escrivá, stichter van het Opus Dei. Jozefmaría merkte eens op: "Carmen zei me altijd: 'Ik heb geen enkele roeping.' En dat was waar, die had ze niet; ze offerde zichzelf echter met zoveel genegenheid voor het Werk op...".

"De bereidheid van de moeder en zus van onze stichter om te helpen waar ze maar konden, maakte het verschil voor het Opus Dei," zei Mgr. Alvaro del Portillo.

Plannen
In september 1934 sprak de stichter van het Opus Dei openlijk met zijn moeder, zijn zus Carmen en zijn broer Santiago. Tot die tijd was zijn moeder altijd een betrouwbare steun voor haar zoon geweest, maar daarna werkte ze nog doeltreffender, ofschoon onopvallend, met hem samen. Zijn wensen gaf ze voorrang, terwijl ze de onuitgesproken behoeften aanvoelde. Haar eigen plannen en die voor het gezin, schoof ze opzij ten gunste van die van God; alle middelen die haar ter beschikking stonden wendde ze aan voor haar zoon.

Hint
Na de oorlog, toen de woning op Jenner Street als eerste was ingericht, gaf de stichter zijn moeder een boek over het leven van de heilige Johannes Bosco. 'Je hoopt toch niet,' zei ze, 'dat ik me nu ga gedragen als de moeder van Don Bosco? Want dat ben ik absoluut niet plan!' 'Maar Mama,' antwoordde hij, 'dat doe je al!' En zijn moeder, die dat net zo goed wist als hij, barstte in lachen uit. 'En dat zal ik ook blijven doen,' zei ze, 'met veel plezier.' Zijn zus Carmen deed exact zo. Ook zij deed afstand van een eigen leven en stak al haar energie in het dienen van het Werk – in het begin misschien vooral uit genegenheid voor haar broer, maar altijd uit grote liefde voor God.

Familiegewoonten
Zij zorgden voor de huiselijke warmte die de bovennatuurlijke familie die Jozefmaria Escrivá stichtte, kenmerkte. Zij brachten niet alleen huiselijkheid en tactvolle omgangsvormen, ze hadden vooral een constante zorg voor anderen, en hun dienstvaardige geest uitte zich in opmerkzaamheid en soberheid. Wij hadden dit alles in het karakter van onze stichter waargenomen, en zagen het nu bevestigd in de grootmoeder [mevr. Escrivá] en in tante Carmen. Deze rijkdom kon ons niet ontgaan, en zo schoten, met spontane eenvoud, familiegewoonten en tradities in ons wortel, die zelfs vandaag de dag voortleven in alle centra van het Werk; familieportretten en foto's, die helpen van een huis een thuis te maken; een speciaal toetje voor iemands naam- of verjaardag; het liefdevol en smaakvol neerzetten van bloemen voor een afbeelding van Onze Lieve Vrouw, of op een andere geschikte plaats in huis.

Innerlijke vrede
Hun bereidheid tot helpen maakte het verschil voor het Opus Dei, vooral in die eerste dagen. Carmen accepteerde dit werk altijd met een diep verantwoordelijkheidsgevoel dat ze zich nu in volle vrijheid had eigengemaakt. Ze organiseerde de huishoudelijke dienst van veel centra van het Werk, waarbij ze de ongemakken en problemen in de eerste fasen moedig verdroeg. Zodra alles goed liep, deed zij een stapje opzij. Ze werd nooit zenuwachtig, bezorgd of overrompeld en verloor nooit haar rust of geduld. Ze was altijd kalm, in het bezit van een innerlijke vrede en een vertrouwen in God dat haar doelmatigheid nog vergrootte. Ik herinner me bijvoorbeeld, toen ze de huishoudelijke dienst opzette van de eerste twee bezinningshuizen van Opus Dei in Spanje, La Pililla in de provincie van Avila, en Molinoviejo in de buurt van Segovia. Aanvankelijk hadden we zelfs geen elektriciteit. Carmen handelde, zoals altijd, alsof het voor haar geen enkel probleem was dit werk op zich te nemen totdat de situatie zodanig was dat de vrouwen van het Opus Dei het van haar konden overnemen.

Carmen heeft nooit tot het Werk behoord. Ze had er geen roeping toe. Toch reageerde ze steeds edelmoedig wanneer de stichter haar hulp bij het Werk vroeg.

Terwijl de zelfopoffering van de grootmoeder tot twee jaar na het einde van de Spaanse Burgeroorlog duurde, wijdde Carmen zich bijna twintig jaar aan de noden van het Werk, op weg van de ene plaats naar de andere, waar ze ook maar nodig was."

Vertaalde fragmenten uit het boek Immersed in God: Blessed Josefmaría, founder of Opus Dei, as seen by his successor, Bishop Álvaro del Portillo, Cesare Cavalleri, Scepter/Sinag Tala, 1996, pp. 67-72.