Biografie

Leven van de heilige Jozefmaria Escrivá (1902-1975), stichter van het Opus Dei.

Biografie

Jozefmaria Escrivá (zijn volledige naam luidt: Josemaría Escrivá de Balaguer) werd op 9 januari 1902 geboren in Barbastro (Huesca, Spanje). Zijn ouders heetten José en Dolores. Hij had vijf broers en zussen: Carmen (1899-1957), Santiago (1919-1994) en drie jongere zusjes die als kind stierven. Het echtpaar Escrivá gaf de kinderen een diepgaande christelijke opvoeding.

In 1915 ging de textielzaak van zijn vader failliet en het gezin verhuisde naar Logroño waar de vader ander werk vond. Als hij daar op een ochtend de voetafdrukken van een ongeschoeide karmeliet in de sneeuw ziet, voelt hij dat God iets van hem wil; het is hem alleen niet duidelijk wat. Hij denkt dat hij dat makkelijker kan ontdekken door priester te worden. In Logroño begint hij zich op het priesterschap voor te bereiden en later gaat hij naar het seminarie van Zaragoza.

Op aanraden van zijn vader studeert hij aan de Universiteit van Zaragoza ook burgerlijk recht als extraneus. José Escrivá sterft in 1924 en Jozefmaria wordt nu het hoofd van de familie. Op 28 maart 1925 ontvangt hij de priesterwijding. Hij begint zijn werk in een plattelandsparochie en gaat later naar Zaragoza.

In 1927 verhuist hij met toestemming van zijn bisschop naar Madrid waar hij wil promoveren in de rechten. In Madrid laat God hem op 2 oktober 1928 zien wat Hij van hem verwacht: het Opus Dei stichten. Vanaf die dag zet hij zich met al zijn krachten in om gestalte te geven aan wat God van hem heeft gevraagd. Tegelijkertijd blijft hij het pastoraal werk beoefenen dat hem in die jaren is toevertrouwd en dat hem dagelijks in contact brengt met de ziekte en armoede in de ziekenhuizen en dichtbevolkte sloppenwijken van Madrid.

Bij het uitbreken van de burgeroorlog in 1936 is Jozefmaria Escrivá in Madrid. De godsdienstvervolging dwingt hem op verschillende plaatsen onder te duiken. In het geheim blijft bij als priester actief tot het hem lukt uit Madrid weg te komen. Een overtocht over de Pyreneeën brengt hem in het zuiden van Frankrijk, waarna hij naar Burgos gaat.

Als de oorlog in 1939 eindigt gaat hij terug naar Madrid. In de daarop volgende jaren leidt hij talrijke retraites voor leken, priesters en religieuzen. In 1939 promoveert hij in de rechten.

In 1946 vestigt hij zich in Rome. Aan de Universiteit van Lateranen promoveert hij in de theologie. Hij wordt benoemd tot consultor van twee Vaticaanse Congregaties, tot erelid van de Pauselijke Academie voor Theologie en tot ereprelaat van Zijne Heiligheid de paus. Aandachtig volgt hij de voorbereidingen en de zittingen van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) en hij onderhoudt een intensief contact met vele concilievaders.

Vanuit Rome reist hij dikwijls naar verschillende landen in Europa om het begin en de groei van het apostolische werk van het Opus Dei te stimuleren. Met hetzelfde doel maakt hij tussen 1970 en 1975 lange reizen door Mexico, het Iberisch schiereiland, Zuid-Amerika en Guatemala, waar hij bovendien catechesebijeenkomsten heeft met grote groepen toehoorders.

Sint Pietersplein op 6 oktober 2002 tijdens de heiligverklaring van Jozefmaria Escrivá.

Hij overlijdt in Rome op 26 juni 1975. Duizenden personen, onder wie talrijke bisschoppen uit verschillende landen –in totaal een derde van het wereldepiscopaat– verzoeken de Heilige Stoel zijn zalig- en heiligverklaringsproces te openen.

Op 17 mei 1992 wordt Jozefmaria Escrivá door Johannes Paulus II zalig verklaard. Tien jaar later, op 6 oktober 2002, wordt hij op het Sint Pietersplein heilig verklaard, in aanwezigheid van een grote menigte. “ Wek in zijn voetspoor ", riep de paus in zijn homilie uit, “ zonder onderscheid te maken naar ras, stand, cultuur of leeftijd, in de maatschappij het bewustzijn op dat wij allen zijn geroepen tot de heiligheid ."